Jean-Paul De Boitselier (°Aalst 07/10/1937 - †Aalst 25/07/1998) was Prins Carnaval in 1967 en 1970 en bracht de eerste Aalsters carnavalsplaat uit. Daarnaast maakte hij ook deel uit van de Prinsencaemere, het Feestcomité en de Draeckenieren. Hij was een rasecht entertainer met vele talenten.

Carnaval van kleins af

Jean-Paul op de arm van zijn vader Frans, met naast hem zijn zus Nadine in 1938 (©Bart Ravyts)

Jean-Paul De Boitselier was de zoon van Frans De Boitselier en Honorine Beeckman. Vader Frans was in Aalst gekend als danser en Keizer Carnaval, en grootvader Modest Beeckman was een gevierd toneelspeler.

Zo was Jean-Paul van kinds af al omgeven door carnaval, show, muziek en dans. Het zou hem inspireren om later ook zelf die weg op te gaan. Naast zijn vader en grootvader, keek Jean-Paul op naar gekende Vastenavondvierders, zoals Robert Renoncourt en de familie Rogghé. Zijn grote idool was de Nederlandse cabaretier Toon Hermans.

Op zijn kamer imiteerde Jean-Paul als kind reeds bekende artiesten en hij creëerde zelf kostuums uit opgescharrelde kledingstukken. Op zijn 13 jaar schreef hij ook eigen liedjes op bekende melodieën van o.a. Gilbert Bécaud en De Strangers. Het werd al snel duidelijk dat Jean-Paul gevoel voor humor en fantasie had. Zo organiseerde hij eens als kind een circus voor zijn vriendjes op de Houtmarkt, die hij had laten voorafgaan door een stoet in de straten van Aalst.

In 1962 huwde Jean-Paul met Nora Van der Meirsch. Kort daarvoor was zijn vader Frans overleden.

In het spoor van Fransky

Jean-Paul De Boitselier en zijn nicht Claudine Beeckman aan de ingang van de Sint-Martinuskerk in 1957 (©Bart Ravyts)

Dankzij vader Frans was Jean-Paul al vroeg betrokken bij het carnavalsgebeuren in Aalst. Samen met zijn vader, was hij al op jonge leeftijd kandidaat Prins Carnaval. Over het precieze jaartal bestaat echter onduidelijk; in een interview met De Voorpost in 1981 vermeldt Jean-Paul het jaartal 1955, maar in de brochure 'Prinsen van Aalst' van DAK staat 1956 vermeld. We laten het correcte jaartal dus in het midden. Het was in elk geval aan één van deze verkiezingen dat hij deelgenomen had.

In die tijd werd de Prins nog verkozen op basis van zijn kostuum en was er meer sprake van een soort defilé, waarbij de kandidaten niet mochten praten. Fransky, zoals zijn artiestennaam luidde, stal de show en won zo makkelijk de Prinsenverkiezing (in zowel 1955 als 1956). Jean-Paul had echter nooit de bedoeling gehad om verkiezing te winnen. In het interview met De Voorpost zei hij dat hij enkel deelgenomen had "om de hoop te vullen". Vader Frans zou in 1956 voor de derde keer Prins Carnaval worden, waardoor hij uitgeroepen werd tot de eerste Keizer Carnaval van Aalst.

Als Keizer en Prins Carnaval was vader Frans overal van de partij. Het gebeurde regelmatig dat Jean-Paul zijn vader vergezelde op verschillende festiviteiten, waardoor hij ook de smaak van het vastenavondvieren te pakken kreeg. Toen zijn vader in 1962 stierf, liet Jean-Paul het carnavalsgebeuren even aan zich voorbij gaan.[1]

Louis Van Pottelbergh, Keizer Fransky, twee gidsen van het Belgisch paviljoen, Jean-Paul De Boitselier en Marcel Henninck (Prins Carnaval 1957) op de Expo '58 in Brussel. (©Stadsarchief Aalst)

Toneel en entertainment

Net zoals zijn vader en grootvader beschikte Jean-Paul over het talent om mensen te kunnen entertainen.

In de jaren na de dood van zijn vader liet hij het carnavalsgebeuren wat links liggen en concentreerde hij zich op toneel. Zo speelde hij in 1964 mee in het toneelstuk Van Muizen en Mensen met de semiprofessionele groep Kern '63. Hij speelde er toen aan de zijde van o.a. Chris Boni en Frans Wauters. In 1965 was hij te zien bij toneelgroep Kunst, Licht en Vrijheid in het blijspel Het Kind van een Ander. Opnieuw stond hij op de planken met Frans Wauters en daarnaast was ook Odilon Mortier één van de acteurs in het stuk.[2][3][4]

In de jaren '80 speelde Jean-Paul bij het gezelschap PACT, waar hij o.a. samenwerkte met Odilon Mortier, Frans Wauters, Anton Cogen en Gracienne Van Nieuwenborgh.[5][6][7]

Kandidaat Prins Carnaval 1966

Ondertussen had Jean-Paul het verlies van zijn vader een plaats gegeven, waardoor carnaval en Vastenavond vieren terug een plaats in zijn leven ingenomen hadden. Hij wou hierbij in de voetsporen van zijn vader stappen en ook Prins Carnaval van Aalst worden. Hij mikte op het jaar 1967, maar stelde zich ter voorbereiding al kandidaat in 1966. Voor Jean-Paul was het dat jaar niet de bedoeling om te winnen, maar eerder om te proeven van de Prinsenverkiezing en heel wat bij te leren.

In 1966 was er erg veel belangstelling voor de titel van Prins Carnaval en er boden zich maar liefst zes kandidaten aan. Naast Jean-Paul, deden ook Georges Van der Vorst, Willy Van Accoleyen, Roger Cleemput, Firmin Van De Velde en Kamiel Sergant mee. Kamiel was al eens Prins Carnaval geworden in 1963 en erg populair bij de carnavalisten; daardoor had hij een grote stap voor op de andere kandidaten. De verkiezing ging door in de stadsfeesthal in de Schoolstraat ( de huidige Bert Van Hoorickstraat) en was van een erg hoog niveau. Jean-Paul had, in tegenstelling tot de andere kandidaten, ervoor gekozen om geen publiciteit te voeren voor de verkiezingsavond. Niets moest voor hem, waardoor hij erg ontspannen kon toeleven naar de verkiezing zelf.

Tijdens zijn speech maakte hij geen enkele fout en zijn Aalsterse versie van J'ai pleuré van Claudia Sylvia kon op veel succes in de zaal rekenen. De toeschouwers in de zaal begonnen daarop spontaan de naam van Jean-Paul te scanderen. Men reageerde zo enthousiast, dat de supporters van favoriet Kamiel al dachten dat de overwinning naar Jean-Paul zou gaan. Uiteindelijk werd Kamiel Sergant toch voor de tweede keer Prins Carnaval en eindigde Jean-Paul als derde, maar hij had zich alvast laten opmerken aan de Aalstenaars.

d'Aalweiters, met Jean-Paul (links) en Herman Louis in de Borse van Amsterdat in 1966 (©Het Aalsterse Volksleven 2)

Tijdens de carnavalsdagen van dat jaar vormde hij samen met met Herman Louies d'Aalweiters, waarmee hij in de Aalsterse cafés voor plezier zorgde. Zo gingen ze rond in de cafés op en rond de Grote Markt om er hun café-melodieën te brengen. Toen ze binnenkwamen werd de muziek in het café stil gelegd en begonnen ze hun lied, op de tonen van J'ai pleuré, te zingen. Het lied startte met "Goeien auvend, mensjen allemool. Dammen weir hier zén es doeidnormool. Want vandaug es't onzen dag, vol met voorten vér de lach. Na bringen me weir ideis van goei gekoste cafeis", waarna de volgende horecazaken bezongen werden: De Graaf van Egmont, Dirk Martens, Bristol, De Middenstand, De Borse van Amsterdam, Club, De Hoorn, Belfort, Pick-nick, De Nachtwacht, De Koornbloem, 't Land van Riem, 't Paviljoen, 't Groen Kruis en Centrum. d"Aalweiters oogstten erg veel succes tijdens carnaval en datzelfde jaar werden ze ook gevraagd om op te treden op de feestavond van de Vriendenkring Schotte.[8][9][10]

Prins Carnaval 1967

Prinsenverkiezing

Hét jaar van Jean-Paul was 1967: hierin zou hij resoluut voor de titel van Prins Carnaval gaan. Het vorige jaar had hij alles rustig geobserveerd, maar deze keer ging hij er helemaal voor. Hij pakte uit met een promotiecampagne, waarbij hij koffiebonen en lucifers uitdeelde aan de carnavalisten. Zijn medekandidaten waren Paul Brijs, Robert Coppens en Paul De Waegeneer en ook zij hadden kosten noch moeite gespaard om de Aalstenaars te proberen overtuigen om voor hen te stemmen.

Prinsenverkiezing 1967: v.l.n.r.: Gilbert Claus (schepen en voorzitter van het Feestcomité), Kamiel Sergant (Prins Carnaval 1966), Jean-Paul De Boitselier, burgemeester Frans Bnaclckaert en Walter Van Herreweghe (©P. Van den Abeele)

Jean-Paul toonde tijdens de prinsenverkiezing dat hij over een zeemzoete stem beschikte door het lied 'Oilsjteneers Zemmen' te zingen. Het was duidelijk dat Jean-Paul muzikaal talent had en zijn zelf geschreven liedje sloeg aan. Zo werd hij aan het einde van de avond door schepen en Feestcomité-voorzitter Gilbert Claus uitgeroepen als winnaar, waardoor hij gekroond werd tot Prins Carnaval 1967. Jean-Paul kreeg zijn scepter van de afscheidnemende Prins Kamiel Sergant en vierde zijn overwinning door nog eens zijn liedje te brengen.

Eerste carnavalsplaat

Platenhoes Oilsjteneers zemmen.jpg

Jean-Paul had indruk gemaakt en zijn lied was achteraf dan ook het grote gespreksonderwerp in Aalst. De Aalstenaars waren zo enthousiast, dat men vroeg om het lied op plaat uit te brengen. Dit was nog nooit eerder gebeurd met een Aalsters carnavalslied. Jean-Paul ging hier op in, maar moest eerst zijn liedje wel nog wat herwerken. Op de Prinsenverkiezing had hij immers 8 strofen gezongen, wat veel te lang was voor een lied op een plaat. Zo werden de 8 strofen ingekort naar 4 strofen. Daarnaast moest Jean-Paul ook nog een lied inzingen voor de B-kant van de plaat, waarbij hij koos voor het gekende Aalsterse liedje 'De Jongens van de Veirkemert'. Het volksliedje dateerde uit de jaren '40, maar niemand kende nog de originele strofes. Hierop moest Jean-Paul in allerijl enkele nieuwe strofes voor het lied bedenken.

(uit De Gazet van Aalst - 02/02/1967)

De plaat werd geproduceerd door Hans Kusters en uitgebracht op 1 februari 1967 door platenmaatschappij Philips. De muzikale bewerkingen op de zelf geschreven teksten van Jean-Paul, gebeurden door Octaaf Boone en Odilon Mortier. De plaat werd onmiddellijk na de prinsenverkiezing opgenomen in de Philips-studio in Brussel en drie dagen later lag de eerste Aalsterse carnavalsplaat al in de winkel voor de prijs van 66 frank (=1,63 euro). In De Gazet van Aalst kondigde Jean-Paul zijn plaat zelf aan: "Ik niet alleen, maar iedere carnavalsvierder, zal op mijn fonoplaat, die ik voor gans de stad heb laten maken, zingen, dansen, brullen, zonder er het pintje bij te vergeten. Daarom één raad: schaf u zo vlug mogelijk deze enige Aalsterse opname aan, met als titel: Oilsjteneers Zemmen."

De plaat was meteen een groot succes. Op de eerste dag werden er al 2000 exemplaren verkocht, de vrijdag voor carnaval waren er 3000 exemplaren de deur uitgegaan en op carnavalszondag nog eens 3000 platen. De plaat was ook terug te vinden in bijna elke jukebox in de Aalsterse cafés.

Aalst Carnaval '67

Jean-Paul op de schouders van Frits Van Der Stock en Daniel Jacobus in 1967 (Archief Lieven Goubert)

In de stoet mocht Jean-Paul plaatsnemen op de Prinsenwagen, maar op de Grote Markt weigerden drie karamellenwerpers hun plaats op de wagen af te staan aan Prins Jean-Paul. Hierop besloten Fritz Van der Stock en Daniel Jacobus om Prins Jean-Paul I dan maar op hun schouders over de Grote Markt te dragen.

Stadssecretaris Henri Van de Perre kon de karamellenwerpers echter overtuigen om hun plaats op de wagen af te staan, waardoor Jean-Paul toch nog een ereronde kreeg bovenop zijn Prinsenwagen.

Tijdens de carnavalsdagen trok Prins Jean-Paul met De Galante Moilentrekkers, die zich opgeworpen hadden als zijn Prinsengarde, en Bloemenfee Annick Palsterman van café naar café om er zijn hit 'Oilsjteneers Zemmen' te gaan zingen.

Na carnaval koos Jean-Paul ervoor om als Prins vooral activiteiten binnen Aalst bij te wonen. Hij maakte enkele uitzonderingen toen het Feestcomité hem dit uitdrukkelijk opdroeg, maar Jean-Paul vertoefde in zijn Prinsenjaar niet veel in andere carnavalssteden, in tegenstelling tot zijn voorgangers.[11][12][13]

Jean-Paul en Herman Louies in 1967

Prins Carnaval 1970

Campagneaffiche 1970 (Archief Eddy Temmerman)

In 1970 wou Jean-Paul een tweede keer Prins Carnaval worden. Reeds in november 1969 had hij zijn kandidatuur bekend gemaakt, wat eventuele andere kandidaten had afgeschrikt. Jean-Paul was immers een sterke kandidaat en velen vreesden het niet te zullen halen tegen de man van 'Oilsjteneers Zemmen'.

Door het gebrek aan tegenkandidaten organiseerde het Feestcomité een spoedvergadering met de Komische Groepen.Tijdens deze vergadering werd een oproep gedaan om enkele extra kandidaten Prins Carnaval te vinden. Uiteindelijk boden er zich nog 3 kandidaten aan: Jozef Buyl, Etienne De Ridder en Herman Daelman.

Op de Prinsenverkiezing, die in vergelijking met 1967 minder rond spraakvaardigheid en meer rond entertainment draaide, stal Jean-Paul opnieuw de show. Deze keer mochten de kandidaten tijdens hun optreden geassisteerd worden. Jean-Paul werd bijgestaan door Jozef Van Mulders tijdens het lied 'Vivan Bomma Josefien'. Het lied was een soort gesproken prentenboek, waarbij de toeschouwers makkelijk konden meezingen. Jozef Van Mulders hield een groot prentenboek vast en Jean-Paul zong het lied voor en wees ondertussen de prenten aan, die verwezen naar de woorden die gezongen moesten worden. Tijdens zijn show stak Jean-Paul vooral de draak met de Aalsterse politici.

De tegenkandidaten van Jean-Paul bleken niet van hetzelfde niveau te zijn, al toonde Herman Daelman als Brussels Ketje wel dat hij over talent beschikte. Aan het einde van de avond werd het dan ook duidelijk dat Jean-Paul de nieuwe Prins zou worden. Na hem eindigden in respectievelijke volgorde Etienne De Ridder, Herman Daelman en Jozef Buyle. Jean-Paul werd zo voor de tweede keer Prins Carnaval; hij mocht de scepter ontvangen van uitredend Prins Luc Peirlinck.

Jean-Paul ontving de scepter van uittredend Prins Luc Peirlinck (©Collectie Lieven Goubert)

Een nieuwe plaat met zijn verkiezingsnummer zat er deze keer niet echt in; Vivan Bomma Josefien was eerder een visueel nummer, dat niet geschikt was om op plaat te verschijnen.

Prins Jean-Paul in de stoet van 1970 (©Archief Eddy Temmerman)

De stad voorzag, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, geen Prinsenkostuum meer voor de Prins, waardoor Jean-Paul zijn kostuum zelf mocht kiezen. De keuze van Jean-Paul viel op een paarse broek, een witte jas en een speciaal hoofddeksel. Het is tot op vandaag nog altijd één van de meest speciale Prinsenkostuums ooit.

Als nieuwe Prins Carnaval betuigde Jean-Paul zijn steun aan de Kattestraat. De dekenij Kattestraat had een rouwkapel gemaakt, omdat de stoet dat jaar niet meer door de Kattestraat zou gaan. De wagens waren immers te groot geworden om te kunnen passeren tussen de Graaf van Egmont en het Belfort.

Jean-Paul in de rouwkapel in de Kattestraat (©Archief Lieven Goubert)

Jean-Paul ging in zijn nieuw kostuum als eerste de kist in de rouwkapel begroeten. Hij toonde ook zijn solidariteit met de dekenij Kattestraat via zijn nominette, waarop een huilende kat te zien was, met daaronder de letters RIP.

Tijdens de carnavalsdagen verloor Jean-Paul zijn Prinsenscepter in café 't Muisken even uit het oog, waarna bleek dat deze verdwenen was. De politie ging op zoek naar de dief, maar tot op vandaag is het nog altijd niet geweten wie de scepter van Prins Jean-Paul gestolen heeft. Hierdoor moest Jean-Paul het daarna met een exemplaar in polyester doen.[14][15][16][17]

Kandidaat 1974

Stemt Jean-Paul - 1974 (©Archief Eddy Temmerman)

In 1974 wou Jean-Paul, net zoals het zijn vader gelukt was, voor zijn derde Prinsentitel gaan. Deze keer had Jean-Paul lang gewacht om zijn kandidatuur bekend te maken, om taferelen zoals in 1970 te voorkomen. De pers sprak daardoor lang van één kandidaat; Antoine Van der Heyden, die zich wel al uitgesproken had over zijn kandidatuur. Uiteindelijk diende Jean-Paul zijn kandidatuur op 11 januari 1974 in bij de secretaris van het Feestcomité. Jean-Paul benadrukte wel dat hij bij drie Prinsentitels geen Keizer Carnaval wou worden, omdat Kamiel Sergant daar de meest ideale persoon voor was. Bovendien gaf drie Prinsentitels niet meer automatisch het recht op een Keizerstitel in Aalst.

Jean-Paul en Josefien (©Archief Lieven Goubert)

Na de bekendmaking van zijn kandidatuur, kreeg Jean-Paul wel wat tegenkantingen. Enkele carnavalisten vonden dat ex-Prinsen zich geen kandidaat meer mochten stellen en tevreden moesten zijn met de Prinsentitel(s) die ze reeds hadden. Jean-Paul vond dat iemand zich zo veel keer kandidaat mocht stellen als die zelf wou en liet zich dan ook niet afschrikken door de kritiek. Jean-Paul benadrukte wel dat als hij geen Prins Carnaval zou worden, hij toch in de verschillende café's zou komen optreden tijdens de carnavalsdagen. Het Feestcomité had dat jaar een defilé van de kandidaten georganiseerd, waarop deze zich moesten voorstellen aan de pers en het publiek. Er bleken vijf kandidaten te zijn, maar de kandidatuur van Lucien Van Delsen bleek een grap te zijn, waardoor er maar vier kwamen opdagen. Naast Jean-Paul en Antoine waren ook nog Rudi Scheerlinck en Karel van der Borght kandidaat Prins Carnaval 1974. De kandidaten kregen de kans om een act te brengen, waarbij Jean-Paul het in verschillende talen had over het geschenk of de Cado. Al snel bleek dat de strijd om de Prinsentitel zou gaan tussen Jean-Paul en Antoine.

Jean-Paul op de Prinsenverkiezing 1974 (©De Voorpost - 15/02/1974)

Tijdens de verkiezingsavond bracht Jean-Paul opnieuw een show van een erg hoog niveau. Hij had een buikspreekpop in de vorm van een struisvogel gemaakt en deze Josefien genoemd. Samen met zijn struisvogel besprak hij enkele Aalsterse toestanden. Met het lied 't Stroeimeziksken zorgde hij opnieuw voor ambiance in de zaal.

De show van Jean-Paul was op en top Aalsters; men had ook niets anders van hem verwacht. De jury riep hun voorkeur voor Jean-Paul uit, maar het publiek zou het tij nog doen keren. Met de steun van de dekenij Koolstraat kon Antoine zo de overwinning binnenhalen, waardoor Jean-Paul een derde Prinsentitel aan zijn neus zag voorbijgaan. Rudi en Karel eindigden op de derde en vierde plaats.

Jean-Paul deed tijdens carnaval wel wat hij beloofde; hij liet zich overal zien en zong zijn lied 't Stroeimeziksken, dat tot op vandaag nog altijd een populaire carnavalshit is.[18][19][20]

De Prinsencaemere

(Bron: Archief Lieven Goubert)

Bij de oprichting van De Prinsencaemere in 1972, maakte Jean-Paul meteen deel uit van de vereniging voor ex-Prinsen. Bij hun eerste uitstap op 20 februari 1972, waarbij ze als clochards verkleed richting stadhuis trokken, deed Jean-Paul dienst als woordvoerder van de ex-Prinsen. In het stadhuis verklaarde hij dat de Prinsencaemere een ambassadeur wou worden van de carnavalsstad Aalst. 

Jean-Paul zou uitgroeien tot een belangrijke figuur voor de Prinsencaemere en was vanaf 1975, samen met zijn goede vriend Karel De Naeyer, het brein achter de optredens van de Prinsencaemere. Onder impuls van Jean-Paul groeiden de acts uit tot ware shows, waaronder de legendarische Blue Bell Girls Show (1977) en de Fiesta Alosta Tropical (1980).

Jean-Paul was zelf ook één van de grootste entertainers van De Prinsencaemere, wat hij bewees door vele typetjes neer te zetten. Zo vertolkte hij Willempie (een typetje van André Van Duin) op Prinsendag 1976 en was hij te zien als Toon Hermans op het Grand Gala du Disque van De Prinsencaemere in 1977. Ook tijdens de travestieshows van De Prinsencaemere in de jaren '80 was hij te zien op het podium.

(©Archief Lieven Goubert)

Jean-Paul was een vaste waarde, die steeds van de partij was als De Prinsencaemere een activiteit plande. Als zanger was hij ook te horen op de cd's van De Prinsencaemere.

Hij bleef actief binnen de Prinsencaemere tot begin de jaren '90, waarna hij meer op de achtergrond verdween en de fakkel doorgaf aan de jongere ex-Prinsen. Hij kon zich hierdoor meer focussen op zijn activiteiten bij De Draeckenieren, waar hij ondertussen lid van geworden was.[21][22][23]

Entertainer, zanger en conferencier

Jean-Paul was een artiest met vele talenten; naast zanger en liedjesschrijver had hij ook een schitterend gevoel voor humor en spitsvondigheid.

Karnavalhit 1976

Jean-Paul op het festival 'Karnavalhit 76' (De Voorpost - 24/10/1975)

In oktober 1975 vond het festival 'Karnavalhit' voor het eerst plaats. Het festival werd georganiseerd door Just Born Productions, een Aalsters platenlabel. Twaalf kandidaten mochten op het festival tegen mekaar strijden voor de titel 'karnavalhit '76'.

Jean Paul nam deel aan de wedstrijd met 2 liedjes: Ka-ka-karnaval en Tralalalala. Tijdens de wedstrijd stal hij de show met een gitaar, die eigenlijk een gebakken brood was.

Hij viel uiteindelijk in de prijzen en won de Karnavalhit 1976 met met zijn lied 'Ka-ka Karnaval'. Na hem eindigden Heidi uit Laarne en het trio van Malderen uit Sint-Amandsberg. Op de vierde plaats eindigde hij met zijn ander liedje 'Tralalalala'. De top vijf werd vervolledigd door Harry Pinky met 'Sloekers'.

Jean-Paul koos ervoor om het lied niet op te nemen bij de organisatoren van het festival, maar bij Francis Bay. Zijn plaat kwam dat jaar ook uit in Nederland.[24]

Entertainer

Jean-Paul op de Aalsterse Avond 1988 met zijn struisvogel Josefien (Archief Lieven Goubert)

Jean-Paul trad niet alleen op als zanger maar ook als animator en conferencier was hij gekend. Zo was hij te zien tijdens Bloemenfeeverkiezingen, Driekoningenfeesten, de Jaarbeurs, de carnavalsraadzitting en de Aalsterse Avond.

Vooral op de Aalsterse Avond schitterde Jean-Paul meermaals met zelf bedachte sketches. Zo werd hij in 1983, in een sketch als kok met Michel Cleemput, uitgeroepen tot het hoogtepunt van de Aalsterse Avond. In 1984 viel hij er op met zijn stepdans en in 1988 haalde hij zijn struisvogelpop Josefien nog eens vanonder het stof en legde hij samen met Michel Cleemput aan het publiek uit hoe ze moesten gaan stemmen.

Jean-Paul regisseerde ook enkele showavonden. Zo was werd hij in 1980 gevraagd om de Aalsterse Avond te regisseren, waarop Jean-Paul graag inging. Hiermee was Jean-Paul de eerste regisseur van de Aalsterse Avond, want voorheen werd er niet echt een regisseur aangesteld. Het jaar nadien mocht Jean-Paul de Aalsterse Avond opnieuw regisseren, net zoals de doop van de wagens van de groepen van het AKV en het Driekoningenfeest van het AKV in goede banen te leiden.[25]

Naast de Aalsterse Avond was Jean-Paul ook regelmatig te zien op het Driekoningenfeest van het Feestcomité, waar hij liedjes en sketches bracht.

Odilon Mortier en Jean-Paul op de Aalsterse Avond in 1990 (©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

Muziek

Liedjes met attributen

(De Voorpost - 13/02/1981)

Jean-Paul werd bekend als de eerste artiest die een Aalsterse plaat uitbracht, maar in de jaren daarna zou hij nog vele hits schrijven en zingen.

We vernoemden hier eerder al 'Oilsjteneers Zemmen', 'De Jongens van de Veirkemert', ''t Stroei Meziksken', 'Ka-ka-karnaval' en 'Tralalalala', maar daarnaast had hij nog vele populaire hits. Twee daarvan zijn 'Het Flotjeskonseir' en ''k Drink zu Geren Safir', die hij in 1987 samen met Freddy Neirinckx (Prins Loeken Tatjen) ingezongen had.

Jean-Paul had een neus voor zaken doen en zo bracht hij regelmatig attributen uit die bij zijn liedjes hoorden. Hij verkocht bijvoorbeeld roze brillen en fluitjes. Voor zijn plaat van 't Stroei-meziksken had Jean-Paul 5000 kazoo's uit Duitsland geïmporteerd om in Aalst te verkopen.[26][27][28]

Discografie

'De Rozen Bril', die door Jean-Paul verkocht werd in navolging van zijn lied 'De Rozen Bril'. (©Dennis De Wolf)

De Wonder Bril - Ambiance.jpg

't stroei-meziksken.jpg
Het flotjes konseir - 'k drink zu geren Safir.jpg

Jaartal Single
1967 Oilsjteneers Zemmen
1967 De Jongens Van De Veirkemert
1967 Congé Payé
1967 Adam en Eva
1968 Raldegeda
1968 De Rozen Bril
1970 De Wonder Bril
1970 Ambiance
1973 Het Liedje van de Fusie (met Odilon Mortier)
1973 Onze Streek Die Wij Liefhebben (met Odilon Mortier)
1974 't Stroei-Meziksken
1974 Kom Van D'nauved Bei Moi
1976 Ka-Ka Karnaval
1976 Tralalalala
1978 De Brochet
1978 Leg Je Hand
1987 Het Flotjeskonseir (met Loeken Tatjen)
1987 Ik Drink Zu Geren Safir (met Loeken Tatjen)
1989 Loze Lozo Lozi Lozano
2002 Ménne Boos
Oilsjteneers_zemmen_-_jean_paul

Oilsjteneers zemmen - jean paul

't_stroeimeziksken_-_jean-paul_de_boitselier

't stroeimeziksken - jean-paul de boitselier

Feestcomité

Jean-Paul (links) als Feestcomité-lid op de carnavalsraadzitting 1987, tijdens een optreden van Odilon Mortier en Frans Wauters (©Collectie Sören Delclef)

Jean-Paul was aangesloten bij de BSP (de Belgische Socialistische Partij) en had de ambitie om deel uit te maken van het Stedelijk Feestcomité. In 1977 werd hij aangeduid als eerste reserve, maar in 1983 zou hij zijn partij wel mogen vertegenwoordigen in de adviesraad.

Na de verkiezingen in 1983 belandde de BSP in de oppositie, maar Jean-Paul had wel reden tot blijdschap, want zijn partij stuurde hem naar het Feestcomité. Hierin zou hij zes jaar meewerken aan de zijde van zijn partijgenoten Nicole Ringoir, Frans Wauters, Herman Louies en Odilon Mortier.

Als lid van het Feestcomité werkte Jean-Paul mee aan de jaarbeurs, de carnavalsraadzitting en het Driekoningenfeest. Op de carnavalsaffiche van 1988 (gemaakt door Jozef Van den Steen) staat Jean-Paul afgebeeld als Feestcomité-lid. [29][30]

Draeckenieren

Jean-Paul bij de Draeckenieren in 1994 (©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

In 1989 trad Jean-Paul toe tot de Draeckenieren. Hij werkte er mee aan het Gele Boekje en was altijd paraat om mee te werken aan de 1 aprilgrappen van de Draeckenieren.

Zo ging hij op 1 april 1990 met de Draeckenieren naar Dendermonde om er plakkaten te plaatsen waarop waarschuwingen stonden voor de paardenpest. Datzelfde jaar werkte hij ook mee aan de Paardenzitting van de Draeckenieren, waar hij enkele liedjes zong.

Vanaf 1994 brachten De Draeckenieren weer jaarlijks een Geel Boekje uit, nadat het in de jaren '80 zeer onregelmatig verschenen was. Jean-Paul was één van de schrijvers van het boekje, samen met Frans Wauters, Piet Moereels, Ward Bauwens, Jo Beeckman en Godfried De Rauw.[31]

Varia

  • In 1970 mocht Jean-Paul op televisie voor het BRT-programma 'Binnen en Buiten' zijn liedje van zijn verkiezingsshow 'Vivan Bomma Josefien' opnieuw brengen.
  • Samen met Jef Paepe maakte Jean-Paul een beiaard uit fietsbellen, ter gelegenheid van de huldiging van stadsbeiaardier De Mette. Hieruit groeide de carnavalsgroep the United Mettes.
  • Jean-Paul bedacht de naam voor de groep 'Het Stemmingstrio'. Daarnaast paste hij ook de teksten aan van deze muziekgroep.
  • In 1978 stelde Nora, de vrouw van Jean-Paul, zich kandidaat voor de verkiezing van Bloemenfee. Het gerucht ging dat ex-prinsen vrouw zouden pushen om deel te nemen aan de Bloemenfeeverkiezing, omdat ze door een nieuw reglement zelf niet langer toegelaten werden om nog deel te nemen aan de Prinsenverkiezing. Jean-Paul en Nora ontkenden dit echter. Nora verloor de verkiezing van Margot, die dat jaar Bloemenfee werd.[32]
  • Jean-Paul was stadschauffeur in schependienst en vervoerde o.a. Bert Van Hoorick en Marc Galle.
  • De Lachers was de enige carnavalsgroep waar Jean-Paul deel had van uitgemaakt. Hij verkoos eerder het individueel carnaval vieren of met enkele gelijkgezinden iets uit te bouwen. Jaarlijks was hij wel aanwezig in de stoet.
  • In 1982 bracht Jean-Paul een plaat uit ten voordele van Unicef. In 1986 deed hij dit met 'Mijnheer de vrede' opnieuw.[33]
  • In 1985 steunde Jean-Paul kandidaat Loeken Tatjen. Hij schreef voor hem het liedje Djing-Klet-Boem, waarmee Loeken Prins Carnaval 1985 zou worden.[34]
  • Verboeden te.....png
    In navolging van de sticker 'Ik ben nen echten Ajoin' ontwierpen Jean-Paul en Lieven Goubert in 1988 de carnavalssticker 'Verboeden te zaugen, te kreften en te memmen' uit. De sticker werd verkocht voor 20 frank (=0,50 euro). Jean-Paul ontwierp ook voor carnaval 1989 een carnavalssticker. Hierop was een muntstuk te zien, waarop 'Mijne FR is gevallen' stond. In 1990 werd zijn sticker 'Mê maan en macht...nor iëste mê Iëndracht'.[35]
  • In 1989 schreef Jean-Paul een campagnelied voor Marc Galle, die toen kandidaat was voor de Europese verkiezingen. Het lied kreeg de titel Euro-Marc.[36]

    Jean-Paul (in een de kleuren van Eendracht Aalst) bij het zingen van Loze Lozo Lozi Lozano. (©MuzikOilsjt - http://muzikoilsjt.wordpress.com)

  • In 1991 schreef Jean-Paul samen met Marijke Coghe het Roefellied, naar aanleiding van de eerste Roefeldag in Aalst.
  • In 1998 steunde Jean-Paul de kandidatuur van kandidaat Den Bremt. Hij schreef voor hem het liedje 'Menne Boos' dat Den Bremt bracht op het Driekoningenfeest.
  • Tijdens de carnavalsdagen werd in café De Graaf van Egmont jaarlijks een bandopname van Jean-Paul De Boitselier afgespeeld, waarin hij de spot dreef met gekende Aalsterse figuren.[37]
  • Jean-Paul was een verzamelaar van pepermolens. Na jaren werken in de horeca, startte hij begin de jaren '80 met zijn verzameling.[38]
  • In 1998 overleed Jean-Paul na een korte periode van ziekte. Veel Aalstenaars verloren met hem een goeie vriend en de carnavalswereld rouwde om een zeer getalenteerde ex-Prins Carnaval. Op zijn begrafenis in de Sint-Martinuskerk werd op zijn vraag 'Mèn ienig Oilsjt' van Odilon Mortier en zijn eigen 'Oilsjteneers Zemmen' afgespeeld. In de begrafenisrede noemde de priester Jean-Paul De Boitselier 'een kenner van het volk'. "Onder het volk voelde hij zich altijd gelukkig. Aalstenaar zijn, was voor Jean-Paul belangrijk. Voor hem was dat een eer." Karel De Naeyer, die voorzitter van de Prinsencaemere was, hield voor een bomvolle, maar muisstille kerk een pakkende afscheidsrede. De begrafenis werd bijgewoond door het Aalsters college van burgemeester en schepenen en ook alle ex-Prinsen waren present.[39]
  • Op de Prinsenverkiezing 1999 bracht afscheidnemende Prins den Bremt een ode aan Jean-Paul.[40]
  • Jean-Paul op de wagen van SRO in 2000 (©Collectie Sören Delclef)

    In 2000 werkte Schiefregt'oever het thema 'Weir spoeken voesj' uit. Op hun wagen waren vijf overleden carnavalisten te zien, die volgens SRO bleven waken over Aalst Carnaval. De vijf waren Frans Wauters, Fons Singelijn, Jean-Paul De Boitselier, Stefaan Vinck en Marcel De Bisschop. De groep behaalde dat jaar de eerste plaats bij de grote groepen.
  • In 2002 brachten Yves Van den Bremt (Den Bremt) en Francois Bonnaerens een postuum-cd uit van Jean-Paul. Jean-Paul had voor de kandidatuur van Yves in 1998 het liedje 'Menne Boos' geschreven voor het Driekoningenfeest. Jean-Paul had het liedje a capella voor Yves ingezongen op een cassette; deze versie had Yves bewaard en werd in 2002 door een Lommels bewerkt en op een nieuwe melodie gezet.[41]
  • Naar aanleiding van carnaval 2011 bracht MuzikOilsjt een cd uit in het teken van Jean-Paul De Boitselier. Er werden 23 liedjes van Jean-Paul verzameld op de cd.[42]
  • In 2013 omschreef Krejeis hun thema 'Fanfare Sintje-Pieter' als 'Jean-Paul De Boitselier en Odilon Mortier vieren samen met de fanfares verder carnaval in café Den Heimel'.
  • In 2013 herdachten de Sjattrellen de overleden carnavalisten Odilon Mortier, Jean-Paul De Boitselier en Paul Kinoo in de stoet.
  • Oeverboeft in 2017 (©Sören Delclef)

    In 2017 stond de aftelkalender van De Moikes in het teken van Jean-Paul. De bijhorende nominetten werden ontworpen door Erwin Vanmol.
  • In 2017 brachten twee groepen hulde aan Jean-Paul: Liejp met 't Liejp Flotjesconseir' en Oeverboeft met 'Oilsjteneers zemmen'.
  • Beschomt bracht in september 2018 het bier Safir opnieuw in de winkelrekken. Naar aanleiding hiervan bliezen ze ook het lied ''k Drink zu Geren Safir' nieuw leven in. Het lied werd ingezongen door Yvan, de zoon van Jean-Paul.
  • Prins Yvan op carnavalsmaandag 2020 (©Sören Delclef - AjoinPedia)

    Yvan De Boitselier stelde zich in 1991 en 2000 twee keer kandidaat voor de Prinsentitel, maar zonder succes. In 2020 deed Yvan nog een laatste poging om Prins te worden. Tijdens zijn show waren o.a. foto's van zijn vader Jean-Paul en grootvader Frans te zien, waarmee hij op het gemoed van veel Aalstenaars speelde. Yvan won de Prinsenverkiezing en werd zo Prins Carnaval 2020. De familie De Boitselier schreef hiermee geschiedenis, want voor het eerst werden drie opeenvolgende generaties binnen dezelfde familie Prins Carnaval van Aalst. In het kostuum van Yvan zaten verwijzingen naar de voorgaande generaties De Boitselier; aan zijn muts hing een klein stroei-meziksken en aan de binnenkant van zijn jas waren de namen van Fransky en Jean-Paul geborduurd. Yvan droeg de titel op aan zijn vader Jean-Paul, die hij omschreef als zijn beste vriend.

Redactie

Tekst en foto's

  • Tekst: Sören Delclef - AjoinPedia
  • Fotot's: Archief Lieven Goubert, Archief Eddy Temmerman, Collectie/archief Sören Delclef, Collectie Bart Ravyts, MuzikOilsjt, Dennis De Wolf, P. van den Abeele, De Voorpost, De Gazet van Aalst, Het Aalsterse Volksleven 2 - Jos Ghysens, Stadsarchief Aalst

Bronnen

  1. De Voorpost, 13 februari 1981
  2. De Gazet van Aalst, 5 september 1964
  3. De Gazet van Aalst, 1 oktober 1964
  4. Voor Allen, 4 december 1965
  5. De Gazet van Aalst, 26 maart 1966
  6. De Voorpost, 20 november 1981
  7. De Voorpost, 27 november 1981
  8. De Gazet van Aalst, 10 februari 1966
  9. De Gazet van Aalst, 26 maart 1966
  10. Ghysens J. (1979), Het Aalsterse Volksleven 2, Aalsterse Historische Kring
  11. De Gazet van Aalst, 26 januari 1967
  12. De Gazet van Aalst, 2 februari 1967
  13. Het Laatste Nieuws, 7 februari 1967
  14. De Gazet van Aalst, 24 januari 1970
  15. Voor Allen, 31 januari 1970
  16. De Gazet van Aalst, 7 februari 1970
  17. Voor Allen, 7 februari 1970
  18. De Voorpost, 18 januari 1974
  19. De Voorpost, 18 januari 1974
  20. De Voorpost, 15 februari 1974
  21. De Voorpost, 12 maart 1976
  22. De Voorpost, 22 februari 1980
  23. De Voorpost, 28 augustus 1981
  24. De Voorpost, 24 oktober 1975
  25. Voor Allen, 5 september 1980
  26. De Voorpost, 13 februari 1976
  27. De Voorpost, 16 januari 1987
  28. Voor Allen, 13 februari 1987
  29. De Voorpost, 11 maart 1977
  30. Nieuwe Gazet van Aalst, 6 mei 1983
  31. De Voorpost, 17 november 1989
  32. De Voorpost, 11 augustus 1978
  33. De Voorpost, 14 november 1986
  34. Voor Allen, 25 januari 1985
  35. De Streekkrant, 26 februari 2014
  36. Voor Allen, 26 mei 1989
  37. Het Laatste Nieuws, 29 januari 2003
  38. Het Volk, 28 oktober 1994
  39. Gazet van Antwerpen, 3 augustus 1998
  40. Gazet van Antwerpen, 25 januari 1999
  41. Het Laatste Nieuws, 17 januari 2002
  42. Het Laatste Nieuws, 15 september 2010
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.