Marcel De Bisschop (°Aalst 03/08/1907 - †Aalst 15/07/1991) was carnavalist, apotheker en de laatste burgemeester van Klein Aalst. In de volksmond werd hij de carnavalsburgemeester genoemd. Hij maakte immers eerst deel uit van het Feestcomité en werd door velen de opvolger van Alfred Kelders genoemd. Daarnaast was hij omwille van zijn politieke bezigheden ook het enige gewone lid van de Draeckenieren.

Biografie

Jeugd

Marcel werd geboren op 3 augustus 1907 als zoon van een in Aalst gekende nijveraarsfamilie; zijn vader Louis was eigenaar van ijzerhandel De Bisschop. Marcel werd naar het Sint-Maartensinstituut gestuurd, waar men vader Louis aanraadde om zijn zoon naar het Jezuïetencollege te sturen. Zo voltooide Marcel zijn middelbare studies aan het Sint-Jozefscollege, waarna hij in 1926 richting Gent trok om er farmacie aan de Rijksuniversiteit van Gent te studeren.

Marcel in zijn laatste jaar aan de RUG in 1932 (De Voorpost - 29/07/1977)

De Gentse universiteit werd toen spottend de Nolfbarak genoemd, naar de minister die de tweetaligheid van de universiteit in een wet gegoten had. Marcel koos ervoor om aan de Franse afdeling van de universiteit te studeren, om zo de Nolfbarak te saboteren. Zijn professoren probeerden hem te overhalen om naar de Vlaamse afdeling te verhuizen, maar Marcel weigerde dit. Marcel was tijdens zijn studiejaren een grote voorvechter van de vernederlandsing van de universiteit. Zo nodigde hij er eens de Vlaams-nationalist Joris De Leeuw uit, die een belangrijke rol speelde in de taalstrijd.

Marcel was Vlaamsgezind en nam regelmatig deel aan de IJzerbedevaart met zijn vrienden, waaronder ook Gaston Goubert en Gust Van der Stock. Tijdens een optreden van Les Vrais Amis Constants op de Grote Markt eind de jaren '20, protesteerde hij met zijn vrienden toen de Brabançonne gespeeld werd. De groep hield hun pet op, wat door omstaanders als oneerbiedig gezien werd. Het leidde uiteindelijk tot een vechtpartij.[1]

Ijzerbedevaart, begin jaren '30. Op de foto houdt Marcel de vlag. (Foto: Herkent u ze nog...de Aalstenaars, Jos Ghysens)

Marcel beëindigde zijn studies, die hij even moest stoppen voor zijn militaire dienstplicht in Mariakerke, met onderscheiding en werd assistent van professor Gautot. Marcel werd daarna apotheker bij de socialistische mutualiteit, waarna hij van 1936 tot 1944 apotheker in de gevangenisinstelling in Vorst werd.

Tweede Wereldoorlog

Marcel als officier (De Voorpost - 29/07/1977)

In '38 werd Marcel sergeant in het leger, waarna hij het nog doorgroeide tot onderluitenant en luitenant. In januari 1940 werd hij gemobiliseerd als reserveofficier en was hij gekazerneerd in Antwerpen. Hij keerde terug naar Aalst, dat het hoofdkwartier werd van de gezondheidsdienst, om vervolgens richting Diksmuide te trekken. Na de overgave keerde Marcel terug naar Aalst, waar hij een tijd in de Pupillenschool vastzat. Op verzoek van de politiecommissaris werd Marcel vrijgelaten door de Duitsers, waarna hij werd ingeschakeld bij het Rode Kruis.

Toen hij tijdens de oorlog zijn werk in de gevangenis van Vorst hernam, gaf hij brieven door van de gevangenen, waardoor hij zonder het te beseffen een schakel werd in de verzetsgroep 'Groep G'. Marcel was ook actief bij de Civiele Luchtbescherming in Aalst. 

In 1944 werd Marcel, gesteund door de socialistische partij, apotheker aan het Stedelijk Hospitaal in Aalst. Na de oorlog werd hij een paar dagen in verzekerde bewaring genomen, maar hij op bevel van de procureur werd Marcel weer vrijgelaten. Er werd gezegd dat Marcel geflirt zou hebben met collaboratie, omwille van zijn voorliefde voor de Vlaamse beweging. Marcel hervatte na zijn vrijlating zijn job in het ziekenhuis, maar in 1945 werd hij er gedwongen om ontslag te nemen. Marcel startte hierop zijn eigen apotheek in de Gentsestraat, op nummer 41. In 1952 verbond hij zijn apotheek aan de Christelijke Mutualiteit.[2]

Politiek

(Foto: De Gazet van Aalst - 05/08/1972)

Marcel De Bisschop werd een gekende figuur in Aalst, doordat hij deel uitmaakte van verschillende verenigingen, zoals het Vlaamsch Kruis, de Bond voor Luchtbescherming, De Fotografische Kring en De Vlaamsch Nationalistischen Studiekring "De Vriendschap". Hij was voorzitter van de Koninklijke Fanfare "Kunst en Vermaak", voorzitter van De Vereniging der Aalsterse Komische Groepen en mede-oprichter van de Draeckenieren. .De CVP (Christelijke Volkspartij) trok hierdoor aan de mouw van Marcel, waardoor hij in 1958 opkwam voor de gemeenteraadsverkiezingen. Met ongeveer 1 500 voorkeurstemmen werd Marcel meteen verkozen als gemeenteraadslid voor de CVP. 

De Draeckenieren

In 1953 lag Marcel mee aan de basis van de oprichting van de Draeckenieren. De Draeckenieren wilden echter geen inmenging van politici, waardoor ze besloten om elk lid een bestuurslid te maken. Door zijn politieke bezigheden kon Marcel geen bestuurslid zijn, waardoor hij als enige een gewoon lid was van de Draeckenieren.

In 1975 werd onder burgemeesterschap van Marcel De Bisschop de eerste Paardenzitting tussen Aalst en Dendermonde door de Draeckenieren georganiseerd. Marcel was er aanwezig als burgemeester en lid van de Draeckenieren.

Politieke carrière

Gemeenteraadslid

(03/05/1974 - De Voorpost)

Marcel werd in 1958 gemeenteraadslid voor de Christelijke Volkspartij in Aalst. Hij was in die tijd ook voorzitter van de CVP-afdeling van het Volksplein. In 1961 werd De Bisschop verkozen tot voorzitter van de Aalsterse CVP en in 1965 werd hij door zijn partij ook aangeduid als eerste plaatsvervanger voor de Senaat. Hij werd met bijna 90% van de stemmen in 1969 opnieuw verkozen tot voorzitter van de CVP Aalst. Marcel was daarnaast ook actief binnen het A.C.V.-L.B.C. (Algemeen Christelijk Vakverbond).[3]

Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 werd een enquête gehouden bij de Aalsterse jeugd over wie zij graag burgemeester zagen worden. De Bisschop kwam samen met Bert Van Hoorick, Louis D'Haeseleer, Frans De Brul en Benoni Ringoir uit de bus als de belangrijkste kandidaten. Marcel werd door zijn partij dan ook naar voor geschoven als kandidaat burgemeester en lijsttrekker. Tijdens zijn verkiezingscampagne pleitte Marcel voor meer sociale woningen, een meer open politiek en een belangrijkere functie voor Aalst als centrumstad.[4]

Burgemeester voor CVP

Benoeming van Marcel tot burgemeester van Aalst.

Bij de coalitievorming na de verkiezingen werd al vlug een akkoord bereikt tussen de CVP en de BSP (Belgische Socialistische Partij). Hierbij zou Van Hoorick het burgemeesterschap krijgen en De Bisschop het voorzitterschap van de K.O.O. (Kommissie voor Openbare Onderstand - voorloper van het OCMW). Beide partijen wilden hiermee de stem van het volk volgen; de socialisten (8 994 stemmen) en de katholieken (9 576 stemmen) hadden immers de verkiezingen gewonnen. De Bisschop kreeg 1 467 voorkeurstemmen achter zijn naam, terwijl de socialist Van Hoorick er 3 579 kreeg. De Bisschop was hiermee de 3de populairste politicus in Aalst; hij moest enkel zijn partijgenoot Henri Van der Veken (2 711 stemmen) en Van Hoorick voor zich laten.

Een maand na het akkoord, braken de CVP echter met de socialisten. De CVP wou zelf het burgemeesterschap, waardoor ze gesprekken aangeknoopt hadden met de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (de liberalen) en de VolksUnie (Vlaams-Nationalisten). Een nieuwe coalitie werd gevormd, waardoor de socialisten buiten spel gezet. De CVP mocht de burgemeester leveren, waarbij Marcel De Bisschop naar voor geschoven werd. Op 9 februari 1970 mocht Marcel zo de eed afleggen van burgemeester van Aalst bij de gouverneur. De verbreking van het eerdere akkoord met de BSP zette echter kwaad bloed bij zowel de socialistische partij, als enkele leden van de CVP zelf. Ze vonden dit verraad niet kunnen.[5][6]

Portret van Marcel De Bisschop op het Stadhuis (De Voorpost - 24/03/1978)

Marcel noemde zichzelf een non- conformist" en was als burgemeester een buitenbeentje tussen alle andere ernstige politici. Marcel werd erg geliefd omwille van zijn humor, gulheid en edelmoedigheid. Cyril Temmerman schreef achteraf "In de polletiek wordje foitelek nie noig gintresseerd, peis ek "Polletiekers meigen nie liegen, moor wèl de woorét 'n droiken geiven" was ieën van a woisheden en ge wortj ne straffen ver dat in de realitoit om te zetten".

Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen in 1976 werd Marcel aanvankelijk door de CVP naar voor geschoven als lijsttrekker, maar uiteindelijk werd hij lijstduwer en mocht Van Der Veken de lijst van de CVP aanvoeren. Marcel zou zichzelf niet opvolgen als burgemeester; die eer was voor Louis D'Haeseleer van de PVV. Marcel, die 2 393 stemmen kreeg, werd wel opnieuw in de gemeenteraad verkozen. De VU stelde voor om De Bisschop te laten zetelen in de Leefmilieuraad, een voorstel waarop Marcel inging.[7]

Schepen voor PVV

In 1978 werd Marcel De Bisschop, na het ontslag van Gilbert Bourlon, op vraag van burgemeester Louis D'Haeseleer verrassend de nieuwe schepen van Feestelijkheden, Middenstand en Economische expansie. Hiervoor moest Marcel wel overstappen naar de PVV (liberalen). De breuk tussen Marcel en de CVP was onverwacht, al had hij zich in de gemeenteraad wel al een paar keer als onafhankelijke opgesteld. De overgang van De Bisschop van de CVP naar de PVV viel niet bij iedereen in goede aarde. Zelfs binnen de PVV, waar Louis D'Haeseleer de overstap doorgedrukt had, reageerde men met ongeloof.

Marcel tijdens de laatste raadszitting van Klein Aalst (De Voorpost - 29/07/1977)

'De Panoramist' was in 1982 hard voor De Bisschop in zijn column in De Nieuwe Gazet van Aalst en eiste zijn ontslag. "Gij zijt te ver gegaan, Marcel. Gij hebt politiek met carnaval verward. Gij moogt veel aan uw laars lappen, maar niet de regels van de democratie, gelijk een echte bisschop. Toen 2 393 kiezers u in 1976 opnieuw naar de gemeenteraad stuurden, hebt gij een opdracht ontvangen, en ze aanvaardt maar misbruikt. Zonder één kiezer te raadplegen of u op een andere lijst te laten verkiezen, zijt gij plots naar een ander kamp overgelopen voor een schepenwedde."[8][9][10][11]

Marcel De Bisschop en Kamiel Sergant (Foto: Madeinaalst.be - Collectie De Bisschop)

Als schepen pleitte Marcel in 1980 voor de modernisering van de Keizershallen. Hij wou de hallen laten ombouwen tot een grote showzaal. Vanaf het moment dat Marcel schepen werd boterde het ook niet meer tussen hem en Feestcomitévoorzitter Frans Wauters; volgens Frans Wauters was Marcel sinds zijn overstap naar de PVV veel strenger geworden voor het Feestcomité. Zo zette hij het Feestcomité onder druk om de regel voor de carnavalsgroepen i.v.m. het niet deelnemen aan stoeten buiten Aalst te schrappen. Het Feestcomité bezweek onder de druk en Marcel verklaarde dat dankzij hem de groepen hun vrijheid terug gekregen hadden. Ook Kamiel Sergant ging niet akkoord met de handelswijze van Marcel en de PVV en nam hierop ontslag bij het AKV.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1983 stelde Marcel De Bisschop zich niet meer verkiesbaar. Marcel vond dat zijn tijd om op pensioen te gaan, gekomen was. Marcel werd wel nog benoemd tot ere-schepen van Aalst. Tijdens zijn laatste gemeenteraad hield hij een toespraak, waarin hij met heimwee terugdacht aan de gemoedelijke zittingen in de vroegere raadzaal. Verder uitte hij nog kritiek op de fusie der gemeenten, de pers en de adviesraden. Zijn ervaring als schepen beschreef hij als een desillusie; als aanvulschepen werd hij nooit geraadpleegd in zaken waar hij als schepen en academicus in bevoegd was.[12]

Carnaval

Marcel De Bisschop en de Gaâ Lowies (02/03/1979 - De Voorpost)

Marcel De Bisschop was naast politicus een echte carnavalist. Hij werd gezien als één van de trekkers van het naoorlogse carnaval in Aalst. Hij was een grote verdediger van het volkse karakter van het fees en was een carnavalist in hart en nieren, die bekend stond om zijn humor.

Vernieuwer

In 1936 nam Marcel De Bisschop reeds deel aan het Aalsterse carnaval met de Gesdoikers, waarvan zijn vriend Gust Van der Stock voorzitter was. Midden de jaren '50, toen Aalst zich herstelde van de oorlog, wou Marcel het carnaval nieuw leven inblazen; samen met o.a. Gaston Van den Hauwe, Louis Van Pottelbergh, Roger Gargam en Fransky De Boitselier zorgde hij voor vernieuwingen in het carnaval.

Marcel De Bisschop droeg de carnavalisten een warm hart toe en organiseerde in 1952 een originaliteitsprijs onder de Aalsterse groepen, om zo het Aalsterse karakter van de stoet te bevorderen. De winnaars waren De Lustige Pombiers, die daardoor 2 000 frank ontvingen van Marcel. Deze groep maakte een jaar later het Ros Balatum en benoemde Marcel uit dankbaarheid tot erevoorzitter van het Ros.

Verbond van Aalsterse Komische Groepen

(21/02/1977 - De Voorpost)

Toen de stad ermee dreigde om enkele groepen uit de stoet te weren, kwam Marcel in 1957 op het idee om de Vereniging voor Aalsterse Komische Groepen op te richten. Binnen deze organisatie werden de Aalsterse carnavalsgroepen verenigd, om zo sterker te staan tegenover het stadsbestuur. Marcel werd voorzitter van het eerste echte carnavalsverbond. De groepen die bij dit verbond aansloten, waren enkel in Aalst in de stoet te zien, waardoor de Jacquetten en de Aalsterse Gilles niet konden toetreden. De Sloebers maakten ook geen deel uit van het carnavalsverbond, omdat ze van zichzelf vonden dat ze een dramatische groep waren in plaats van een komische groep.  

De Bisschop promootte het Aalsterse carnaval en door zijn tussenkomst verbroederden de Aalsterse Komische Groepen met de Mainzer-Ranzer-Garde, een Duitse carnavalsgroep uit Mainz (de stad van Dirk Martens' leermeester, Gutenberg). De groep werd uitgenodigd op het verkleed bal van de Komische Groepen in de Klaroen, waarna de Aalstenaars ook uitgenodigd werden in Mainz.[13] 

In 1958 bracht een delegatie van de Aalsterse Komische groepen een bezoek aan de Expo '58 in Brussel. De Aalsterse delegatie, bestaande uit Frans De Boitselier (Keizer Carnaval), Marcel De Bisschop (voorzitter van de Aalsterse groepen) en drie carnavalsgroepen (de Lachers, de Loebassen en de Zwalpeieren), ging rond op parking C van Expo '58, waarna ze richting Grote Markt trokken om er een bezoek te brengen aan 'Vrolijk België'. Voor de Aalstenaars was dit prima reclame voor hun carnaval.[14]

In 1960 was het Manneke Pis van Geraardsbergen verdwenen en vond men een ajuin op de plaats van het beeldje. Op datzelfde moment werd aan het Aalsterse Belfort een kopie van Manneke Pis gezet. De Geraardsbergse politie verdachten meteen Marcel De Bisschop en de Aalsterse Komische Groepen van de diefstal. Het Manneke Pis aan het Belfort week echter af van het Geraardsbergse exemplaar, waardoor de politie in een andere richting moest zoeken. Het waren echter toch de Aalstenaars die het Geraardsbergse Manneke Pis ontvreemd hadden. Het echte Manneke Pis werd onder begeleiding van de Aalsterse carnavalsgroepen terug naar Geraardsbergen gebracht, zodat het tijdig aanwezig kon zijn voor de Breughelfeesten in Geraardsbergen[15][16]

De Vereniging der Komische groepen stierf begin de jaren '60 een stille dood.

Feestbestuurder

De Bisschop doet de polonaise, ingezet door toenmalig schepen Annie De Maght. (De Voorpost - 21/01/1977)

Op maandagavond 13 april 1959 werd een nieuw Feestcomité onder voorzitterschap van schepen Gilbert Claus samengesteld. Marcel werd door de CVP afgevaardigd naar het nieuwe Feestcomité, waar hij aangesteld werd als feestbestuurder. Onder zijn bewind als feestbestuurder werd de stoet ingekort, zodat de carnavalsgroepen minder moe zouden zijn en de toeschouwers nog tijd zouden hebben om iets te gaan drinken in de Aalsterse café's. Ook de Ajuinenworp, naar een idee van Jules Boelens, werd in 1960 geïntroduceerd, al wou Marcel nog meer vernieuwing zien. Hij wou van Aalst carnaval een evenement maken, waarvoor iedereen naar Aalst zou afzakken. Hij droomde er zelfs luidop van om West-Europa naar Aalst te halen. Lang zou Marcel echter niet aanblijven, want eind 1960 nam hij ontslag als feestbestuurder, omdat hij het te druk had met zijn politieke bezigheden. 

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1965 werd Marcel opnieuw lid van het Feestcomité, waarbij hij benoemd werd tot ere-bestuurslid. In 1977 mocht Marcel het Feestcomité opnieuw vervoegen, maar doordat Marcel ondertussen schepen geworden was, werd hij in 1980 vervangen door Karel De Naeyer.[17] 

Kamiel Sergant en Marcel De Bisschop (De Voorpost - 19/07/1991)

Marcel werd vaak de opvolger van Alfred Kelders genoemd, maar hijzelf vond dit overdreven. Kelders had het Aalsters carnaval gered na de periode '14-'18, terwijl De Bisschop enkel wat aan de formule van carnaval gesleuteld had.

De Bisschop was een tegenstander van de domino, die in de jaren '50-'60 populair was bij de carnavalsvierders. Hij vond dat de zwarte domino niet feestelijk genoeg was voor het Aalsterse carnaval; hij zag veel liever felle en fluorescerende kleuren om het feestelijk karakter van het volksfeest in de verf te zetten.[18]

AKV

Ondanks het verdwijnen van de Vereniging der Aalsterse Komische Groepen, bleef Marcel opkomen voor de Aalsterse carnavalsgroepen. Zo ijverde hij voor een werkhal voor de carnavalsgroepen en kwam begin de jaren '60 met het idee om de Couverture ter beschikking van de groepen te stellen. Schepen Benoni Ringoir vond dit een goed idee en kocht het gebouw van de Couverture voor de stad aan. De Couverture werd gebruikt al stadsfeestzaal, maar ook de carnavalsgroepen konden er terecht om hun wagen op te bouwen. 

De Vereniging der Komische Groepen was dan wel opgedoekt en eind de jaren '60 nam Marcel het initiatief om een nieuw carnavalsverbond uit de grond te stampen; het AKV. Marcel werd de eerste voorzitter, maar nam na enkele maanden ontslag; hij was ondertussen immers burgemeester geworden. Als burgemeester bleef Marcel wel het AKV steunen. Toen de Couverture in 1973 verhuurd werd en niet meer gebruikt kon worden als werkhal, kocht burgemeester De Bisschop de oude fabriekshal Vander Smissen aan, zodat de groepen van het AKV daar terecht konden in het complex 'Kapucientjes'.[19] Marcel De Bisschop werd benoemd tot ere-voorzitter van het AKV.  

Carnavalsburgemeester

Tijdens zijn burgemeesterschap werd Marcel al snel de carnavalsburgemeester genoemd; carnaval lag hem immers nauw aan het hart. Zo werkte Marcel samen met het AKV in 1974 mee aan de langspeelplaat 'Hier Spreekt Men Oilsjters', waarop hij te horen is met een toespraak. In de toespraak alludeert hij in het dialect op het lied 'Den Boerenberremiester' van Michel Cleemput, waarbij hij zegt dat de Aalstenaars wel zeggen dat ze hem graag zien, maar dat hij dit niet geloofde.

Marcel_De_Bisschop_-_Toesprauk_van_den_Berremiester

Marcel De Bisschop - Toesprauk van den Berremiester

In 1976 werd Marcel het onderdeel van een grap van de Galante Moilentrekkers. Zij lieten op 1 april een standbeeld ter nagedachtenis aan burgemeester De Bisschop onthullen. Het borstbeeld werd om 3u 's nachts in het centrum van de Grote Markt geplaatst. Om 11 u 's morgens werd het standbeeld door Gustaaf De Stobbeleir onthuld in het gezelschap van de BRT, dat een opname maakte voor de ochtenduitzending van hun journaal. Na de onthulling bleek al vrij snel dat het om een grap ging. De Galante Moilentrekkers hadden kunstenaar Marc De Bruyn gevraagd om een karikaturaal borstbeeld van Marcel De Bosschop te maken in klei. Het resultaat was een borstbeeld van 40 kilogram, dat overspoten werd in brons. Het borstbeeld werd omringd door 7 rouwkransen, waarop de namen te lezen waren van Benoni, Manuel De Visser, Tjen Boomgaard, Mr.Louis, Gaston, Bebert en Petjen Jang. Het borstbeeld was ook vergezeld van een woordje uitleg. Op een plakkaat stond 'Marcellus Biscopius' te lezen, waaronder in kleine letters wat meer uitleg gegeven werd over deze persoon: 'Leerde zijn volk carnaval vieren - Meest reizende burgervader - Laatste burgemeester van Klein-Aalst'.[20][21]

1 april 1976: een borstbeeld voor Marcel. (De Voorpost - 09/04/1976)

Gabrovo

Marcel De Bisschop (rechts) in Gabrovo (Foto: vzw Mensen dienen Bulgarije: Aalst-Gabrovo)

In 1977 gingen Marcel De Bisschop, Jackie D'Herde, Odilon Mortier en Jos De Geyter naar Bulgarije om het Aalsters carnaval naar daar te brengen. Een delegatie uit Gabrovo kwam op bezoek in 1978. Odilon Mortier, Jackie D'Herde en Jos De Geyter ontving de delegatie op de luchthaven, waarna Marcel De Bisschop de groep uit Gabrovo een rondleiding gaf in Aalst. Dit was een begin van de vriendschapsband tussen Aalst en Gabrovo. Marcel reisde nogmaals naar Gabrovo af in 1979 en 1983. Op de Jaarbeurs van 1982 werd dankzij Marcel een Bulgaarse Avond georganiseerd, waarop Bulgaarse folklore groepen uitgenodigd werden. Marcel regelde dat deze folkloregroepen op tournee konden gaan in België.[22][23][24]

Dankzij de tussenkomst van Marcel werd een kostuum van de Aalsterse Gilles aan het Museum van de Humor en de Satire in Gabrovo geschonken.[25] Marcel droeg Gabrovo een warm hart toe en tot in zijn laatste uren was hij bezorgd om zijn Bulgaarse vrienden. Zo vroeg hij op 13 juli 1991 aan Willy Van Impe om zijn goede vrienden in Gabrovo verder te helpen. Dit waren één van de laatste woorden van Marcel, want daarna viel hij in een coma en 2 dagen later stierf hij.

In 1997 werd uiteindelijk de Stichting Marcel De Bisschop: Aalst- Gabrovo opgericht. Het doel van deze stichting was het helpen van de inwoners van Gabrovo op humanitair, sociaal, cultureel en wetenschappelijk gebied. In 2011 werd de stichting omgedoopt tot 'Mensen Dienen Bulgarije: Aalst-Gabrovo'. Marcel was ook geliefd in Gabrovo en op 10 oktober 1998 kreeg onze oud-burgemeester er een eigen plein voor het station in Gabrovo: de 'Plosjtad Marcel De Bisschop'.[26] In 2009 werd Gabrovo de officiële partnerstad van Aalst.[27]

De Stichting Marcel De Bisschop verkocht in 2008 een bier, genaamd 'Nen Biskop'. Op de fles was een karikatuur van Marcel te zien, getekend door Frans Wauters.[28]

De Blaa Biskoppen

De medaille van de Fidele Kölner uit 1980

In de stoet van 1979 verschenen overal Blauwe Bisschoppen in de stoet. Bijna elke losse groep ging met een blauw Sint-Maartenskostuum in de stoet. Deze uitbeelding verwees naar de overstap van dat Marcel van de CVP naar de PVV. Ook een groep rond Jos Blommaert verkleedde zich als blauwe bisschoppen, die daarna de carnavalsgroep de Blaa Biskoppen vormden.

De Duitse carnavalsgroep, de Fidele Kölner, was in Aalst op bezoek tijdens de carnavalsdagen van 1979. Toen ze in 1980 opnieuw uitgenodigd werden, hadden ze een carnavalsmedaille meegenomen naar Aalst. Op de carnavalsmedaille was de slogan "Wat wör ūns Heimat ohne ūns?" te lezen, met daaronder het wapenschild van de steden Keulen en Aalst, en een Aalsterse ajuin. Op de medaille hadden ze ook, afgaand op het vorige jaar, een typisch Aalsterse carnavalsfiguur gezet: een blauwe bisschop met het gezicht van Marcel.

Marcel in de stoet als Blaan Biskop (Foto: www.mdbs.be)

Marcel was fier op zijn bijnaam van nieuwe bijnaam en kocht in 1986 een mannequinpop aan voor het Carnavalsmuseum. De pop moest van Marcel aangekleed worden met een blauwe bisschoppenmantel.[29]

In 1990 namen De Blaa Biskoppen hun inspiratiebron mee in de stoet. Marcel werd in een biscomobiel geplaats, gebaseerd op de pausmobiel, van waaruit hij het publiek kon zegenen. Samen met Frans Wauters, Albert Cornand en Ariane D'Haeseleer werd hij dat jaar benoemd tot ere-bisschop van De Blaa Biskoppen.[30]

Hart voor carnaval

Marcel bleef zich inzetten voor carnaval en nam in 1987 deel aan een rondetafelgesprek. In de Mikisclub kwamen Marcel,  Kamiel Sergant, Frans Wauters, Anny De Maght, Juliaan Vinck en Jan Dooms samen om een aantal beslissingen te nemen over Aalst carnaval. Marcel kantte zich tijdens dit gesprek tegen de commercialisering van carnaval. "Carnaval moet niet opbrengen. Carnaval is amusement."[31]

Tijdens de prinsenverkiezing van 1987 was Marcel onderdeel van de vaste proef. De kandidaten moeten uit een reeks domino's een aantal bekende Aalstenaars herkennen, aan de hand van 5 vragen. Voor de latere winnaar, Popoll, eindigde deze proef rampzalig, hij kreeg een nul van de jury. Zijn tegenkandidaat Ben had meer succes; hij herkende Prins Balou en Marcel De Bisschop onder het dominokostuum. Jan Dooms werd niet herkend. 

Nog in 1987 stelde Marcel De Bisschop voor om een standbeeld te laten oprichten voor de overleden Ajuinboer, Albert Verbestel. Marcel schakelde de Draeckenieren in om zijn idee te verwezenlijken. Het standbeeld zou er uiteindelijk niet komen, maar het was wel de aanleiding naar de vraag voor een carnavalsmonument.[32] 

Marcel overleed in 1991 op 83-jarige leeftijd, nadat hij ten gevolge van een ziekte was opgenomen in het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis. Hij was sinds 1936 gehuwd met Irène Van Hauwe.[33]

Marcel op de carnavalsraadzitting in 1988 (Foto: Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

Carnavalsliedjes

Als burgemeester en carnavalist is het evident dat Marcel bezongen werd in een aantal carnavalsliedjes.

Zo bracht Michel Cleemput in 1974 een lied over de burgemeester met 'Den Boerenberremiester', dat werd uitgebracht op de langspeelplaat 'Hier Spreekt Men Oilsjters'. In het lied heeft Michel het over de steun die de Aalsterse groepen nodig hebben, maar niet kregen. Volgens het lied was Marcel de enige politieker die luisterde en veel beloofde aan de carnavalisten, om van hun gezaag vanaf te zijn.

Hé berremiester, ge wetj dammen a geiren zieng, lotj insj zieng hoe geiren da goi ons ziet. Hé berremiester, ge wetj dammen a geiren zieng, lotj insj zieng hoe geiren da goi ons ziet. En geift ons, geift ons, geift ons, geift ons wa poeng, de groepen van Oilsjt die emmen da vandoeng, doeget ten, doeget ten, hé Bisschop, hé Bisschop. (uit Den Boerenberremiester van Michel Cleemput)

Michel_Cleemput_-_Den_Boerenberremiester

Michel Cleemput - Den Boerenberremiester

In 'Bleif van men flosj' van Michel Cleemput en Antoine Van der Heyden horen we "Bisschop, ge zetj ver ons nen toffe kadei. Ge kost gerest nog zes jooren mei. Wa zede goi nen oe-oe-oe,oe-oe-oe. Bisschop, gezeiten op né mini-velo. Op het stadhois door wordje ne clown. Mor toch nen toffe knul".

In het lied 'Fikus Dada' van Michel Cleemput wordt Marcel omschreven als "Marcel De Bisschop, neutrolen bondstop. Carnavalist mor gienen domkop" en in het lied 'Ja zeg Lowieke wa na', over burgemeester Louis D'Haeseleer, van Kamiel Sergant, weerklinkt "Hoi lupt na nichteren en Bisschop lupt zat".

Varia

  • Tijdens een optreden van circus Jhony werd Marcel ingezeept door een olifant voor een scheerbeurt.
  • In 1964 kreeg Aalst een welsprekendheidstornooi, op initiatief van Marcel De Bisschop.
  • Naar aanleiding van de prinsenverkiezing in 1969 ontving het Feestcomité een brief, waarin De Bisschop, Gilbert Claus, Henri Van de Perre en Remy Buys bedreigd werden. Als kandidaat Vic verkozen zou worden tot Prins Carnaval, zou er een bomaanslag plaatsvinden. De politie was extra waakzaam bij de verkiezing van dat jaar.
  • In 1970 organiseerde de fanfare 'Kunst en Vermaak' een ponykoers. Voorzitter De Bisschop schonk hierbij een prijs: de Ereprijs Marcel De Bisschop.
  • In 1971 was Marcel mede-oprichter van de vzw Aalsterse Sportcentra. Binnen deze vzw wou de Stad Aalst een aantal sportterreinen beheren. De vzw bestaat vandaag nog steeds en heeft o.a. de terreinen van de Osbroek, het Beukenhof, de Faluintjes en de Denderdal in zijn beheer.
  • Op het Driekoningenfeest van 1977 ontving Marcel van De Gaâ Lowies de titel van Kandidaat Prins van Denderleeuw.
  • Op de Prinsenverkiezing van 1977 bracht Michel Cleemput een ode aan Marcel De Bisschop.
  • Marcel als lid van het Corum Alostum Imperiale (De Voorpost - 05/08/1977)

    Tijdens de Pikelingfeesten in 1977 werd Marcel als nieuw lid van het Corum Alostum Imperiale geïntroduceerd. 
  • In 1978 werd Marcel gehuldigd als laatste burgemeester van Klein-Aalst. Een portret van Marcel, van de hand van Luc De Decker, werd in het Stadhuis opgehangen.[34]
  • Marcel De Bisschop deed bijna al zijn verplaatsingen met de fiets, waardoor hij vaak te laat kwam. Zijn fiets was een kleiner model, waardoor in het lied "Bleif van men flosj" verwezen wordt naar een "mini-velo".
  • In 1978 werd Marcel voorzitter van het Priester Daensfonds in Aalst.
  • In 1985 was Marcel niet in Aalst tijdens de carnavalsdagen; hij was met zijn vrouw naar Tenerife getrokken.
  • Marcel was erelid van de Aalsterse Gilles.
  • Marcel was ook deken van de dekenij Hovenierstraat-Molendries-Varkensmarkt.
  • Marcel vergezelde het koor 'Cantate Domino' op verschillende buitenlandse reizen.[35]
  • In 2004 werd de Verenigde Natiënstraat omgedoopt tot de Marcel De Bisschopstraat.

    Gedenkplaat (Foto: www.mdbs.be)

  • Op 24 mei 2006 herdacht 'Mensen Dienen Bulgarije: Aalst-Gabrovo' het overlijden van Marcel. Naar aanleiding van het 15-jarig overlijden van Marcel werd een gedenkplaat ingehuldigd aan zijn geboorteplaats in de Gentsestraat.
  • In 2006 liep de tentoonstelling 'Marcel De Bisschop - wereldburger' in het Stadsmuseum
  • In 2007 verscheen het boek 'Ik heb een steen verlegd' van Gunnar Callebaut en Johan Velghe over Marcel De Bisschop.
  • In 2015 was een kop van Marcel te zien op de wagen van Possensje, dat de 5 laatste burgemeesters van Aalst een borstbeeld gaf voor in hun carnavalsmuseum.

Marcel op de wagen bij Possensje in 2015 (Foto: Sören Delclef - AjoinPedia)

Bronnen

  1. De Gazet van Aalst, 5 augustus 1972
  2. Bogaert R, Strijpens H. & Van der Poorten J-P. (1982), Aalsterse gesprekken, Uitgeverij Pieter Daens
  3. De Gazet van Aalst, 26 januari 1961
  4. De Gazet van Aalst, 7 november 1970
  5. De Gazet van Aalst, 17 oktober 1970
  6. De Gazet van Aalst, 6 februari 1971
  7. De Voorpost, 8 oktober 1976
  8. De Voorpost, 27 oktober 1978
  9. De Voorpost, 20 oktober 1978
  10. De Voorpost, 3 november 1978
  11. De Gazet van Aalst, 28 mei 1982
  12. Nieuwe Gazet van Aalst, 24 december 1982
  13. De Gazet van Aalst, 15 februari 1969
  14. De Gazet van Aalst, 25 september 1958
  15. De Gazet van Aalst, 3 september 1960
  16. De Gazet van Aalst, 10 september 1960
  17. De Voorpost, 8 februari 1980
  18. De Gazet van Aalst, 18 februari 1960
  19. De Voorpost, 30 maart 1990
  20. De Voorpost, 9 april 1976
  21. De Voorpost, 26 februari 1988
  22. Nieuwe Gazet van Aalst, 17 juni 1983
  23. De Voorpost, 3 september 1982
  24. De Voorpost, 3 september 1982
  25. De Voorpost, 17 juli 1987
  26. vzw Mensen dienen Bulgarije: Aalst-Gabrovo
  27. De Standaard, 28 december 2009
  28. De Standaard, 25 januari 2008
  29. De Voorpost, 21 november 1986
  30. De Voorpost, 23 februari 1990
  31. De Voorpost, 6 februari 1987
  32. De Voorpost, 25 december 1987
  33. De Voorpost, 19 juli 1991
  34. De Voorpost, 24 maart 1978
  35. De Voorpost, 20 januari 1978
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.