Wikia


Domien Bogaert
Den Houilleschoiter
(Foto: Omslag Het Aalsters Volksleven, Jos Ghysens)

Gekend van:

Muzikaal duo Domien & Angelique, den Houilleschoiter (bijnaam)

Domien Bogaert (°19/03/1849-†21/05/1927) was in Aalst gekend als den Houilleschoiter. Samen met zijn vrouw Angelique was hij één van de bekendste Aalsterse straatmuzikanten in het begin van de 20ste eeuw. Het Stemmingstrio zingt over hen in het lied 'D'Hoeige Vesten' en ook in andere liedjes komt dit duo voor.

Straatmuziek Edit

Voor het bestaan van de platen en cd's moest men voor muzikaal vertier naar de markten, kermissen en jaarmarkten, waar de straatzangers verhalen bezongen voor de voorbijgangers. In Aalst waren deze zangers elke zaterdag te vinden aan de Oude Schouwburg aan de Hopmarkt en aan de kiosk op de Grote Markt. Op zondag stonden zij de kerkgangers op te wachten aan de St. Martinuskerk en de St. Jozefskerk. De namen van vele straatmuzikanten gingen verloren, maar die van Domien en Angelique bleef bestaan. Zij werden in het begin van de twintigste eeuw één van de bekendste duo's der Aalsterse straatmuzikanten.

Den Houilleschijter Edit

Domien was een stofverver, afkomstig uit Lede. Rond 1890 belandde hij in Aalst, waar hij gedurende een korte tijd aan de Ledeweg woonde. In 1891 werd hij uit het Aalsterse bevolkingsregister uitgeschreven, omdat hij op dat moment in Wallonië verbleef. Op 24 juli 1891 trouwde hij met Maria De Smet. Het echtpaar vestigde zich aan de Hoge Vesten nr. 53. Domien was ondertussen horlogemakersgast. Zijn vrouw stierf in 1912, waarna hij enkele maanden later hertrouwde met Angèlica Ardaens, die in Aalst bekend stond als bedelaarster.

Domien trok in bij Angelique in de St.Jobsteeg, die toen 'Den Hieten Oeven' genoemd werd (de huidige Arbeidstraat), maar het echtpaar woonde daarna nog op verschillende plaatsen in Aalst. In 1925 verhuisden ze naar de St Annaweg in één van de zogeheten 'Zeiven Hoizekes', waarna ze bij de aanleg van de St Annalaan verhuisden naar de barakken in de buurt van de kerk van Mijlbeek. Domien overleed er op 21 mei 1927. Tussendoor zou het koppel ook nog gewoond hebben in het Uilenpoortje in de Peperstraat.[1]

Angelique etiket

Domien en Agelique op een affiche voor het aperitief 'Angelique' (Bron: Het Aalsters Volksleven 1, Jos Ghysens)

Om een centje bij te verdienen, besloot het paar om een muzikaal duo te vormen. De twee schuimden de markten en herbergen af, om er te bedelen in ruil voor hun muziek. Domien leerde zichzelf trommel spelen, waarbij hij al vlug zeer behendig met zijn trommelstokken kon omgaan.

Domien werd in Aalst den Houilleschijter genoemd. Aan de Hoge Vesten verzeilde Domien op een zeker avond met zijn vrouw Angelique in een herberg om er te bedelen. Angelique mocht na hun muziek rondgaan om geld op te halen bij de klanten, maar Domien was niet tevreden met de hoeveelheid geld, die ze had opgehaald. Hierop strafte hij haar door met zijn trommelstokken op haar vingers te tikken. Een paar grapjassen hadden dit zien gebeuren en wilden Domien op zijn beurt straffen. Toen Domien even weg was deden ze hun gevoeg in zijn hoed. Domien werd vanaf dan den Hoejenschijter genoemd, dat in de volksmond vervormd werd tot Houilleschijter (houille = steenkool).[2]

Tijdens het trommelen zat Domien op zijn wandelstok. Vaak gebeurde het dat kinderen riepen van "Houlleschoiter!", terwijl het duo muziek aan het spelen was. Elke keer dit gebeurde werd Domien kwaad.[3]

Liedjes Edit

Angelique & Domien

'Oeiljeschoijter en Angélique', uit Volkstypen en Vaartkapoenen uit Aalst (Philip De Paepe). Op het schilderij werden de instrumenten van Domien en Angelique omgewisseld. Het was Domien die de trommel bespeelde en Angelique die aan het orgel draaide.

Het muzikaal duo werd zelf verschillende keren gebruikt in de straatliedjes van andere muzikanten.

Zo werd bijvoorbeeld de legende van hun eerste ontmoeting bezongen. Het refrein ging als volgt: Zij was schoon en fiks, zoete Angeliek. Och toch, ik zie a toch zo geren Angeliksken. Mijn lief chiksken, blijf bij mij. Als ik uw ogen bezie, mijn liefste krieksken, dan wordt Domien wel zot van a. Ik heb zo een klein automatiksken; een muzieksken, troulala. Ge moogt er op spelen, kost a niksken. Een wals of ne mazurka, juffra.

G. Mortier en S. De Witte zongen 'het lied van den Houilleschijter'. Het refrein verschilde steeds. In het begin van het liedje ging het van 'Den Houilleschijter, mee Angelique. Ne fellen bijter, ne vogelschrik. Trokken te samen gezwind voorbij. Van waar ze kwamen, dat wisten zij." Naar het einde toe werd dit "Den Houilleschijter, dat es ne vent. Ne fijne pleiter, alom bekend. Hij gaat bij Strooikes achter den blik. En vangt de vlooikes van Angelique.[4]

In 1924 schreef Leon Boel het liedje 'Oilsjt is een Sjikke Stad'. Hierin wordt ook een strofe geweid aan Domien en Angelique; "Zoei wél as Brissel en as Géntj, mag Oilsjt hem oeik beroemen oever de schaa knols da g'allemool kéndj en die g'alle daugen hoeirt noemen: Den Hoeileschoiter, pardon Dominique En Sjozze die kaasen kaan mozen. De Felle Mok en Schoein Angelique, die vangt heer vloein mé vergroeitgelozen."

Het Stemmingstrio gebruikte in 1974 een fragmentje uit 'het lied van de Houilleschijter' voor hun lied 'd'Hoeige Vesten'. Ze zongen "Den oeileschoiter, en Angelik. De fellen boiter, de voegelschrik. Trokken te saumen de bossen in. Om te genieten van de zoete min."

Varia Edit

  • Cuvee Angéliqu

    Cuvée Angelique, met op het etiket Domien en Angelique

    In 1925 werden Domien en Angelique gebruikt om reclame te maken voor een aperitief, dat de naam van Angelique kreeg. Op de affiche werden ze in zowel het Nederlands als het Frans beschreven als 'de twee vermaardste musico's van het Aalstersche'. De twee stonden ook afgebeeld op de fles van het aperitief, dat gemaakt werd door likeurzaak L. Vincent uit de Arbeidstraat.
  • In 2006 werd het bier Cuvée Angelique gebrouwen in brouwerij De Glazen Toren door de vrouwelijke leden van de Zythos-vereniging Objectieve ProefAjuinen (OPA) in het kader van hun project “Vrouwen brouwen'. Op het etiket van het bier staan Angelique en Domien afgebeeld.

Bronnen Edit

  1. Volkstypen en Vaartkapoenen uit Aalst, Philip De Paepe
  2. Aalst op zen Oilsjters, Jos Ghysens & Frans Wauters
  3. Waar is de tijd, 1000 jaar Aalst, Waanders Uitgevers in samenwerking met de stad Aalst
  4. Het Aalsters Volksleven 1, Jos Ghysens
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.