Ajoinpedia


De Kaloeterskabassen Ltd - ook wel eens geschreven als De Kaloeterkabassen Ltd - was een toonaangevende en eigenzinnige carnavalsgroep die vanaf het einde van de jaren 1960 een blijvende stempel drukte op de Aalsterse stoet. Onder impuls van Karel De Naeyer stonden ze bekend om hun scherpe satire, technische vernieuwing en onmiskenbare Aalsterse zwans, met thema’s die reikten van lokale folklore tot (inter)nationale politiek.

Van Jeugdheem Teeny tot De Kaloeterskabassen Ltd

Jeugdheem Teeny 1967 (1)

De De Kaloeterskabassen Ltd vonden hun oorsprong in Jeugdheem Teeny. Al in 1967 liepen de leden mee in de stoet, toen nog onder de naam Jeugdheem Teeny en in de categorie wagengroepen met muziek. Dat jaar brachten ze een gesmaakte parodie op het stripalbum Op het eiland Amoras uit de reeks Suske en Wiske. Figuren als Sus Antigoon en Jef Blaaskop kwamen tot leven in de stoet. Voor de hongerigen namen ze zelfs twee broden van 7 kg en 300 trippen mee. Het succes was compleet: 1ste prijs met bijzondere vermelding.

Hoewel Jeugdheem Teeny in 1967 voor het laatst officieel deelnam aan de stoet, wilden enkele leden absoluut doorgaan. Zo ontstonden De Kaloeterskabassen. Op een paar uitzonderingen na waren bijna alle leden familie van elkaar. In de pers werden ze zelfs de nazaten van De Gesdoikers genoemd, omdat Cherie D’haeseleer (ex-lid van die groep) deel uitmaakte van de Kaloeterskabassen en als hun stamvader werd beschouwd. Bij de oprichting telde de groep een twintigtal leden, met onder meer Karel De Naeyer, Jozef De Naeyer, Daniel D’haeseleer (zoon van Cherie) en Maurice Van Oudenhove als actieve kern.

De Kaloeterskabassen 1976 (©De Voorpost - 23/01/1976)

De Kaloeterskabassen 1976 (©De Voorpost - 23/01/1976)

De naam Kaloeterskabassen is typisch Aalsters. Een kaloeter is een klein, pittig Aalsters broekventje dat ervan uitgaat dat alles wel “in de kabas” zal komen. Zo was de groepsnaam snel gevonden. Om extra origineel te zijn, voegden ze Ltd toe, verwijzend naar Limited, een Engelse vennootschapsvorm. Was het om journalisten te plagen? Of een knipoog naar de beperkte ruimte van een kabas, waarin je met wat goeie wil nog een kaloeterke kan stoppen? Het antwoord bleef bewust vaag.

De Kaloeterskabassen hadden geen voorzitter, secretaris of penningmeester. Iedereen was lid én bestuurder. Wie een pint betaalde, was automatisch voorzitter, tot iemand anders hetzelfde deed. Zo was elke Kaloeterkabas elk jaar minstens tien keer voorzitter. Toch was Karel De Naeyer duidelijk het grote brein en trad hij meestal op als woordvoerder.

De groep sloot zich aan bij het Aalsters Karnaval Verbond en vaardigde Daniel D’haeseleer af naar het bestuur. In 1969 verliet Daniel de groep, wat een zware klap betekende voor De Kaloeterskabassen. Later keerde hij echter terug.[1][2]

Brand, prijzen en solidariteit

De Kaloeterskabassen Ltd debuteerden in 1968 in de stoet met De Vogelhandelaar. Meteen was het raak: ze behaalden de 1ste prijs met gelukwensen van de jury in de categorie Aalsterse groepen met praalwagen. Het prijzensysteem zag er toen anders uit dan vandaag: meerdere groepen konden een eerste prijs winnen. Zo deelden De Kaloeterskabassen hun onderscheiding met De Galante Moilentrekkers, Universitas, Lotjonslos en De Platzakken. Alleen Den Blok Ondereen deed nog beter met de 1ste prijs met bijzondere gelukwensen van de jury. Een jaar later, in 1969, bevestigde de groep haar status met het thema Obelix en Asterix. Als enige groep sleepten De Kaloeterskabassen toen de 1ste prijs met bijzondere gelukwensen van de jury in de wacht. Daarmee lieten ze gevestigde namen als Universitas, De Platzakken, De Gentlemens en Lotjonslos achter zich.

In 1970 kreeg de groep af te rekenen met ernstige tegenslag. De zaterdag voor Aalst Carnaval vatte hun wagen vuur tijdens laswerken. Achteraf bleek hoe levensgevaarlijk de situatie was: de lasser bevond zich in de wagen en had slechts één uitweg, een gat van ongeveer 50 cm doorsnede. Enkele seconden voor het te laat was, kon hij zich gelukkig nog naar buiten wringen. Zo zagen De Kaloeterskabassen vier maanden werk bijna volledig in vlammen opgaan, de dag voor carnaval. Meteen kwam er echter een golf van solidariteit op gang. Het Feestcomité en tal van andere carnavalsgroepen schoten te hulp. Een vijftigtal carnavalisten, onder wie zelfs leden van concurrent Lotjonslos, hielpen mee om de wagen deels te heropbouwen. De oorspronkelijke technieken konden niet meer hersteld worden, maar toch won de groep dat jaar opnieuw de 1ste prijs — een sterk staaltje van doorzettingsvermogen en kameraadschap.

Toen de stad Aalst in 1971 besliste om haar feesthal (de Couverture) te verhuren, moesten heel wat carnavalsgroepen op zoek naar een nieuwe bouwlocatie. De stadsfeesthal had tot dan ook gediend als bouwplaats voor praalwagens. De Kaloeterskabassen vonden onderdak op de leegstaande terreinen van de landbouwersvereniging Redt U Zelven in de Vilanderstraat. Daar bouwden ook De Flieramoizen, De Wringereirs en De Lodderoeigen hun wagens; een plek die uitgroeide tot een broeihaard van creativiteit en samenwerking.[3]

De legendarische brandweerwagen van De Kaloeterskabassen

De 'Louis De Rycke' van de Aalsterse brandweer (©Chris De Naeyer)

De 'Louis De Rycke' van de Aalsterse brandweer (©Chris De Naeyer)

In 1973 kozen De Kaloeterskabassen Ltd voor het thema Comedy Capers, geïnspireerd op het gelijknamige televisieprogramma. In de stoet herkenden de toeschouwers meteen Charlie Chaplin, Laurel & Hardy en vooral The Keystone Cops. Voor die laatste uitbeelding haalden De Kaloeterskabassen een stunt van formaat uit: ze gebruikten een echte brandweerwagen. Daarmee waren ze de allereerste carnavalsgroep in Aalst met een ‘pompierwagen’.

Een aantal groepsleden was actief bij de Stedelijke Vrije Brandweer Aalst. In ruil voor het herspuiten van een andere brandweerwagen kreeg de groep een ouder exemplaar in handen. Het ging om een Austin-brandweerwagen, oorspronkelijk een omgebouwde ambulance van het Engelse leger, die na de Tweede Wereldoorlog werd doorverkocht. Binnen de brandweer stond dit voertuig bekend als ‘Louis De Rycke’, genoemd naar een gesneuvelde Aalsterse brandweerman uit de begindagen van de oorlog.

De Kaloeterkabassen 1973 (5)

Tijdens de stoet van 1973 lagen de Keystone Cops op planken met wieltjes en werden ze voortgetrokken door de brandweerwagen, die aan een gezapige 10 km/u door de straten reed. Maar op de Grote Markt wilden De Kaloeterskabassen alles geven. De wagen versnelde plots tot 30 km/u, met spectaculaire — en pijnlijke — gevolgen: één van de Keystone Cops vloog uit de bocht en belandde onder de tribune. Na afloop stonden de Kaloeters die als agent dienst deden vol blauwe plekken en schaafwonden.

De brandweerwagen werd door de groep ‘Lowie’ genoemd, naar de bijnaam die ook bij de brandweer in gebruik was. Het voertuig bleef nog enkele jaren eigendom van De Kaloeterskabassen. Uiteindelijk besliste men om de carrosserie eraf te slijpen, waarna de wagen niet langer bruikbaar was en definitief werd afgedankt. Zo verdween een iconisch stukje Aalsters carnavalserfgoed.[4]

De Kaloeterskabassen vs. Lotjonslos en De Brikaljongs

De Kaloeterskabassen 1979 (De Voorpost - 05/01/1979)

De Kaloeterskabassen 1979 (De Voorpost - 05/01/1979)

De De Kaloeterskabassen Ltd groeiden in de jaren 1970 uit tot één van de bekendste en meest gevreesde groepen in de Aalsterse carnavalsstoet. Elk jaar was het opnieuw een spannende strijd om de eerste plaats, aanvankelijk met Lotjonslos en later ook met De Brikaljongs. De Kaloeterskabassen stonden bekend om hun praalwagens met verfijnde technieken, die jaar na jaar steeds verder werden doorgedreven. Die technische uitwerking groeide uit tot hun onmiskenbaar handelsmerk.

Om de nodige inkomsten te vergaren, namen De Kaloeterskabassen ook deel aan stoeten buiten Aalst. Zo waren ze onder meer te zien in Ninove, Lede, Sint-Gillis-Dendermonde en Mortsel. Die buitenstoeten vormden een belangrijke financiële pijler voor de groep.

In 1978 kwam daar echter abrupt een einde aan. Onder impuls van Kamiel Sergant, het Aalsters Karnaval Verbond en het Feestcomité werd beslist dat Aalsterse carnavalsgroepen niet langer aan stoeten buiten Aalst mochten deelnemen. Voor De Kaloeterskabassen betekende dit een zwaar inkomstenverlies. Ze legden zich neer bij de beslissing, maar vreesden openlijk dat ze door deze maatregel de kwaliteit niet langer zouden kunnen aanhouden die men van hen gewend was. Hoewel de regel in 1979 alweer werd afgeschaft, had Karel De Naeyer intussen al concrete stappen gezet om een alternatief carnavalsverbond op te richten: Alles Voor Karnaval (AVK). Op 3 november 1980 vond de eerste vergadering plaats. Naast De Kaloeterskabassen sloten ook De Gaa Lowies, De Pikante Kastaars, Niks Weert, De Moikes, Aaft Ons Vast en Schiefregt’oever zich aan. De groepen van het AVK kozen ervoor om te blijven bouwen in de Fiberfleet-werkhallen, terwijl andere carnavalsgroepen verhuisden naar De Couverture. Het AVK stond symbool voor zelfstandigheid, solidariteit en artistieke vrijheid.

Door het wegvallen van de inkomsten uit buitenstoeten moest de groep op zoek naar alternatieven. In 1979 organiseerden De Kaloeterskabassen daarom het eerste Kaloeterweekend. Op zaterdag en zondag was er een barbecue met discobar, die heel wat volk lokte. Op zaterdagavond zorgde de Koninklijke Fanfare Ste.-Cecilia van Meldert voor een optreden, waarna de discobar het feest verderzette. Het Kaloeterweekend groeide zo uit tot een nieuwe inkomstenbron én een extra ontmoetingsmoment voor carnavalisten.

De Kaloeterkabassen 1979 (DV 15061979)

Afbouw en afscheid

De Kaloeterskabassen 1984 (Nieuwe Gazet van Aalst - 09/03/1984)

De Kaloeterskabassen 1984 (Nieuwe Gazet van Aalst - 09/03/1984)

In de jaren ’80 gingen De Kaloeterskabassen Ltd het bewust rustiger aan. De groep kon zich niet meer vinden in de trend van steeds groter en duurder wordende praalwagens, terwijl ook de harde kern een jaartje ouder werd. De focus verschoof: niet langer meedingen naar de 1ste plaats, maar carnaval vieren om het plezier.

In 1984 kozen De Kaloeterskabassen ervoor om zich niet officieel in te schrijven en als losse groep mee te stappen. Daarmee volgden ze het voorbeeld van groepen als Noig en Van ’t Halverdroi Donker, die officiële deelnames afwisselden met losse passages. Dat bood ruimte om sneller in te spelen op de actualiteit. Het thema van dat jaar was het zwarte geld van Willy De Clercq. In 1984 lanceerde minister van Financiën Willy De Clercq de operatie ‘fiscale zekerheid’, waarbij de repatriëring van zwart geld mogelijk werd zonder vragen, op voorwaarde dat aan enkele criteria werd voldaan. De Kaloeterskabassen trokken zonder stress door de straten en toonden de Aalstenaars hoe zwart geld ‘wit’ gewassen werd. Zoals altijd zat ook dit wagentje vol bewegende onderdelen en de leden droegen een kostuum in de vorm van zeeptobben.

In 1985 kregen de groepen uit de Fiberfleet-werkhallen te horen dat ze moesten vertrekken, omdat het complex eigendom werd van het OCMW. Dat jaar namen De Kaloeterskabassen opnieuw officieel deel, maar nu in de categorie zonder praalwagen. Een nieuwe officiële deelname volgde pas in 1987, maar die werd geen succes: de groep eindigde 31e bij de kleine groepen. In het Aalsters Carnavalsboek van DAK klonk het hard maar eerlijk: “Jammer was dat de eens zo beroemde en toonaangevende Kaloeterskabassen nu een nietszeggend gezelschap vormden, dat wellicht beter als losse, niet ingeschreven groep was aangetreden.” Die passage markeert het definitieve afscheid van de competitie. 1987 werd zo de laatste officiële deelname van De Kaloeterskabassen — het slotakkoord van een groep die jarenlang toonaangevend was en uiteindelijk bewust voor vrijheid en plezier koos boven het klassement.[5][6][7]

Thema's

Overzicht

Jaar Thema Categorie Resultaat
1968 De Vogelhandelaar Aalsterse groepen - groepen met wagen 1e prijs met gelukwensen van de jury
1969 Obelix en Asterix in civitate Alosta Aalsterse groepen - komische groepen met wagen en muziek 1e prijs met bijzondere gelukwensen van de jury
1970 Gemeenteverschrikkingen Aalsterse groepen - groepen met wagen 1e prijs
1971 Duizendpotus carnavalestus Alostianensis Buiten wedstrijd bijzondere vermelding voor techniek
1972 Kaloeterskabassenkarnaval Buiten wedstrijd gelukwensen van de jury
1973 Filmmuseum van de schaterlach of Comedy Capers Buiten wedstrijd gelukwensen van de jury en toekenning van de carnavalprijs 1973
1974 Klaas (Claes) Vaak en de Oliesjeikszaak Groepen met praalwagen 2e op 31 groepen
1975 Toid te woinig vér Karnaval Groepen met praalwagen 2e op 33 groepen
1976 Alles in 't dobbel Groepen met praalwagen 2e op 34 groepen
1977 De groeite prois van Oilsjt - Heldraivers rees Groepen met praalwagen 2e op 29 groepen
1978 Horen, zien en zwijgen of Egmontalia '78 Groepen met praalwagen 1e op 27 groepen
1979 Van a 1, a 2, a droi Groepen met praalwagen 1e op 24 groepen
1980 Voesj me de koesj Groepen met praalwagen 2e op 28 groepen
1981 Na gommen ne gank: Terminus Katastrofal Groepen met praalwagen 3e op 33 groepen
1982 Gendarm Economics Comedy '82 Groepen met praalwagen 4e op 28 groepen
1983 Oeuf à la Russe Groepen met praalwagen 5e op 34 groepen
1985 Hij Komt,Hij Komt, Wij Zijn Er Al Groepen zonder praalwagen 14e op 25 groepen
1987 thema onbekend Kleine groepen 31e op 36 groepen

Thema's per jaar

1968: Vogelhandelaar

“Oilsjt is een schone stad, daar vindt ge van alles wat… En ook een aloude vogelmarkt met pitjesvogelkes en vogelhandelaars. Een typisch Aalsters tafereel. Een zoetgevooisd karnavalgekweel.”[8]

In 1968, hun eerste jaar onder de naam De Kaloeterskabassen Ltd, koos de groep bewust voor een herkenbaar Aalsters thema: de vogelmarkt. Daarmee brachten ze een stuk volksleven naar de stoet, herkenbaar voor elke Oilsjteneer. De groepsleden stapten mee met een gouden vogelkooi op het hoofd, een opvallend element dat ook centraal terugkwam op de praalwagen. Het absolute hoogtepunt volgde op de Grote Markt, waar De Kaloeterskabassen 60 witte duiven loslieten.[9]

1969: Obelix en Asterix in civitate Alosta

“De Kaloeterskabassen brengen strijd, liefde, kracht, magie, verbeelding, tekenfilm, plezier, praal en pracht voor oud en jong. Een <<Wereldpremière>> van de zo gekende lievelingsfiguren van gans het publiek.”[10]

In 1969 kozen De Kaloeterskabassen Ltd voor een spectaculair en vernieuwend thema rond Asterix en Obelix. De groep bracht de Gallische helden naar Aalst, of zoals zij het zelf noemden: civitate Alosta. Op de praalwagen prijkte een reuzenbeeld van Obelix, met Asterix zittend op zijn hand — een beeld dat meteen alle aandacht naar zich toe trok. De schaal en ambitie waren ongezien: voor de bouw van Obelix alleen al gebruikte de groep maar liefst 36 m³ isomo.

1970: Gemeenteverschrikkingen

Humor rondom de gemeenteverkiezingen 1970. Aalst – Karnaval – Humor – Verschrikkingen – Demonen – Vuur – Draken – (on)gerealiseerde bouwwerken – het kabinet van de burgemeester – een aanval? een toeval? een meevaller? Stem zelf voor uw gemintjeverschrikkingen 1970.[11]

In 1970 pakten De Kaloeterskabassen Ltd uit met een scherpe parodie op de gemeenteraadsverkiezingen. De verkiezingen werden voorgesteld als een vierkoppige draak, waarbij elke kop symbool stond voor een politieke partij die het kabinet van de burgemeester bedreigde — uitgebeeld als een toilet, geheel in typisch Aalsterse spot. Elke drakenkop was bewegend, wat de wagen een imposante dynamiek gaf. Marcel De Bisschop, Bert Van Hoorick, Gaston Van den Eede en Frans De Broe kregen elk een eigen kop toebedeeld. Het lichaam van de draak bestond uit maar liefst 6.000 glinsterende metalen schubben — een huzarenstukje dat opnieuw het technische vakmanschap van de groep onderstreepte.

Het jaar 1970 werd echter ook getekend door pech. De zaterdag voor Aalst Carnaval vatte de praalwagen vuur en brandde volledig uit. Wat maanden werk was, ging in enkele ogenblikken verloren. Meteen kwam er een golf van solidariteit op gang: tal van carnavalisten probeerden de wagen zo goed mogelijk te herbouwen. Een volledig herstel bleek onmogelijk, maar de inspanningen maakten wel een deelname aan de stoet mogelijk. Na afloop volgde alsnog erkenning: De Kaloeterskabassen werden als 1ste geklasseerd. In de stoet droegen ze bovendien een plakkaat mee dat de situatie met galgenhumor samenvatte: “- Brand 70 – Wer emmen sjans dat onze kop der ni op stond of hij was auk verbrand!”

1971: Duizendpotus carnavalestus Alostianensis

Eenen kleurrijken optocht en de verheerlijking van eenen aloude, nooit genoeg volprezen drijdaaghsen ommeganck door onze aloude Aalsterse, karnavaleske, culturele, met karnaval economisch sterstaende, toeristische en humoristische stede. Motief: En kommentaar vandaug nie… ’t es meiren, mè onzen doeizedpoeit!!![12]

In 1971 kozen De Kaloeterskabassen Ltd voor Duizendpotus carnavalestus Alostianensis. De groep trok door de straten met een indrukwekkende duizendpoot van maar liefst 40 meter lang.

1972: Kaloeterskabassenkarnaval

Met muziek en dans, Kaloeterskabassenzwans, clowns en echte Voil Jeannet, ne clown me nen trompet en een giel klein kinjekoesj, spele men karnaval, dattiederien nog lank ontaven zal. Bleift ni zitten achter annen Teevee, met karnaval viert iederien met de Kaloeterskabassen mei![13]

In 1972 brachten De Kaloeterskabassen Ltd een ode aan het carnaval zelf. Met Kaloeterskabassenkarnaval kozen ze resoluut voor muziek, dans en zwans, zonder zware satire of maatschappijkritiek — maar mét volks plezier en aanstekelijke energie. De praalwagen was 9,3 meter lang en 4 meter hoog en werd gedomineerd door twee grote clowns in isomo, die meteen de eyecatchers vormden.

1973: Filmmuseum van de schaterlach of Comedy Capers

In 1973 brachten De Kaloeterskabassen Ltd een ode aan de film- en televisiehumor met het thema Filmmuseum van de schaterlach, beter bekend als Comedy Capers. De stoet werd omgetoverd tot een levend slapstickdecor, waarin iconische figuren uit de vroege filmgeschiedenis tot leven kwamen. De grote blikvangers waren Charlie Chaplin, Laurel & Hardy en The Keystone Cops. Op de praalwagen trok een ronddraaiende Charlie Chaplin meteen de aandacht, samen met het duo Laurel & Hardy. Elk lid van de groep beeldde een personage uit het televisieprogramma uit, waaronder Charlie Chaplin, Buffalo Bill en Laurel & Hardy, dat vertolkt werd door Jozef De Naeyer en Jacques Liebaut. Een tiental leden vormden The Keystone Cops. Zij lagen op planken met wieltjes, die werden voortgetrokken door een pompierwagen.

De afspraak was dat de wagen maximaal 10 km/u zou rijden. Op de Grote Markt wilden De Kaloeterskabassen echter een demonstratie geven en versnelde de wagen tot 30 km/u. Het gevolg liet zich raden: één van de leden moest lossen en belandde onder de tribune. Ondanks — of misschien net dankzij — dit spectaculaire moment werd het optreden uitermate gesmaakt. Het Feestcomité was zo enthousiast dat het zelfs om een bisnummer vroeg, zij het aan een veiligere 10 km/u. Met Comedy Capers bewezen De Kaloeterskabassen opnieuw hun gevoel voor timing, humor en lef, en schreven ze een legendarisch hoofdstuk in de Aalsterse carnavalsgeschiedenis.

1974: Klaas (Claes) Vaak en de Oliesjeikszaak

In 1974 brachten De Kaloeterskabassen Ltd een scherpe en actuele satire op de oliecrisis. Centraal stond minister Willy Claes — speels omgedoopt tot Klaas (Claes) Vaak — die in de stoet alles uit de kast haalde om olie los te krijgen van aarzelende oliesjeiks. De wagen verbeeldde zo op humoristische wijze de politieke machteloosheid en diplomatieke charmeoffensieven van die periode.

De praalwagen was opgebouwd rond drie bewegende elementen, wat zorgde voor dynamiek en spektakel onderweg. Het ontwerp was van de hand van Urbain Schreyen, die naast de wagen ook het bijhorende publiciteitsmateriaal verzorgde, zoals vlaggetjes en stickers.

1975: Toid te woinig vér Karnaval

Zaterdag, zondag, maandag, dinsdag tot… woensdagmorgen, alleen maar karnavalzorgen, alleen maar zorgen voor dagen vol Kaloeterskabassenplezier. Clowns, uurwerken, grapjassen, die de tijd willen stilleggen, humoristen die tot iedereen zegge: viert mee, zing, dans en drinkt, wij zorgen ervoor dat het stopsein niet weerklinkt. Hieren, ’t es toid; Dames, ’t es toid ver karnaval te vieren.”[14]

1976: Alles in't dobbel

In 1976 pakten De Kaloeterskabassen Ltd het bewust luchtig en herkenbaar aan. Vertrekkend van één simpele vaststelling — elke carnavalist drinkt graag een pintje — besloten ze dat jaar alles in ’t dobbel te doen.

1977: De groeite prois van Oilsjt - Heldraivers rees

In 1977 hadden De Kaloeterskabassen Ltd aanvankelijk al een thema klaar. Toen bleek dat onderdelen van hun ontwerp ook bij andere groepen zouden opduiken, werd beslist om alles te hertekenen en te herdenken. De inspiratie volgde snel: autoraces vonden de Kaloeterskabassen maar een beestige boel — en dat namen ze letterlijk. De groep trok door de straten in een dierenplunje, met alle diersoorten vertegenwoordigd: vos, haan, kikker, varken, eend en vele anderen. Zo ontstond een “stoet in de stoet”, met Donald Duck op kop. Daarachter volgde een wagen met de te winnen prijzen en enkele automonteurs. Vervolgens kwamen de autopiloten, daarna een berggeit en een verpleegster. Een slak deed dienst als takelwagen — traag maar onvermijdelijk. Als afsluiter brachten De Kaloeterskabassen een hulde aan Gust Van der Stock.

De afmetingen waren indrukwekkend: het hoogste punt van de wagen reikte tot 6,5 meter, terwijl de groep in totaal 60 meter lang was. Bij het opdraaien van de Grote Markt liep het echter even mis: De Kaloeterskabassen bleven hangen in de nadarafsluiting. Ook dat moment werd met de nodige zelfspot verwerkt.

1978: Horen, zien en zwijgen of Egmontalia '78

De politieke B(elgische) REL met Egmontallures, gezien door een Aalsterse carnavaleske bril. De verzameling van de politieke bbbrr(rel)ll-schippers zal aanwezig zijn op de wagen. Tindemans in de rol van de ZIENER, Claes als HOORDER en Schiltz als ZWIJGER… Zwijg, er komen er nog…”[15]

In 1978 brachten De Kaloeterskabassen Ltd een scherpe en actuele satire op de nationale politiek met het thema Horen, zien en zwijgen, ook bekend als Egmontalia ’78. Centraal stond het Egmontpact, dat België moest omvormen tot een federale staat en de verhoudingen tussen de taalgemeenschappen moest hertekenen. Door de val van de regering werd het pact echter nooit uitgevoerd — dankbaar materiaal voor Aalsterse spot. Op de praalwagen verschenen verschillende kopstukken uit de Belgische politiek, samengebracht rond het bekende motief “horen, zien en zwijgen”. Leo Tindemans werd uitgebeeld als de ZIENER, Willy Claes als de HOORDER en Hugo Schiltz als de ZWIJGER. Andere politieke figuren werden niet gespaard en doken op in bijrollen vol carnavaleske overdrijving, met beulen, Vlaamse leeuwtjes en Egmont-allusies die het geheel een absurde maar herkenbare lading gaven.

Ook technisch legden De Kaloeterskabassen de lat hoog. De wagen van 26 meter lang telde zes bewegende onderdelen, die elektronisch en pneumatisch werden aangedreven — opnieuw een hoogstandje dat hun reputatie als technisch vernieuwende groep bevestigde.[16]

1979: Van a 1, a 2 en a droi

In 1979 kozen De Kaloeterskabassen Ltd voor een politiek scherpzinnig thema rond Leo Tindemans. Na twee termijnen aan het hoofd van de Belgische regering mikte Tindemans op een Europese post — een overstap die door de groep met Aalsterse spot werd gefileerd.

De praalwagen was opgebouwd in drie duidelijk herkenbare delen. In het eerste deel verscheen Tindemans als temmer van zijn regering, met een dreigende ontslagrol in de hand. Het tweede deel toonde hem als dirigent van het koor van zijn ministers, een knipoog naar de vaak moeizame regeringssamenwerking. In het laatste deel transformeerde hij tot een Duitse adelaar, symbool voor de vlucht naar Europa. De groepsleden zelf beeldden toekomstige Europese ministers uit, voorgesteld als geldwolven die onze welvaart en ons welzijn zouden bepalen. Ook het publiek werd betrokken: De Kaloeterskabassen deelden Euroknaten van de Centrale Bank van de Dikke Bezze uit — een typisch staaltje Kaloeterse zwans.[17]

1979 DE KALOETERSKABASSEN

1980: Voesj me de koesj

Een thema en boodschap heet van de naald. De laatste maanden is het echte carnavaleske wel eens tot onder ’t nulpunt gedaald. Zonder te zagen of te willen preken, met de ruzies, de vriendschap en de positieve carnavalpunten, even de Aalsterse draak steken. Voesj mè de koesj: de karnavalfamilie Klepkes op rois, mor binnen en boiten Oilsjt. In ieder hoishaven ester insj rizje en ambras, mor wor dazze saumenweirken, kroigde karnaval mè klas.”[18]

In 1980 kozen De Kaloeterskabassen Ltd voor een bijzonder actueel en intern gericht thema. Met Voesj me de koesj namen ze de Aalsterse carnavalstoestanden van de voorbije zes maanden op de korrel. Geen grote nationale politiek dit keer, maar zelfspot binnen het carnaval zelf. Op de praalwagen zaten Kamiel Sergant en Marcel De Bisschop als twee kleine kinderen in een reusachtige kinderwagen — een veelzeggend beeld voor het soms kinderachtige gekibbel binnen de carnavalswereld. De kinderkoets werd voortgeduwd door Frans Wauters en Simon D’Hondt. Achter hen stonden Paul De Wever als Prins Carnaval, samen met de Bloemenfee, beiden uitgebeeld als boerenmatotten. Helemaal achteraan zat een oude man in een papieren bootje, symbool voor de carnavalist van de oude garde: kwetsbaar, drijvend, maar nog steeds deel van het geheel.[19]

1981: Na gommen ne gank: Terminus Katastrofal

Daar we allemaal (?) moeten inleveren, gaan de Kaloeterskabassen op de vliegkiptoer met de deficitaire maatschappij Vabena naar de Terminus Katastrofal. Parmantige, doorgewinterde Kaloeter-Air-Hostessen begeleiden en vertroetelen alle ministers en partijbonzen op hun mini-carnavaltrip door Aalst. Breng geld mee naar de stoet zodat ook gij kunt helpen ‘inleveren’…”[20][21]

1982: Gendarm Economica Comedy '82

In 1982 kozen De Kaloeterskabassen Ltd voor Gendarm Economica Comedy ’82, een satirische uitbeelding van de rijkswacht. Met kleurrijke kostuums en een kolenemmer op het hoofd trokken ze door de straten — een absurde maar herkenbare karikatuur die meteen de aandacht trok.

1983: Oeuf à la Russe

In 1983 brachten De Kaloeterskabassen Ltd een internationale politieke satire met Oeuf à la Russe, een parodie op het gasconflict tussen Ronald Reagan en Leonid Brezjnev. Wereldpolitiek werd zo herleid tot beeldende Aalsterse zwans.

Vooraan op de praalwagen zat Reagan in een grote pan eitjes te klutsen. Die eitjes stonden symbool voor de vier EEG-landen die hij het meest had geambeteerd: Frankrijk, Italië, Engeland en Duitsland. Achter hem zat Brezjnev op een massieve Russische kachel, verbonden met Reagan via een gaspijp die letterlijk in zijn achterwerk stak. De wagen bevatte een mechanisch effect waardoor dat achterwerk zichtbaar kon opzwellen telkens Brezjnev “gas gaf”. Tussen beide grootmachten zat Lech Wałęsa gekneld, als symbool voor landen die vermalen werden tussen Oost en West. Via een ingenieus buizensysteem verspreidde de wagen bovendien gekleurde rook, wat het geheel extra theatraal en dreigend maakte.

Ook de kostuums waren veelzeggend: een parodie op het Russische kozakkenuniform, maar uitgevoerd in de stof van een gevangenisplunje, met tralies voor de ogen — een scherpe visuele metafoor voor onderdrukking en gebrek aan vrijheid..[22]

1985: Hij Komt,Hij Komt, Wij Zijn Er Al

1987: thema onbekend

In 1987 nam De Kaloeterskabassen Ltd nog één keer officieel deel aan de stoet. De groep stond echter niet vermeld in het officiële carnavalsprogramma, waardoor geen thema is overgeleverd en er geen beschrijving terug te vinden is.

Varia

  • De brand van de praalwagen van De Kaloeterskabassen in 1970 liet een diepe indruk na in het Aalsterse carnavalsmilieu. Die gebeurtenis vormde de rechtstreekse inspiratie voor Odilon Mortier bij het schrijven van het lied Men Ienig Oilsjt. Op Aswoensdag, terugblikkend op de brand en vooral op de solidariteit die daarop volgde, noteerde Odilon een paar veelzeggende woorden op een blad: “Al mokemen onderien riezj of krakiel. As ’t er op oonkomt, trekkemen on ’t zelste zjiel.” Die zin werd het vertrekpunt van wat zou uitgroeien tot zijn meest gekende lied.
  • In 1976 waagden De Kaloeterskabassen Ltd hun kans bij de Bierprinsverkiezing met Jacques Liebaut als kandidaat Bierprins. De verkiezing werd dat jaar echter gewonnen door François Van Oost.
  • Tijdens de prijsuitreiking van 1976 overhandigde Karel De Naeyer namens De Kaloeterskabassen Ltd een kleurrijke kaloeterpop aan Henri Van de Perre. Bij die gelegenheid hield De Naeyer ook een toespraak waarin hij de carnavalisten bedankte voor hun inzet. Tegelijk richtte hij zich tot de toekomstige gemeenteraadsleden van Groot Aalst, met een duidelijke oproep: de fusie van de gemeenten mocht geen rem zetten op het Aalsterse carnaval, maar moest net ruimte laten voor het behoud en de groei van de carnavaleske traditie.[23]
  • In 1978 brachten De Kaloeterskabassen Ltd een sticker uit met een huilende leeuw met kiespijn. Die afbeelding was een duidelijke knipoog naar hun stoetthema Egmontalia ’78 en verwees naar de pijnlijke politieke situatie rond het Egmontpact. De sticker was te koop voor 20 Belgische frank (0,49 euro).
  • In 1978 werd Michel Cleemput Prins Carnaval met zijn Muppetshow. De dierenkoppen die hij in die show gebruikte, waren afkomstig van De Kaloeterskabassen Ltd.[24]
  • In 1978 verbroederden De Kaloeterskabassen Ltd en De Destereers na hun gezamenlijke werkzaamheden in de Fiberfleet, meer bepaald in ’t Zandputteke.
  • Eind 1979 wonnen De Kaloeterskabassen Ltd het kwistornooi van de dekenij Koolstraat. Ze eindigden vóór De Sjiepeerekes, De Lodderoeigen, De Kornissesloipers, De Matotten, Schiefregt'Oever en De Klodderonnen.
  • Voor de expo De Tijd van Carnaval in het Oud Hospitaal (1979) leende Karel De Naeyer twee paardjes uit van de praalwagen van 1978 aan de organisatoren. Daarnaast was ook het kostuum van 1978 — thema Egmontalia ’78te bezichtigen op de tentoonstelling.
  • Tijdens de zomermaanden van 1986 werd de tentoonstelling Vasteloaved in Oilsjt georganiseerd in de kelder van het Belfort. Voor deze expo leende Karel De Naeyer zijn carnavalskostuum uit 1978, behorend tot het thema Egmontalia ’78, uit aan de organisatoren.
  • Het lokaal van De Kaloeterskabassen Ltd bevond zich aanvankelijk in ’t Landhuis, het café van Remy Buys op de Grote Markt. Eind jaren ’70 verhuisde het groepslokaal naar De Gaadvis, gelegen in het Rozemarijnstraatje.
  • De Kaloeterskabassen Ltd was de eerste carnavalsgroep van Eddy Van Gijsegem. Enkele jaren later, in 1984, zou hij uitgroeien tot Prins Carnaval van Aalst. Op dat moment had hij de groep echter al verlaten.
  • In 2014 vond de tentoonstelling Schatten op de carnavalszolder plaats in het Stedelijk Museum van Aalst. Op deze expo werd onder meer het carnavalskostuum van 1973 van De Kaloeterskabassen Ltd tentoongesteld.

Redactie

Tekst en foto's

  • Tekst: Sören Delclef - AjoinPedia
  • Foto's: Aalsters Karnavalsboek 1975-1985 (DAK), De Voorpost, Dirk De Pauw, Chris De Naeyer, Christel Moens, Lieven Goubert, Luc De Decker, Nieuwe Gazet van Aalst, Stadsarchief Aalst

Bronnen

  1. Voor Allen, 3 januari 1970
  2. De Voorpost, 25 januari 1974
  3. De Voorpost, 18 februari 1977
  4. Carnavalaalstkoentje, https://carnavalaalstkoentje.blogspot.com/
  5. Aalsters Karnavalboek 1986 - 1990, DAK
  6. De Voorpost, 9 maart 1984
  7. De Voorpost, 7 november 1980
  8. Voor Allen, 24 februari 1968
  9. Voor Allen, 2 maart 1968
  10. De Gazet van Aalst, 15 februari 1969
  11. Voor Allen, 31 januari 1970
  12. De Gazet van Aalst, 30 januari 1971
  13. Voor Allen, 12 februari 1972
  14. Voor Allen, 31 januari 1975
  15. Voor Allen, 27 januari 1978
  16. De Voorpost, 20 januari 1978
  17. De Voorpost, 5 januari 1979
  18. Voor Allen, 15 februari 1980
  19. De Voorpost, 1 februari 1980
  20. De Voorpost, 20 februari 1981
  21. De Voorpost, 6 februari 1976
  22. Nieuwe Gazet van Aalst, 11 februari 1983
  23. De Voorpost, 5 maart 1976
  24. De Voorpost, 27 januari 1978