Wikia


In 1968 ging het Driekoningenfeest door op 6 januari om 20u. in de Belfortzaal. Op dit Driekoningenfeest zouden de kandidaten voor de titel van Prins Carnaval 1968 voor het eerst voorgesteld worden aan het publiek. De politici, pers, leden van het Feestcomité en afgevaardigden van de Aalsterse Komische Groepen kregen van de stad hutsepot voorgeschoteld.

Vertegenwoordigers van de Komische Groepen Edit

Naast de avondmaaltijd en de voorstelling van de kandidaten Prins Carnaval, werd de avond opnieuw gevuld met enkele ludieke speeches van carnavalisten en politici.

Gust Van der Stock had voor burgemeester Frans Blanckaert een schotel fris gesneden diepvriesgras meegebracht. Hij overhandigde dit aan de burgemeester met de boodschap dat hij het gras niet van voor zijn voeten mocht laten wegmaaien. Volgens Gust waren de schapen op stal, omdat het gras op het Aalsters openluchtcultuurcentrum schaars geworden was, waarmee hij verwees naar de plannen voor een cultuurcentrum in de Molenstraat. Schepen en Feestcomité-voorzitter Gilbert Claus had zich ook uitgedost volgens dit thema, hij verscheen als een schapenboer.

De Sloebers animeerden de zaal met een eigen versie van het kerstliedje 'de herdertjes lagen bij nachte'. De herdertjes waren in hun versie vervangen door ministers die bij nachte vergaderden. De tekst ging als volgt: "Ministers vergeerden bij nachte, ze'n hooin gien ploot nemier. De stienweigen mosten mor wachten, ze voelden heer ni fier. Ten steldjegen ienen veeren, de radiotaks op te sloon. Hij zoi: we kennen insj probeiren, anders zemmen der toch oon."

Ook Piet Moereels had een ludieke speech voorbereid. Hij had het over een dialoog tussen Dirk Martens en 'Champetter Stien' op de Grote Markt. Ook de Teeny-club en carnavalgroep d'Elementen zorgden ervoor dat het publiek zich niet verveelde.

Kandidaten Prins Carnaval Edit

Voor het eerste zouden op het Driekoningenfeest de kandidaten Prins Carnaval voorgesteld worden aan het publiek. Luc Peirlinck, Edmond De Smedt, Rudolf Maes en Kamiel Sergant mochten zich zo een eerste keer laten tonen aan het publiek. Het was echter vooral Kamiel Sergant die succes oogstte bij het publiek. Kamiel, die reeds 2 keer Prins Carnaval geweest was, bracht een sketch waarin hij een sportverslaggever van de televisie was.

In de Belfortzaal zat naast de politici en vertegenwoordigers van de Aalsterse Komische Groepen ook een Brugse carnavalvereniging. Het Feestcomité had immers de Totetrekkersgarde uitgenodigd op het Driekoningenfeest. De Totetrekkersgarde noemde zichzelf de eerste Brugse carnavalvereniging en reikten jaarlijks de titel van Doctoris Humoris Causa uit, een titel die Gust Van der Stock (1962), Marcel De Bisschop (1963) en Honoré De Staebele (1966) reeds gekregen hadden.

Het Driekoningenfeest was alweer geslaagd en ook de voorstelling van de kandidaten Prins Carnaval werd gesmaakt door het publiek. De organisatoren zouden hier dan ook voortaan een jaarlijkse traditie van maken.[1]

Bronnen Edit

  1. De Gazet van Aalst, 13 januari 1968
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.