Wikia


Frans (Fransky) De Boitselier (°1906 - †1962) was de eerste Aalsterse Keizer Carnaval, nadat hij driemaal Prins Carnaval werd in 1954, 1955 en 1956. Fransky was de eerste prins die op carnavalsmaandag de zieken en de ouderen een bezoek bracht en startte de traditie van de nominetten.

Denderleeuw Edit

Frans De Boitselier was wel geboren in Aalst, maar was eigenlijk afkomstig van Denderleeuw. Hij kwam in Aalst terecht door zijn huwelijk met Honorine Beeckman, die net als Frans goed kon dansen, en vestigde zich aan het Keizerlijk Plein, waar zijn vrouw een kapperszaak had. Aanvankelijk was hij vertegenwoordiger bij brouwerij Concordia, maar later werd hij groothandelaar in wijnen en aperitieven.

Fransky & Charly Edit

Fransky, zoals zijn artiestennaam klonk, werd aanvankelijk bekend als kunstdanser. Fransky was als solist in verschillende shows te zien, maar in de jaren 1930 werd hij samen met Charles Van Steenbergen bekend als het komische dansduo Fransky en Charly. Het duo was in die tijd enorm populair in Aalst; op verschillende bals en kermissen werden zij uitgenodigd om hun danskunsten en andere talenten te laten zien. In 1938 traden Fransky en Charly op bij het avondmaal van de Buckensvrienden, een supportersclub van Eendracht Aalst, en zong Fransky een liedje over Adolf De Buck, één van de spelers van Aalst.

Cabaret en revue Edit

Lotj ons lachen

Enkele spelers uit de revue 'Lotj Ons Lachen". Vooraan: Omer Dierick en Frans De Boitselier; Achteraan: Antoon Van den Broeck, Modest Beeckman, Jeanne Mertens, Jan Beeckman en Charles Van Steenberghe. (Foto: Het Aalsterse Volksleven 1, Jos Ghysens)

Frans stond dan ook bekend als een rasechte entertainer. Zo stond hij bijvoorbeeld in 1940 met een groep soldaten op de planken tijdens de eerste militaire cabaretavond in Erembodegem. Fransky en zijn soldaten waren één van de hoogtepunten van dit cabaret. De Volksstem schreef hier het volgende over: "zonder te vergeten heer Frans De Boitselier (Fransky) met zijn groep soldaten, die de begeestering ten top deden stijgen".[1][2]

Onder impuls van Gustaaf De Stobbeleir voerden enkele leden van toneelgezelschap 'Voor Taal en Vrijheid' twee spektakelrevue's op, onder de benaming van Aalsterse Revueliefhebbers. In 1949 vervoegden Fransky en Charly het gezelschap voor de tweede revue 'Lotj Ons Lachen'.[3] Samen met Modest Beeckman (toneelleider), Gustaaf De Stobbeleir (inrichter) en Frans Van Cauwenberg (muziekoverste) werd het duo Fransky en Charly bij de première geëerd door de burgemeester van Doel en de secretaris van het Comité tot oprichting van het eerste Britse monument in België gehuldigd. De vijf heren ontvingen een gouden medaille en een herinneringsdiploma.

Hij regisseerde ook eens een cabaret van de brandweer, Fransky koos de kleinste en grootste leden en liet hen met korte rok en zware botten ballet dansen.

Fransky was steeds present op verschillende bals, kermissen, feesten en revues, waardoor hij een gekend figuur was in Aalst.

Keizer Fransky Edit

Reeds voor de Tweede Wereldoorlog was Frans actief als carnavalist. Frans leerde Vastenavond vieren door zijn vriend Charles Van Steenbergen. Charles vierde Vastenavond steeds met Emiel Kiekens, die de bijnaam Witte Miel had, waarna Frans het duo vervoegde. Het trio verkleedde zich steeds volgens een bepaald thema en trokken van café naar café. Ze bezochten op carnavalsmaandag ook steeds de Winterfoor, waar ze vaak fratsen uithaalden.

Charles en zijn gezelschap waren tijdens Vastenavond vaak als clown verkleed.

Samen met zijn vriend Robert Renoncourt zou hij achter het idee zitten om in Aalst een Prins Carnaval aan te stellen tijdens Vastenavond. In 1953 volgde het Feestcomité en werd Robert als eerste prins carnaval aangesteld.

Mister Dancy Edit

1954-1 Mister Dancy

(Foto: Collectie Eddy Temmerman)

In 1954 werd de Prins niet aangesteld, maar werd er een verkiezing georganiseerd, die doorging in zaal Madelon. De verkiezing gebeurde toen nog niet door het Feestcomité, maar was een initiatief van Gustaaf De Stobbeleir en Clementine De Groot (in Aalst gekend als mevrouw Pletsier) en de Bond der Politieke Gevangenen. In 1954 stelde Frans zich kandidaat voor de eerste verkiezing van Prins Carnaval. Onder de schuilnaam Mister Dancy haalde hij de Prinsentitel binnen met 208 punten. Hierbij liet hij o.a. de Ajuinboer (136 punten) achter zich, die achteraf felle kritiek had op Fransky. Albert Verbestel insinueerde immers dat Fransky het met de nodige politieke steun gehaald had, waarna Albert besliste om zich nooit meer kandidaat te stellen voor de titel van Prins Carnaval. De organisatie was toen nog erg gebrekkig. Zo moest Fransky alles uit eigen zak betalen; zijn kostuum, zijn verplaatsingen en het verteer.
Fransky met koets

Mister Dancy (Bron: Archief Lieven Goubert)

Een paar dagen na zijn prinsentitel schreef Fransky een open brief naar burgemeester Oscar De Bunne. In de brief maakte Fransky zijn eisen bekend aan de burgemeester. Hij had een commissaris van het Feestcomité alvast opdracht gegeven om deze door te geven aan de burgemeester.
  1. Hij vroeg aan de burgemeester om hem met een open rijtuig te komen afhalen aan zijn huis op carnavalszondag.
  2. Bij zijn aankomst op de Grote Markt moest de beiaard spelen.
  3. Hij eiste van de burgemeester dat de café's in de nacht van dinsdag op woensdag tot één uur 's nachts mochten open blijven.
  4. Autobestuurders die een overtreding begingen op carnaval zouden niet beboet worden, maar er met een waarschuwing vanaf komen.
  5. Op carnavalszondag mocht er enkel schuimwijn aangeboden worden aan de Prins.
  6. Hij vroeg ook om zijn medekandidaten voor de Prinsentitel zouden uitgenodigd worden op de eretribune.[4]

De organisatie leerde uit hun fouten en voorzag voor de verkiezing in 1955 voor een vergoeding voor de Prins. De Prins van 1955 zou zes paar kousen, drie rode en drie witte flessen Martini krijgen.[5]

Don Juan en Graaf van Aalst Edit

1955 Don Juan

De volgende jaren, in 1955 en 1956, deed Fransky dit kunstje nog 2 keer over. In 1955 onder de schuilnaam Don Juan (hij haalde het toen o.a. van zijn zoon Jean-Paul) en in 1956 als Graaf van Aalst. Doordat hij drie keer Prins geworden was, werd hij in 1956 aangesteld als Keizer Carnaval. Het leverde hem ook meteen een Prinsenwagen op, waarmee hij in de stoet mocht gaan. De wagen werd ontworpen door Marc De Bruyn.[6]

Bij zijn overwinning in 1954 liet Fransky een lintje, dat eigenlijk een naametiket was om in kledij te naaien, maken door de firma Nominette, die in Aalst gevestigd was tussen het station en De Werf. Hij zou dit ook laten doen in '55 en '56. Fransky deelde deze lintjes met carnaval uit aan de omstaanders. Fransky startte hiermee de traditie om Nominettes te laten maken, iets wat vele groepen en Prinsen hem nadeden.
Fransky 1955

Frans (aan de microfoon) werd in 1955 verkozen als Prins Don Juan. Links van hem herkennen we burgemeester Oscar De Bunne en de Cantinière van De Oude Garde, Nadine De Cock. (Het Aalsterse Volksleven 2, Jos Ghysens)

Dirk Martens Don Juan

Dirk Martens als Don Juan (Bron: http://madeinaalst.be)

De Draeckenieren haalden in 1956 een grap uit op 1 april. Ze hadden het standbeeld van Dirk Martens verkleed en hierbij de volgende boodschap geplaatst: "Na hier vele jaren te staan als de Aalsterse Zwerte Maan, veeg ik er m'n voeten aan, en kleed mij nu als Don Juan."

In die tijd werden de Prinsen nog gekozen omwille van hun kostuum en personage. Fransky wist duidelijk hoe hij zijn kostuum moest samenstellen en in '57 stelde hij zich voor iedereen die ook Prins Carnaval wou worden ter beschikking om zijn goede raad aan te bieden.[7]

Zieken en ouderen Edit

Mister Dancy

Frans De Boitselier als Mister Dancy in 1954

Fransky werd gezien als een vernieuwer, maar door zijn toedoen bleef de carnavalstraditie in Aalst ook bestaan. Fransky was de eerste die op carnavalsmaandag de ouderen in het rusthuis en de zieken in het ziekenhuis ging bezoeken. Fransky verzorgde hier steeds een klein optreden, waarbij hij danste op de tonen van een accordeon.

Frans had een groot hart, zo was hij ook peter van de verlaten kinderen in Asse. Frans ging voor deze kinderen elk jaar bij verschillende winkels en fabrieken in de omgeving speelgoed, kleding, enz. ronselen.

Expo '58 Edit

Fransky Foto Rutger Lievens

Fransky (rechts) en Sjalen Fantasie (links) als gewone carnavalisten begin jaren '50 (Bron: Het Laatste Nieuws - Repro Rutger Lievens)

In 1958 maakte België zich op voor de Wereldexpo in Brussel. Keizer Fransky, Marcel De Bisschop, de Zwalpeieren, de Lachers en de Loebassen besloten om Aalst te vertegenwoordigen en een bezoek te gaan brengen aan de Expo. Fransky en de Aalsterse groepen mochten van de Expo naar de Grote Markt van Brussel marcheren, terwijl het publiek hen toejuichte met 'Aalst is daar, de Ajuinen, Alost est là'.

De Lachers beslisten om een bezoek te brengen aan de Oberbayerntent van de Expo. Daar aangekomen zetten de Lachers meteen in met 'In Munchen steht ein Hofbrauhaus', waarbij de volledige tent meezong. Keizer Fransky ontpopte er zich tot een showkapelmeester, waarop hij een job aangeboden kreeg van de Duitsers. Fransky weigerde, want hij kon de Aalsterse groepen niet in de steek laten. Gezwind marcheerden de Aalstenaars terug richting 'Vrolijk België'. De feestvierders kwamen pas in de vroege uurtjes per bus terug van hun uitstapje.[8]

Groet aan de overleden carnavalist Edit

Kelders Fransky sjalen fantasy archief lieven Goubert

Fransky (uiterst rechts) met o.a. Alfred Kelders (midden) en Sjalen Fantasie (links, verkleed als clown) (Bron: Lieven Goubert)

In 1962 liet de gezondheid van Frans het niet meer toe om mee te gaan in de stoet. Hij had zich, gekleed in zijn Keizerspak, achter zijn raam gezet, vanwaar hij de vele carnavalisten begroette. Datzelfde jaar overleed Frans.

Fransky was een echt voorbeeld voor elke carnavalist en was geliefd als Prins en Keizer. Aalst was dan ook in diepe rouw, toen Frans in 1962 de strijd tegen een slepende ziekte verloor. Op zijn begrafenis beloofde Marcel De Bisschop dat men elk jaar op carnavalsmaandag bloemen op het graf van Frans zou leggen, net zoals hij vroeger op carnavalsmaandag de ouderen en zieken in de bloemetjes zette. Zo groeide de traditie om op carnavalsmaandag een groet uit te brengen aan de overleden carnavalist. Later verschoof deze traditie naar het weekend voor carnaval.

Bronnen Edit

  1. De Volksstem, 16 februari 1940
  2. De Volksstem, 22 februari 1940
  3. Het Aalsterse Volksleven 1, Jos Ghysens
  4. De Gazet van Aalst, 25 februari 1954
  5. Kroniek over een Aalsterse carnavalsgroep 'De Sloebers',
  6. De Gazet van Aalst, 17 januari 1955
  7. De Gazet van Aalst, 27 januari 1957
  8. De Gazet van Aalst, 25 september 1958
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.