**onder constructie**


Kolonel R. Van Assche[bewerken | brontekst bewerken]

Het Kindeke Baba kwam eerst niet voor in Aalst; de Aalsterse inwoners kenden het Kindeke Baba als een reuzenkind uit o.a. Geraardsbergen. In 1874 werd Kindeke Baba in Aalst gebruikt als spotnaam voor de kolonel van de Garde Civique. De aanleiding hiervoor was het vastevondproces, dat op 29 juni 1874 plaatsvond.

Kolonel R. Van Assche (midden) en de Burgerwacht in 1968 (Foto: http://madeinaalst.be - Stadsarchief Aalst)

Tijdens de vastenavondsdagen hadden 9 Aalstenaars zich vermomd als de Garde Civique (of Garde Komiek). De kolonel van de Garde Civique kon hier echter niet om lachen en daagde de groep carnavalsvierders voor de rechter. Ze werden beschuldigd van het onwettig dragen van de kledij van de Garde Civique, beledigingen tegenover de Garde Civique, zware beledigingen tegenover kolonel Van Assche van de Garde Civique en zware beledigingen tegenover de burger Raymond Van Assche. Tijdens de getuigenis van kolonel Raymond Van Assche, die ervoor koos om in het Vlaams te getuigen, antwoordde hij meermaals met "Dat is natuurlijk!". De kolonel, die het Vlaams duidelijk niet zo machtig was, kreeg als repliek van de rechter "Het kan gebeuren dat dit alles voor u zeer natuurlijk is, maar het moet voor ons ook natuurlijk zijn!". De kolonel antwoordde hierop met..."Dat is natuurlijk!". Menig leden van het leger, die aanwezig waren in de rechtszaal, moesten hierop de zaal uitlopen om hun lach de vrije loop te laten. De Aalsterse burgemeester, Van Wambeke, en enkele agenten werden ook opgeroepen tijdens de rechtszaak. Allemaal verklaarden ze dat de kledij van de carnavalsvierders totaal niet leek op die van de Garde Civique. Na de getuigenissen van de burgemeester en zijn agenten zag het Openbaar Ministerie af van deze aantijging.

Reactie op het proces uit De Denderbode (De Denderbode - 12/07/1874)

De beschuldigden verklaarden dat ze tijdens de vastenavondsdagen door kolonel Van Assche ontmaskerd werden, terwijl hij daar niet de bevoegdheid toe had. De kolonel had vervolgens ook politieagenten bevolen om de groep aan te houden. De procureur zei hierop dat kolonel Van Assche geen enkele bevoegdheid had om de politie bevelen te geven, maar dat hij enkel mocht optreden als hem dit gevraagd werd door de politie. Kolonel Van Assche zou er volgens de kranten met een rood hoofd bijgezeten hebben, waardoor hij vergeleken werd met het Kindeke Baba van Geraardsbergen. Hij werd hierdoor het Aalsterse Kindeke Baba genoemd. De rechtbank besloot dat er hier geen sprake was van beledigingen tegenover de kolonel van de Garde Civique, maar enkel tegen de persoon Raymond Van Assche. De beschuldigden werden uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van een boete van 26 frank.[1][2]

  1. De Denderbode, 5 juli 1874
  2. De Denderbode, 12 juli 1874
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.