Wikia


Dolf Boel
Dolf Boel De Voorpost 6 januari 1978
(Foto: 1978 - De Voorpost)

Bekend van:

Lid van de Draeckenieren en columnist bij De Voorpost en De Nieuwe Gazet van Aalst

Adolf Boel (1922-1996) was lid van de Draeckenieren en columnist voor o.a. De Voorpost en De Nieuwe Gazet Van Aalst. Hij pleitte voor het gebruik van het Aalsters dialect, dat hij ook steevast in zijn columns gebruikte.

Zoon van den Ellebee Edit

Dolf Boel door Frans Wauters

Adolf Boel, getekend door Frans Wauters

Dolf werd geboren aan de Dendermondsesteenweg in 1922, waar hij een buurjongen van Louis Paul Boon was. Dolf was goed bevriend met Louis Paul Boon en typte voor hem zelfs nog enkele boeken over, omdat Boon zelf geen schrijfmachine had. Dolf kreeg hiervoor 1 frank per blad.

Adolfs vader Leon, bijgenaamd den Ellebee, was een gekend figuur in Aalst. Leon Boel bracht het krantje 'Den Olsjterschen Tiger' uit, waarin hij in het Aalsters schreef. Na het stopzetten van 'Den Olsjterschen Tiger', deed vader Leon verder met 'Den Oilsjteneer'. Dankzij zijn vader, raakte Dolf vertrouwd met het Aalsters dialect. Op zijn 8 jaar mocht Dolf immers al de drukproeven voor de krant van zijn vader helpen verbeteren.

Pers Edit

Dolf Boel De Voorpost 6 januari 1978-0

(De Voorpost - 06/01/1978)

Na zijn schooltijd in het Koninklijk Atheneum, doorliep Dolf zijn legerdienst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Dolf actief binnen de sluikpers en werd hij gevangengenomen, waardoor hij een maand in de gevangenis van Gent verbleef. Sinds 1949 woonde Dolf in Erembodegem.

Dolf was, net als zijn vader, werkzaam bij de Filature du Canal. In totaal werkte hij er 31 jaar tot het bedrijf stop werd gezet. Tijdens de oorlog was hij moeten vluchten, maar keerde nadien, met een omweg bij de Stad Aalst, terug naar de Filature du Canal. Nadien werkte hij bij drukkerij De Decker en de firma Stabyl.

Dolf was steeds gefascineerd door schrijven; hij was een tijdje correspondent voor Het Laatste Nieuws voor de regio Erembodegem, de Faluintjes en Hofstade. Daarnaast bracht hij gedurende 2 à 3 jaar in Erembodegem het blad Het Fonteintje uit. Hierin werd het lokale nieuws beschreven, maar Dolf had ook een eigen column in het blad. De gemeenteraad werd in dit blad beschreven als een soort toneelstuk met decor en personages.[1]

Verenigingen en Draeckenieren Edit

Dolf Boel De Voorpost 4 maart 1977

Dolf op de verkiezing van Miss Voil Jeanet '77 (04/03/1977 - De Voorpost)

Dolf was zeer actief in het verenigingsleven; zo maakte hij deel uit van de fanfare St.-Cecilia, waarvan hij ook even bestuurslid was. Aan de fanfare was ook een toneelgroep verbonden: De Blauwe Ster. Dolf was eerst bestuurslid van de toneelgroep, daarna voorzitter en regisseur. Hij regisseerde o.a. 'Tien Kleine Negers' van Agatha Christie en een zelfgeschreven revueshow. Daarnaast was Dolf ook geïnteresseerd in kunst en was hij decorbouwer bij de toneelgroep. In zijn vrije tijd was hij kunstschilder.
Dolf Boel De Voorpost 6 januari 1978 (1)

Adolf Boel in zijn Draeckenieren-uniform (De Voorpost - 06/01/1978)

Dolf werd begin de jaren '70 door de Draeckenieren gevraagd om deel uit te maken van hun vereniging. Via zijn vriend Hippoliet Sedeyn werd Dolf gevraagd om mee te werken aan het Gele Boekje van de Draeckenieren. Nadat Dolf het eerste Gele Boekje gekocht had, vond hij dit goed, maar het kon beter. Deze mening deelde hij met Hippoliet Sedeyn, waarop Dolf ingeschakeld werd om het Gele boekje beter te maken. Sinds het tweede of derde Gele Boekje schreef Dolf af en toe een stukje in het Aalsters dialect.

Hij kreeg bij de Draeckenieren de titel van ceremoniemeester en werkte o.a. mee aan de tentoonstelling rond Dirk Martens in 1972. Bij de Plechtige Communie van Wilhelmus Draeckmanus in 1977 speelde Dolf de vader van de Plechtige Communicant.

In 1983 maakte Dolf deel uit van de Gebroeders Draakmans. Dit was een schrijverscollectief van de Draeckenieren die het vervolgverhaal De wind die niet wou vallen voor de Nieuwe Gazet van Aalst schreef. Samen met Frans WautersHerman Louies en Ward Bauwens zorgde hij voor dit sappige verhaal.

Columnist in het Aalsters Edit

De Voorpost 30 januari 1976

Fragment uit de eerste 'Meh Pikkels of Ajontjes' (De Voorpost - 30/01/1976)

Op voorspraak van Marcel De Bisschop werd Dolf gevraagd om een Aalsterse column te schrijven voor De Voorpost. Later zou hij overstappen met zijn column naar De Nieuwe Gazet Van Aalst. Dolf Boel schreef steeds in het oud Aalsters, dat gesproken werd door de minder gegoede klasse.

Dolf had een vast rubriek, genaamd 'Meh Pikkels of Ajontjes', in het weekblad De Voorpost. Zelf noemde hij dit 'een hoeksken' in de krant. Van 1976 tot 1982 schreef hij deze rubriek in het Aalsters. In 1982 verhuisde zijn rubriek De Nieuwe Gazet Van Aalst. Onder de naam 'Moet er gi zaat op?' schreef hij verder in het Aalsters van 1982 tot 1984.

Toen Adolf zijn twee polsen brak, zag hij zich genoodzaakt om te stoppen met schrijven; hij kon de toetsen van zijn schrijfmachine nog moeilijk gebruiken.

Varia Edit

  • In de werken van Louis Paul Boon komt Dolf voor onder de naam Tolf Poets.
  • In 1977 was Dolf jurylid bij de verkiezing van Miss Voil Jeanet. Dolf mocht de beker van Miss Voil Jeanet overhandigen aan Gust De Ridder.[2]
  • Op 6 januari 1978 verscheen voor de 100ste keer 'Meh pikkes of ajontjes' in de Voorpost. Naar aanleiding hiervan werd Dolf ook door het blad geinterviewd.

Bronnen Edit

  1. De Voorpost, 6 januari 1978
  2. De Voorpost, 4 maart 1977
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.