Pierre Robert (Petrus Robertus) Renoncourt (Rijsel 29/08/1895 - Etterbeek 1961) was de eerste Prins Carnaval van Aalst. In 1953 werd hij door burgemeester Oscar De Bunne aangesteld als Prins Kakelaki I.


Stoffenhandelaar

Robert werd in 1895 geboren in Lille (Frankrijk) onder de naam Pierre Robert Van de Steen, genoemd naar zijn moeder Esther Celestina Van de Steen. Zijn moeder was geboren in Aalst, maar woonde op dat moment in het Franse Rijsel. Toen zijn moeder begin juli 1905 in Lille trouwde met de Fransman Charles Désiré Renoncourt, kreeg Robert voortaan diens naam. Het huwelijk tussen Esther en Charles was echter niet van lange duur, want Charles overleed drie maanden later op 38 jarige leeftijd, waarna Esther met haar zoon Robert terugkeerde naar haar geboortestad Aalst. Ze namen hun intrek op de Varkensmarkt, nummer 1.

Robert was dus geboren in het Franse Rijsel en had de Franse nationaliteit. In het militieregister van de Eerste Wereldoorlog in 1914-1915 staat Robert genoteerd als dienstplichtige onder de naam Pieter Robrecht Renoncourt; hierbij staat verkeerdelijk vermeld dat hij de Belgische nationaliteit had. Op dat moment woonde hij nog steeds met zijn moeder aan de Varkensmarkt en oefende hij het beroep van handelaar uit.

Robert zou op 5 juni 1919 trouwen met de Aalsterse Evelina Ghysbrecht en een maand later werd hun dochter Esther Pauline Renoncourt geboren. Robert en Evelina woonden op dat moment aan de Ouden Dendermondsesteenweg, maar zouden kort daarna verhuizen naar de hoek van de Borluutstraat. In 1927 kregen ze een zoon, Frans Robert Renoncourt.

Robert was handelaar in textielgoederen. Hij had een winkel in de Kattestraat, maar was ook actief als marktkramer. Als handelaar uit de Kattestraat nam hij er in 1932 deel aan de eerste braderij ooit in Aalst. Naast stoffen en ondergoed, verkocht Robert als eerste in Aalst ook carnavalsartikelen en -kostuums. Robert kreeg de bijnaam Kakelaki, omdat hij stoffen in kaki steeds kakelakistoffen noemde. In 1939 richtte hij de nieuwe vennootschap 'Etablissements Renoncourt' met als maatschappelijke zetel Borluutstraat 29. Hoofdactiviteit van de zaak was het vervaardigen en verhandelen van stoffen, bonnetterieën en confecties. Hij huurde vervolgens het pand aan Keizerlijke Plaats 65.[1]

Tot voor de Tweede Wereldoorlog bleef Robert in de Borluutstraat wonen, waarna hij verhuisde naar Sint-Jans-Molenbeek (1940) en Etterbeek (1943), waar hij eind 1948 opnieuw vertrok. Het is niet duidelijk waar Robert daarna woonde.[2][3][4][5][6][7][8][9][10]

Liefdadigheidsfeesten

Robert had een groot hart en samen met de broers Dierick deed hij verschillende omhalingen voor het goede doel in Aalst. In 1928 haalden ze 825 Frank op ten voordele van de drieling van de familie Verpeten uit de Rapenstraat.[11]

Hij organiseerde in 1934 in de Belfortzaal een kerstfeest voor de ouderen en weeskinderen die in de Aalsterse instellingen verbleven. De ouderen en kinderen kregen heel wat geschenken, terwijl Oscar Van Pamel er voor da animatie zorgde.[12]

Vastenavondvierder

Arthur Dierick, ?, Robert Renoncourt en Omer Dierick (Bron: De 75 Stoeten van Aalst - DAK)

In de jaren '20 groeide Robert uit tot een gekende Vastenavondvierder en vaste klant in de Aalsterse herbergen. Vastenavond was voor Robert een belangrijke dag. Zo ging hij steeds op eigen kosten mee in de Aalsterse carnavalsstoet met zijn groep De Exentrieken, waarvan hij de stuwende kracht en voorzitter was. De groep bestond naast Robert, nog uit de broers Omer en Arthur Dierick, en hun vrouwen Maria Van den Abeele en Maria De Smedt. De groep nam meestal als clowns of pierrots deel aan de kavalkades in die tijd. Net zoals vele handelaars, deed hij regelmatig een gift voor de carnavalsfeesten. Zo schonk hij in 1939 bijvoorbeeld 50 frank.[13][14]  

Bij de eerste officiële Aalsterse carnavalsstoet in 1923 waren Robert en zijn groep Hoe Zotter Hoe Liever meteen van de partij. Roberts inzet werd erg gewaardeerd door de stad en op de prijsuitreiking kregen hij en zijn groep De Excentrieken een bijzondere vermelding, zoals in 1937 (15 jaar medewerking),

in 1946 werd hij speciaal vermeld, omdat hij 18 stoeten op eigen kosten had meegelopen. Hij werd er ook een groot weldoener van liefdadigheidsfeesten genoemd, omwille van zijn 25 jaar inzet als trouwe medewerker bij alle stadsfeesten.[15][16][17]

De Exentrieken (met Kakelaki in het midden) tijdens carnaval 1935

Tijdens Aalst Carnaval bezocht hij steeds de cafés in het centrum met zijn open koets en koetsier. Hij was gekleed als clown, met wit geschminkt gezicht en witte punthoed. Hij was een opvallend figuur tijdens de carnavalsfeesten, waardoor er veel over hem gesproken werd. Samen met Omer Dierick en Arthur Dierick reed hij jaarlijks in zijn koets mee in de stoet. 

Samen met Frans De Boitselier kwam hij op het idee om in Aalst een Prins Carnaval te introduceren. Hun idee gevolgd door de stad en het jaar daarop werd Robert in 1953 aangesteld als eerste Prins Carnaval van Aalst. 

Prins Carnaval 1953

Van links naar rechts: Charly Van Steenbergen, Anastasia De Bruyn, Henri Van de Perre, Arthur Dierick, Evarist Beeckman, Robert Renoncourt, Benoni Ringoir, Alfred Kelders, Alfons Berghman, Omer Dierick, Laurent De Wolf, Maria Van den Abeele, Gustaaf De Stobbeleir, Jean De Brucker (Bron: Mijlbeek, Jos Ghysens)

Naar aanleiding van het zilveren jubileum van Aalst Carnaval wilden de organisatoren uitpakken met enkele vernieuwingen. Zo deed het Ros Balatum zijn intrede, maar werd er voor het eerst ook een Prins Carnaval ingevoerd.  

In het huis van Gustaaf De Stobbeleir werd beslist om Robert Renoncourt aan te stellen als eerste Prins Carnaval van Aalst. Op 6 februari 1953 werd Robert hiervan per brief op de hoogte gebracht. Renoncourt mocht als Prins Carnaval, samen met zijn twee vrienden Arthur en Omer Dierick, in een open koets, door twee paarden voortgetrokken, meerijden in de stoet.  

Renoncourt droeg een met zilveren pailletten versierd clownskostuum en kreeg op zondagmiddag aan het stadhuis de prinsenscepter en een oorkonde van burgemeester Oscar De Bunne. Zijn Prinsennaam was Kakelaki I.[18]  

Prins Kakelaki en zijn entourage (Foto: Archief Lieven Goubert)

Er kwam echter heel wat kritiek op de aanstelling van een Prins Carnaval. Vele Aalstenaars, waaronder Pierre De Winter, vonden dat de carnavalisten ook inspraak moesten krijgen over wie Prins Carnaval moest worden tijdens een verkiezing. Het jaar daarop pikte Gustaaf De Stobbeleir het idee van Pierre De Winter op en werd de eerste verkiezing van Prins Carnaval georganiseerd. Zo was Robert de enige aangestelde Prins Carnaval van Aalst.

Varia

  • In 1923 behaalde Robert de 3e prijs op de Bloemenstoet in Ledeberg in de categorie 'Humoristieken en Allegoristen'.[19]
  • In juli 1924 deed Robert mee aan de bloemen- en reclamestoet in Aalst. Hij behaalde er de tweede plaats in de categorie van het schoonst afzonderlijk rijwiel.[20]
  • Robert werd begraven op het kerkhof van Aalst in het familiegraf Renoncourt-Ghysbrecht, waar ook Evelina Ghysbrecht (zijn vrouw), Maria Ghysbrecht (zijn schoonzus), Esther Renoncourt (zijn dochter), Virginia Van de Maele (zijn schoonmoeder) en Esther Van de Steen (zijn moeder) begraven werden.
  • In het Draeckenmuseum (1977) van de Draeckenieren werd o.a. de hoofdprijs van Prins Kakelaki tentoongesteld. Dit was een fiets met grote steek, ballonbanden, karbuurlicht, laadstoel, pion libre en herstellingstrousse.
  • In 2013 werd Robert geëerd door de Moikes. Hun aftelkalender stond in het teken van prins Kakelaki en ze maakten ook een Nominetje voor Kakelaki. In de tijd van Robert was de traditie er nog niet om lintjes en Nominettes te laten maken, waardoor de Moikes ook voor hem een Nominette uitbracht.
  • In 2017 ontstond heisa rond de Poolse roots van Prins Raf Sidorski. Uit onderzoek van OilsjtMjoezik bleek dat Raf niet de eerste 'allochtone' Prins Carnaval was; Robert was immers als Fransman ook Prins Carnaval geworden.
  • Nominette van Kakelaki door AjoinPedia (2018)

    In 2018 bracht AjoinPedia een Nominette uit met daarop Prins Kakelaki.

Redactie

Tekst en foto's

  • Tekst: Sören Delclef - AjoinPedia
  • Foto's: Collectie Lieven Goubert, Collectie Sören Delclef, boek 'Mijlbeek'

Bronnen

  1. Volk en Staat, 5 december 1941
  2. Le Grand écho du Nord de la France, 20 september 1905
  3. Ghysens J. (2005), Mijlbeek, Genootschap der Aalsterse Geschiedenis
  4. De Volksstem, 31 december 1920
  5. Le Grand écho du Nord de la France, 27 juni 1905
  6. De Werkman, 13 juni 1919
  7. De Koornbloem, 13 november 1932
  8. Archives municipales de Lille
  9. La Nation Belge, 28 augustus 1947
  10. De Standaard, 15 januari 1939
  11. De Volksstem, 28 februari 1928
  12. Het Laatste Nieuws, 27 december 1934
  13. De Paepe Ph. (1987), Verzameld werk van Philip De Paepe
  14. De Volksstem, 11 februari 1939
  15. De Gazet van Aalst, 14 maart 1946
  16. De Gentenaar, 9 februari 1937
  17. Het Volk, 9 februari 1937
  18. De Gazet van Aalst, 3 februari 1973
  19. Het Laatste Nieuws, 15 augustus 1923
  20. De Volksstem, 17 juli 1924
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.