Ajoinpedia
Advertisement
Ajoinpedia
455
pagina's

De Koninklijke Harmonie De Oude Garde - Les Vrais Amis Constants werd in 1787 opgericht. Deze harmonie en re-enactmentgroep is in Aalst gekend van de optochten op carnavalszaterdag en de begeleiding van de Voil Jeannettenstoet op carnavalsdinsdag. Jaarlijks kiest de harmonie een cantinière, die het korps van drank moet voorzien.

Ontstaan[]

De Oude Garde op Aalst-Kermis in 1928. (Bron: Stadsbeelden uit het Verleden - Joeri Van Den Steen. Foto: verzameling Albert De Wolf)

Over de oprichting van Les Vrais Amis Constants ontbreken alle details, maar met enige zekerheid kan gezegd worden dat deze muziekmaatschappij opgericht werd in 1787.

Les Vrais Amis Constants had het moeilijk tijdens de Franse Revolutie in 1789, maar bleef uiteindelijk toch bestaan. Egidius Van Boterdael, meier van de stad Aalst, stond toen aan het hoofd van het muziekkorps. Hij was de eerste voorzitter van Les Vrais Amis Constants en zorgde ervoor dat de fanfare verder groeide.

Op 17 mei 1810 verwelkomde het muziekkorps keizer Napoleon en keizerin Marie-Louise aan de Aalsterse stadspoorten.

Commandostok[]

De vlag, het kostuum, de commandostok en het tonnetje van de cantinière (©khdoga.be)

In 1815 brachten enkele leden van Les Vrais Amis Constants een bezoek aan het slagveld van Waterloo, waar een paar dagen eerder de slag van Waterloo had plaatsgevonden. Tussen de overblijfselen, vonden ze er de commandostok van de hoofdtrommelaar van de Keizerlijke Garde. Deze stok werd meegenomen naar Aalst, waar hij overhandigd werd aan tamboer-majoor Joost De Paepe. De Paepe droeg vanaf dan de stok bij zich tijdens optochten en uitstappen. Sindsdien werd het muziekkorps in de volksmond De Oude Garde genoemd; deze naam zou uiteindelijk de bovenhand krijgen op Les Vrais Amis Constants. De commandostok werd lange tijd bewaard in het archief van de Oude Garde en in 2015 werd hij aan het Stedelijk Museum van Aalst geschonken.  

De Oude Garde nam in 1817 in Lokeren voor het eerst deel aan een wedstrijd. Ze wonnen daarbij meteen de eerste prijs. Hun lokaal was La Boîte de Carton bij Hippoliet Rogghé in de Zonnestraat en verhuisde in 1882 naar Au Comte d'Egmont op de Grote Markt. De harmonie kende enkele moeilijke jaren en in 1820 scheurde enkele leden zich af om een nieuwe maatschappij te stichten: de Jonge Garde. Door deze afscheuring moest de Oude Garde voor 1200 frank nieuwe instrumenten kopen. Het zat er bovenarms op tussen de twee muziekverenigingen en op de vergadering van de Oude Garde werd aan de leden verboden om de naam Jonge Garde voortaan nog te vernoemen. Toen Hippoliet Rogghé enkele repetities van de Jonge Garde had bijgewoond, werd hij zelfs uit de Oude Garde gezet.

Fanfare van de Burgerwacht[]

Van 3 augustus 1830 tot 3 januari 1831 kwam de Oude Garde niet meer samen, door de Belgische Revolutie. Hierdoor daalde het ledenaantal, waardoor slechts nog een 20-tal leden de algemene vergadering bijwoonden. De Oude Garde had nauwe banden met De Napoleonisten, een maatschappij die in 1843 opgericht was door 111 oud-soldaten van Napoleon. Net zoals De Oude Garde vergaderden ze in het lokaal van Rogghé in de Zonnestraat. Verschillende malen waren beide maatschappijen samen te zien, waarbij het muziekkorps van De Oude Garde de Napoleonisten vooraf ging.

Toen de laatste Napoleonist in 1882 stierf, kwam het vaandel (de Franse vlag met daarop de letter N) en de schilderijen 'La Garde meurt, mais se ne rend pas' en 'Napoleonistes Malades' in het bezit van de Oude Garde. In 1919 droeg De Oude Garde deze vlag voor het laatst met zich mee, bij een doortocht van de Franse overhijd. Het muziekkorps werd daarbij begroet door de toenmalige Franse president Poincaré.

Op 12 juni 1837 werd de harmonie omgevormd tot fanfare, onder leiding van muziekmeester N. Van Maldegem, en op 1 juli 1875 sloot het bestuur van de Oude Garde een overeenkomst met kolonel Van Assche van de Burgerwacht. Hierbij werd de fanfare uitgeroepen tot muziekkorps van de Burgerwacht.

Reuzen en Ros Balatum[]

(©Aalst in oude Prentkaarten - J. Ghysens)

In 1887 vierde de Oude Garde haar 100ste verjaardag en dit vierden ze met de organisatie van vier feestzondagen in Aalst. De eerste feestzondag vond plaats op 4 september en bestond uit een muziekconcert op de Grote Markt en een feestmaaltijd. De zondag daarop werden verschillende muziekverenigingen uitgenodigd voor een festival voor fanfares, harmonieën en zangkoren en op zondag 19 september richtten ze een bal in. De vieringen werden afgesloten op zondag 26 september met een uitstap naar Leupegem.

In 1888 hadden de Aalstenaars aan Dendermonde gevraagd om het Ros Beiaard van Dendermonde te laten meelopen in een Aalsterse optocht, maar de stad Dendermonde weigerde dit. De Oude Garde besloot daarom om zelf een Ros Beiaard te laten bouwen. Ze gaven Hippoliet Rogghé de opdracht om een Ros Beiaard en een reuzenpaar te bouwen voor Les Vrais Amis Constants. In 1889 waren de reuzen Polydoor, Polydora en Polydoorken en het Ros klaar. Ze zouden de Oude Garde tot het begin van de 20ste eeuw begeleiden bij hun optochten

In 1889 verhuisde de Oude Garde naar zaal Concordia, waaraan ook een grote tuin verbonden was. Toen Odilon Van der Schueren in 1905 eigenaar werd van Concordia, werd de zaal zelfs gratis ter beschikking gesteld van de fanfare. Van der Schueren nam in december 1918 ontslag als voorzitter van de Oude Garde, waardoor hij Concordia niet meer gratis ter beschikking stelde. Hij zou de zaal kort nadien verhuren aan cinema Palace, waardoor de Harmonie opnieuw verhuisde naar de Graaf Van Egmont.

Bron: De Dendergalm - 25/02/1906

In het begin van de 20ste eeuw organiseerden de verschillende politieke partijen uitstappen met muziek tijdens de Vastenavonddagen. De Oude Garde was verbonden aan de liberale partij en ging jaarlijks met deze partijleden rond in Aalst tijdens de vastenavondfeesten.

Vanaf dan maakte de Oude Garde er de traditie van om enkele optochten te organiseren tijdens de Vastenavondviering. Op zaterdag openden ze de festiviteiten met een eerste rondgang en in de dagen daarop vond hun Vastenavondbal plaats in de zaal van Hippoliet Rogghé in de Zonnestraat. Tijdens het verkleed bal werd een koning en koningin van het bal gekozen. Op dinsdag ging de Oude Garde dan een tweede keer rond in de stad, waarbij ze vergezeld werden door gemaskerde Aalstenaars.

Sinds 2009 begeleidt De Oude Garde niet meer jaarlijks de Voil Jeanettestoet, maar om de twee jaar. In de even jaren mogen ze de Voil Jeanettestoet vooraf gaan en in de oneven jaren openen ze de Winterfoor. De vraag voor deze optochten gebeurt door de VAM (Vereniging van Aalsterse Muziekmaatschappijen), om zo elke muziekvereniging de kans te geven. Meestal zijn er maar 2 kandidaten, waardoor De Oude Garde tot 2020 jaarlijks één van deze twee optochten toegewezen kreeg. In 2021 gingen de optochten niet door, omwille van de coronapandemie. Op de zaterdag voor carnaval houden ze jaarlijks een optocht met hun cantinières.[1]

Harmonie tijdens interbellum[]

De Oude Garde in 1920 (©Koninklijke Harmonie De Oude Garde Aalst (Vandervoort A. & Ghysens J.)

Op 14 januari 1913 kreeg Les Vrais Amis Constants de titel van koninklijke maatschappij, maar daarna zouden moeilijke tijden aanbreken. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd het verenigingsleven immers lam gelegd. In 1916 slaagde ondervoorzitter Isidoor Van Trappen er toch in om de wekelijkse repetities terug in te voeren. De repetities konden niet meer doorgaan in zaal Concordia, omdat dit ingenomen was door de bezetter. In 1918 werd een vast repetitielokaal gevonden in de gebouwen van de Kindertuin in de Korte Zoutstraat. Tot Wapenstilstand zou men hier blijven repeteren. Twee dagen na Wapenstilstand, op 13 november 1918, vergaderden de bestuursleden van De Oude Garde om de werking van de fanfare opnieuw op te starten. In januari 1919 werd dan onder leiding van een vernieuwd bestuur met voorzitter Isidoor Van Trappen verder gewerkt aan de uitbouw van de vereniging.

Het banket van de Oude Garde in 1947 (©Helena Coppens)

Tijdens de Vastenavondfeesten van 1922 liep Les Vrais Amis Constants voor het laatst een optocht als fanfaremaatschappij. Onder leiding van Ferdinand Coessens werd de fanfare omgevormd tot harmonie. In 1925 ging kreeg de harmonie een serieuze financiële injectie, door de steun van de Liberale Vakbonden, Liberaal Ziekenfonds, de Wijkclubs, Voor Taal en Vrijheid, de Liberale Jonge Wacht en St.-Servatius. Zo kon de Oude Garde in 1937, voor haar 150 jarige bestaan, uitpakken met een muziekfestival, waaraan tientallen muziekkorpsen deelnamen. Het zou één van de mooiste realisaties in de geschiedenis van de Oude Garde worden.

De Tweede Wereldoorlog zorgde opnieuw voor het stopzetten van de activiteiten van de harmonie, maar ondanks de oorlog bleven enkele leden van de Oude Garde geregeld samenkomen om te repeteren. Bij de bevrijding van Aalst (begin september 1944) en het einde van de oorlog (8 mei 1945) heerste er een grote feeststemming in Aalst. De dag na de vlucht van de Duitsers, was de Oude Garde het eerste muziekkorps dat de stad doorkruiste, gevolgd door een enthousiaste menigte. Op 9 mei 1945 hield het korps een concert op de Grote Markt, gevolgd door een Kloefkesbal.

Carnavalsbals, reuzen en cantinière[]

Nicole Schellinck werd cantinière in 1958 (©Archief Lieven Goubert)

De harmonie besloot haar activiteiten uit te breiden en op 26 januari 1948 organiseerde ze een eerste cabaretavond. Vier maanden later vierde de Oude Garde Vastenavond, met de inrichting van een groot verkleed bal op 14 februari. Hiermee hernamen ze de traditie om een Vastenavondbal te organiseren. Het bal zou opnieuw een jaarlijkse gewoonte worden. Vanaf 1952 werd op het bal van de Oude Garde ook een cantinière gekozen. Deze figuur verwijst naar de cantinières vanuit de tijd van Napoleon. Deze vrouw, die vaak de echtgenote was van een officier, vergezelde de legereenheden om de soldaten tijdens de pauzes te voorzien van eten en drinken. Om een hevige verkiezingsstrijd te voorkomen, koos de harmonie steeds op voorhand al een cantinière. Hierbij werd vaak de voorkeur gegeven aan een echtgenote of vriendin van een lid van de harmonie.

Philippus en Madelon (©De 75 Stoeten van Aalst - Dokumentatiecentrum Aalst Karnaval)

In 1956 kocht toenmalig voorzitter Edmond Steleman een reuzenpaar aan: Reus Philippus en Reuzin Madelon. De reuzen liepen hun laatste stoet in 1978, de 50ste stoet van Aalst. Emilia Brulin bood tijdens die stoet de vorsten een tonnetje van de Cantinières aan. Dit zou daarna echter voor discussie zorgen op de volgende bestuursvergadering. Men vond immers dat de voorzitter van de Oude Garde dit had moeten doen. Daarom werd beslist om de cantinières uit te nodigen voor een gesprek, zodat er een verbindingspersoon aangesteld kon worden voor alle activiteiten die de cantinières organiseerden of planden.

In een bestuursvergadering van 27 januari 1976 werd het carnavalsbal in vraag gesteld. Onder impuls van Edmond Steleman werd de traditie van het bal behouden, maar in de jaren '80 zou het toch verdwijnen. Het laatste carnavalsbal van de Oude Garde werd georganiseerd op 5 maart 1984. Het bal was verlieslatend geworden, waardoor het niet meer georganiseerd werd.[2][3]

K.H. DOGA[]

De Oude Garde in 2018 bij de aankomst van Sint-Maarten in Aalst (©khdoga.be)

In 2005 werd Les Vrais Amis Constants omgedoopt tot Koninklijke Harmonie De Oude Garde, of kortweg K.H. DOGA. De Harmonie zou voortaan de klemtoon leggen op re-enactment, of het naspelen van de geschiedenis. 

Binnen de Koninklijke Harmonie ‘De Oude Garde Aalst’ werd in 2008 het broederschap Dirk Doga opgericht.  De muziekmaatschappij bood aan alle verenigingen de kans om een beeldje van Dirk Martens aan te kleden met hun eigen uniform. Het aangeklede beeldje werd dan een jaar tentoongesteld in het museumcafé De Graaf van Egmont. Nadien werd het bijgezet in de verzameling van het verenigingslokaal. Op het boek dat het Dirk Martens-beeldje in de hand droeg, stonden de letters KH DOGA.

Afscheuring van de cantinières[]

De cantinières van de Oude Garde (©Het Nieuwsblad - 22/03/2009)

In 2009 scheurden de cantinières zich af van DOGA, omdat ze vonden dat ze te weinig aandacht kregen binnen de harmonie. De cantinières richtten een eigen vereniging op: Cantinières van d'aa Garde'. Beide verenigingen kiezen nu jaarlijks een eigen cantinière. De laatste cantinière van K.H DOGA werd gekozen in 2017, daarna zou een gebrek aan kandidaten of ziekte roet in het eten gooien. In 2021 zou er opnieuw een cantinière aangesteld worden, maar de coronaepidemie gooide roet in het eten.

In 2017 werd de Oude Garde op het festival Kattepeper, tijdens de Aalsterse Topdag gehuldigd voor haar 230ste verjaardag. Na de afscheuring van de cantinières had de harmonie het moeilijk, maar onder het voorzitterschap van Marc Van Damme en daarna Richarda Amant begon de groep aan een remonte.

Kostuums[]

Oude Garde jaren '50.jpg

Toen de Oude Garde op 1 juli 1875 als muziekvereniging van de Burgerwacht werd aangesteld, beschikten ze over een uniform dat bestond uit een blauwe kiel met rode biesjes. Daarvoor hadden ze vermoedelijk al een eigen uniform, maar daar is weinig over bekend. In 1877 is er sprake van een groen uniform.

In 1953 koos men voor een nieuw uniform, naar een suggestie van feestbestuurder Louis De Ridder, dat opnieuw aanknoopte bij de oude traditie. De halsdoeken en de uniformen (blauwe kielen) werden gemaakt door Louis De Ridder en de laarzen werden geleverd door Jan Boulembercq. Voorzitter Edmond Steleman schonk de mutsen. In april 1978 werd beslist om dit uniform enkel nog tijdens Vastenavond aan te trekken.

2017 (©Het Laatste Nieuws - 28/04/2017)

In 2017 schafte K.H. DOGA nieuwe kostuums aan. De Oude Garde is vandaag gekleed in een kostuum dat doet terug denken aan de periode van de Franse keizer Napoleon en de strijders uit 1830. Het uniform is gebaseerd op dat van een Franse soldaat. De muzikanten worden vergezeld door tamboers, bedelaars en vaandeldragers om de geschiedenis zo goed mogelijk na te spelen. De tamboers dragen een hoed met pluim, de soldaten een hoedje met pompon.

Varia[]

  • In 1955 bracht De Oude Garde een plaat uit. Op de A-kant speelden ze de hymne van Prins Carnaval en op de B-kant de Carnaval Wals. Het lied van Prins Carnaval werd gespeeld en gezongen op de Prinsenverkiezing van 1957. Het was de eerste Aalsterse carnavalsplaat, weliswaar met beperkte zang.
Harmonie_De_Oude_Garde_–_Carnaval_Wals_1955_Aalst

Harmonie De Oude Garde – Carnaval Wals 1955 Aalst

Harmonie_De_Oude_Garde_–_Prins_Carnaval_1955_Aalst

Harmonie De Oude Garde – Prins Carnaval 1955 Aalst


  • Op 13 februari 1968 nam het bestuur, op voorstel van erevoorzitter Edmond Steleman, de beslissing om de naam Oude Garde op al het drukwerk en briefhoofd te zetten, in plaats van Les Vrais Amis Constants.
  • In 1977 vroeg Simon D'hondt aan de Oude Garde om de Prinsencaemere te begeleiden op hun Prinsendag van 1978. Dit zou daarna nog een aantal jaren gebeuren.
  • De Matotten kozen er in 1981 voor om de Cantinières uit te beelden in de stoet, onder het thema 'Bleif Van mè Gat Of ik Sloon Mé Mè Vat'. Dit thema was niet naar de zin van oud-voorzitter en schepen Gaston Van den Eede, die erop aandrong om de naam van het thema te veranderen. Zo werd er geen thema vermeld bij De Matotten in de carnavalsbrochure.
  • In tegenstelling tot andere jaren hield De Oude Garde in 1948 geen optocht op de zaterdag voor carnaval. In plaats daarvan organiseerden ze een maaltijd in De Graaf van Egmont.[4]
  • In 2017 beeldde AKV Schie'dj Oit het thema D'Aa Garde in groeite form uit, naar aanleiding van de 230ste verjaardag van de Oude Garde.

Redactie[]

Tekst en foto's[]

  • Tekst: Sören Delclef - AjoinPedia
  • Foto's: khdoga.be, Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws, Archief Lieven Goubert, De 75 Stoeten van Aalst (DAK), Helena Coppens, Aalst in oude Prentkaarten (Ghysens J.), Koninklijke Harmonie De Oude Garde Aalst (Vandervoort A. & Ghysens J.), Stadsbeelden uit het Verleden (Van Den Steen J.)

Bronnen[]

  1. Richarda Amant, voorzitster K.H. DOGA
  2. Ghysens J. (2002), Aalst 1920 - ‘40, Genootschap voor Aalsterse Geschiedenis
  3. Vandervoort A. & Ghysens J. (1987), Koninklijke Harmonie De Oude Garde Aalst
  4. Het Laatste Nieuws, 8 februari 1848
Advertisement