Wikia


Frans De Vree (°05/08/1934-†13/03/2020) was een gekende Aalsterse kunstenaar, die overdag gewoon werkte als agent bij de Aalsterse politie. Zijn bekendste werk is Ondineke, uit de roman De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon.

Jeugd

Frans De Vree 12121975 DVP

(De Voorpost - 12/12/1975)

De jeugd van Frans, die geboren was in Aalst, werd getekend door de Tweede Wereldoorlog. Toen laagvliegende Duitse bommenwerpers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in Antwerpen dood en vernieling zaaiden, bevond Frans zich als kind van binnenvaartschippers op zesjarige leeftijd in de Scheldestad bij zijn grootouders.

De jeugd van Frans was hard. De oorlog, de vroege dood van zijn vader en jongere broer en tyfus duwden het gezin in armoede. Door het veel te vroege overlijden van zijn vader werd Frans hoofdzakelijk opgevoed door zijn grootouders. Deze stuurden Frans naar het VTI in Aalst.. [1]

Opleiding

Frans De Vree-0

(www.kunstuitaalst.be)

Frans liep vanaf 1949 school in het Vrij Technisch Instituut en volgde er tot 1953 de opleiding metaalbewerking-kunstsmid en lastechnieken. Frans leerde er de technieken van metaalbewerking, maar hij werd aangetrokken door de kunst. Tegen de zin van zijn grootouders, maar met de toestemming van zijn echtgenote Lil Van den Berg, besloot Frans om vanaf 1959 avondles te gaan volgen aan de Stedelijke Aademie van Aalst, waar hij les kreeg van o.a. Jozef De Schrijver, Modest Van Mulders, Leo Vindevogel en Marc De Bruyn. Hij spitste er zich toe op beeldhouwen en kunstlassen, in combinatie met zijn dagtaak van kunstsmid.

Frans De Vree JP Swirko

Frans De Vree in 2018 (©JP Swirko)

Marc bleek aanleg te hebben voor beeldhouwen en hij won in 1959 de Jozef Meganckprijs en in 1960 de Valerius De Saedeleerprijs. Frans zou zijn studies aan de Aalsterse kunstacademie vervolmaken in 1962. Thuis beschikte hij ondertussen over een klein atelier.

Toen Frans een vacature zag bij de politie, stelde hij er zich kandidaat, waarna hij agent werd bij de Aalsterse politie. Tijdens zijn politieloopbaan zag Frans veel leed, wat voor hem een inspiratiebron was voor zijn kunstwerken.

Kunstenaar

Christus Koning

Christus Koning van Frans De Vree (www.kunstuitaalst.be)

Frans experimenteerde als kunstenaar met heel wat materialen, zoals aluminium, koper, steen en hout, en maakte studiereizen naar Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Hij bewerkte koperen platen, waardoor er reliëf en expressie inkwam. Hij werd moreel gesteund door zijn vriend Jef De Wit, die kunstschilder was. In de gesprekken met Jef deed Frans nieuwe ideeën op.

Zijn werken werden beïnvloed door de oorlogstijd die hij meemaakte en zijn job als agent. Vooraleer hij aan een kunstwerk begon, maakte Frans eerst een schets op papier, waarna hij een voorontwerp in klei maakte om model te staan bij het maken van zijn kunstwerk. Hij tekende het kunstwerk eerst uit op een koperen plaat, waarna hij de plaat bewerkte met hamer en aambeeld om vorm te krijgen in het metaal. Aan één beeld was Frans ongeveer 2 maanden bezig.

Aanvankelijk maakte Frans abstracte werken, maar later schakelde hij over naar expressionistisch werk met verwijzingen naar het surrealisme. Veel van zijn beelden lijken onnatuurlijke wezens zonder ogen, die gekenmerkt zijn met open mond en wijd opengesperde neusgaten.[2][3]

De Roddelaars

De Roddelaars van Frans De Vree (www.kunstuitaalst.be)

Beeldhouwen is ook een beetje vertellen over oorlog en vrede, nijd en roddel, over wat een mens beleeft, liefheeft en haat, zoals De Vree met brille heeft gedaan. (uit Rapsodie voor Frans de Vree van Firmin Van der Poorten)[4]
Frans zag zijn kunst niet als commerciële objecten, waardoor zijn werken weinig tentoongesteld werden. Door deze manier van werken vrijwaarde hij naar eigen zeggen zijn artistieke vrijheid en vermeed hij door zijn publiek in een bepaalde richting gestuurd te worden. Door zijn beroep van agent bij de Aalsterse politie was hij ook niet financieel afhankelijk van de verkoop van zijn beelden.[5]

De Vermoorden en Ondineke

Ondineke

Ondineke in Erembodegem (©Guy Oosterlinck uit het tijdschrift Vlaanderen)

Twee bekende werken van Frans, De Vermoorden en Ondineke, zijn vandaag in Aalst terug te vinden.

‘De Vermoorden’ maakte Frans voor twee agenten, Luc Schamp en Patrick Lanckman, die neergeschoten werden aan de Colruyt in 1992. Het werk ligt in een glazen kast in de inkomhal van het politiecommissariaat.[6][7]

Op vraag van schepen van Cultuur Gracienne van Nieuwenborgh en Karel Baert ontwierp Frans in 1995 het koperen standbeeld 'Ondineke', ter ere van Louis Paul Boon. Ondineke is het hoofdpersonage uit de romans De Kapellekensbaan (1953) en Zomer te Ter-Muren (1956). De Vree had zich voor het standbeeld gebaseerd op Boons beschrijving in het boek Zomer te Ter-Muren. Het standbeeld werd op 13 mei 1995 onthuld, bij de kapel van Onze-Lieve-Vrouw Ter Muren in Erembodegem. Boon had zelf gewild dat het standbeeld daar kwam, hij had er zelf immers de laatste 25 jaar van zijn leven gewoond.

In 1999 werd het oorspronkelijke standbeeld van Ondineke vervangen door een bronzen replica, gegoten door Jo Van Geert, omdat deze beter bestand zou zijn tegen vandalisme. Het oorspronkelijke koperen beeld verhuisde naar het Stedelijk Museum.[8][9][10]

Louis-paul-boon-scheldeland-3015 3015 2 xl

Ondineke in het Stedelijk Museum (©Yves Verfaillie)

In 2001 werd het standbeeld van Ondineke aan de Kapellekensbaan beschadigd. De vlechtjes van het standbeeld werden afgebroken en men had getracht het standbeeld omver te trekken. Het beeld moest hersteld worden en werd op 15 mei 2002 terug op haar sokkel aan de Kapellekensbaan geplaatst. Toen Ondineke een tweede keer slachtoffer werd van vandalisme en daarbij een armpje verloor, besliste schepen Gracienne Van Nieuwenborgh om het beeld in september 2002 naar de binnenkoer van het stadhuis te verhuizen.[11][12][13]

De bronzen replica van Ondineke is vandaag nog steeds te zien op de binnenkoer van het voormalige stadhuis, terwijl het oorspronkelijke beeld in het Stedelijk Museum te vinden is.

Varia

  • Frans haalde in 1962 een onderscheiding in een wedstrijd uitgeschreven door het Sint-Annacomité van Aalst.
  • In 1975 won Frans de wedstrijd voor jonge beeldhouwkunst van het museum voor moderne kunsten in Sint-Martens-Latem. Met zijn werk 'De rechtvaardige rechter' won Frans 75 000 frank en werd hij Laureaat Prijs Vlaamse kleinskulptuur. Frans werd voor zijn overwinning uitgenodigd door schepen Van den Eede op het Aalsterse stadhuis. Een jaar later werd hij onderscheiden in het Nederlandse Bergen aan Zee.[14][15]
  • In oktober 2011 werd een huldetentoonstelling voor Frans georganiseerd in het Stedelijk Museum Aalst. Tegelijkertijd met de tentoonstelling stelde Jean Paul Van Der Poorten een huldeboek over Frans De Vree voor. Daarin werden werken van Frans gekoppeld aan gedichten van Firmin Van der Poorten.
  • Sint Benedictus 1979

    Sint-Benedictus van Frans De Vree (uit het tijdschrift Vlaanderen)

    In 1980 werd Frans geselecteerd voor een internationale beeldhouwwedstrijd, uitgeschreven ter gelegenheid van 'Benedictus Pater Europae'. Frans ontving er de derde eervolle vermelding. Datzelfde jaar werd hij ook tweede op de nationale beeldhouwwedstrijd ingericht door het August Vermeylenfonds in Oostende. In 1982 haalde hij er met 'De Roddelaars' de eerste prijs. 'De Roddelaars' was geïnspireerd op de zelfmoord van één van zijn leermeesters.[16][17]
  • De zonen van Frans, Erik, Pieter en Jan, waren oprichters van de carnavalsgroep Sjik.
  • Ooit werd een rooms-katholiek geïnspireerd werk van Frans in Westmalle gecensureerd. Nadat het werk op vele plaatsen in Europa tentoongesteld was, werd het in Westmalle geweigerd. ‘Romero’, een naaktfiguur met een mijter, mocht niet tentoongesteld worden in Westmalle, omdat er duistere krachten met het werk gemoeid zouden zijn. Even later was het werk wel te zien op de Grote Markt van Brugge.
  • In 2017 organiseerde het Stedelijk Museum van Aalst het evenement 'Maskerade - Het masker in de fantastische kunst'. Frans De Vree ontwierp hiervoor het beeld ‘Aalst, stad naar mijn hart (Oilsjt, stad no men ert)’. In het beeld toonde hij de dansende stad van carnaval met de Voil Jeanet die schots en scheef op haar fiets door de stad rijdt, getooid met haar onafscheidelijke attributen: een vogelkooi (een voegelmoit) en een haring (nen eirink).[18]
  • Frans maakte zelf een urne, waarin zijn as na zijn dood bewaard kon worden.

Redactie

Tekst en foto's

  • Tekst: Sören Delclef - AjoinPedia
  • Foto's: www.kunstuitaalst.be, De voorpost, tijdschrift ‘Vlaanderen’, Yves Verfaillie, het boek ‘Als je hart niet is van steen’ van Firmin Van der Poorten, JP Swirko.

Bronnen

  1. De Streekkrant, 26 oktober 2016
  2. De Voorpost, 13 september 1974
  3. De Voorpost, 27 februari 1976
  4. Van der Poorten F. (2001), Als je hart niet is van steen
  5. De Voorpost, 18 april 1980
  6. Het Laatste Nieuws, 7 november 2013
  7. Het Nieuwsblad, 29 oktober 2011
  8. Het Belang van Limburg, 22 april 1995
  9. Het Laatste Nieuws, 31 maart 1999
  10. Het Nieuwsblad, 31 maart 1999
  11. Het Laatste Nieuws, 17 april 2001
  12. Het Volk, 27 april 2002
  13. Het Laatste Nieuws, 13 september 2002
  14. De Voorpost, 12 december 1975
  15. De Voorpost, 30 januari 1976
  16. De Voorpost, 5 september 1980
  17. Nieuwe Gazet van Aalst, 3 september 1982
  18. Deze Week, 1 februari 2017
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.