Ajoinpedia

Het Ros Balatum is een Aalsters reuzenpaard en een speelse knipoog naar het beroemde Ros Beiaard van Dendermonde. Sinds zijn ontstaan in 1952, na de ontdekking dat het Dendermondse ros uit balatum was gemaakt, opent het jaarlijks als blikvanger de Aalsterse carnavalsstoet. Door de jaren heen groeide het uit tot een symbool van humor, spot en rivaliteit tussen Aalst en Dendermonde, met een rijke geschiedenis vol ludieke acties en kleurrijke tradities.

Het Dendermondse Ros is van balatum![]

In 1952 kwam een groep rond Pol De Paepe op het doldwaze idee om het Ros Beiaard van Dendermonde naar Aalst te ontvoeren. Voor hun ‘vooronderzoek’ trokken Herman De Gheest, Piet Moereels en Pol De Paepe zelf naar Dendermonde. Ze deden zich voor als journalisten die zogezegd een reportage wilden maken over het beroemde Ros. Terwijl Piet Moereels de Dendermondse stadsmedewerkers aan de praat hield, ontdekte Pol De Paepe in het stadsmagazijn een groot geheim: de kop van het Ros Beiaard was niet van eikenhout, maar gemaakt van een soort balatum-zeildoek.

De eigenlijke ontvoeringspoging op 26 april 1952 mislukte, maar de Aalstenaars hadden wel een kostbare ontdekking gedaan. Enkele weken later, op 17 mei 1952, verspreidde de groep strooibriefjes in de brievenbussen van Dendermonde, waarin ze het geheim onthulden. Vanaf dan kreeg het Ros Beiaard van Dendermonde in Aalst een spottende bijnaam: Ros Balatum.[1]

De Moeder van het Ros Balatum[]

Een mechanisch wonder op wielen[]

(©Jempi Dendermonde)

Jempi Dendermonde)

In 1953 wilden De Lustige Pombiers – die in 1952 als dorstige brandweermannen in de stoet gingen – iets bijzonders doen voor de 25ste stoet. Geïnspireerd door de gebeurtenissen rond de mislukte ontvoering van het Ros Beiaard, besloten ze een eigen Ros te maken, mét een stevige knipoog naar Dendermonde. Het resultaat: de moeder van het Ros Balatum.

Onder leiding van Philip Cammu, Gaston Cuvelier, Gustaaf De Brucker, Frans De Donder, Felicien De Vulder, Georges De Schrijver, Maurice Lievens, Roger en Frans Van Der Schueren, Gaston Van Mieghem en Emiel Van Royen werkten ze maandenlang in het grootste geheim aan hun creatie. Het paard werd een gigant van 7 meter hoog, 7 meter lang en 3 meter breed. De kop, inclusief veren en hals, mat maar liefst drie meter. En net zoals het originele Dendermondse Ros… was ook deze trotse creatie gemaakt van balatum.

Het Ros van De Lustige Pombiers was niet zomaar een praalwagen, maar een mechanisch hoogstandje. De kop kon draaien én achteruitkijken, en zelfs buigen om onder elektriciteitskabels door te rijden. Het paard had lange wimpers en ogen die open en dicht konden gaan. Ook de oren, manen en muil konden bewegen. Via een blaassysteem spuwde het paard confetti uit zijn muil. Onder deze gigant – goed voor 1.400 kilogram – zat een omgebouwde Opel Kadett verborgen.

Een geheime fotosessie[]

(©CD-ROM 'De 75 Stoeten van Aalst' - DAK - foto H

(©CD-ROM 'De 75 Stoeten van Aalst' - DAK - foto H. Louies)

Omdat de Pombiers hun creatie aan de wereld wilden tonen, namen ze contact op met fotograaf Herman Louies. Hij kreeg te horen dat hij foto’s moest maken en dat iemand hem zou ophalen. Zoals beloofd verscheen er een man in zijn winkel, maar de locatie van het paard moest strikt geheim blijven. Herman werd daarom geblinddoekt. Na een autorit van ongeveer een kwartier kwam hij aan op de geheime plek. Toen de blinddoek afging, stond hij oog in oog met het indrukwekkende paard van De Lustige Pombiers.

Herman nam meteen zijn foto’s en werd daarna opnieuw geblinddoekt terug naar zijn fotostudio gebracht. Daar ontwikkelde hij de beelden en stuurde ze meteen naar de pers. Niet veel later verschenen de foto’s in de kranten én lagen ze uitgestald in de etalage van zijn winkel in de Nieuwstraat. Het nieuws verspreidde zich razendsnel, en plots kende iedereen in Aalst Herman Louies.[2]

Van misverstand tot legende[]

(©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

(©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

In verschillende kranten verschenen berichten over het paard van De Lustige Pombiers, maar de berichtgeving klopte niet helemaal met de werkelijkheid. Het werd omschreven als het Ros Balatum en de makers zouden zelfs betrokken zijn geweest bij de ontvoeringspoging van het Ros Beiaard in 1952. De groep liet daarom een rechtzetting publiceren in de Gazet van Aalst. Daarin maakten ze duidelijk dat hun creatie de moeder van het Dendermondse Ros Beiaard voorstelde. De naam Ros Balatum was enkel een knipoog naar het originele paard van Dendermonde. Ook hun vermeende betrokkenheid bij de ontvoering werd uitdrukkelijk ontkend.

De rechtzetting kon echter niet meer voorkomen dat het paard van De Lustige Pombiers in de volksmond voortaan Ros Balatum genoemd werd.

In 1953 namen De Lustige Pombiers deel aan de stoet met hun imposante creatie. Oorspronkelijk wilden ze aantreden met het thema "Prins Carnaval op zwier", maar op aandringen van het Feestcomité werd dit gewijzigd naar "Met de moeder van ’t Ros Balatum op zwier". De groep ontving 2.000 Belgische frank (ongeveer 49,58 euro) aan premies en kreeg felicitaties van de jury in de categorie "buiten wedstrijd".[3]

Hun deelname werd nog extra in de verf gezet door een spottend versje, dat vrolijk werd meegezongen in de stoet:

’t Ros Beyaard maakt zijn ronde, ’t veulen staat in Dendermonde. Dendermonde maakt zich kwaad, omdat hier de moeder gaat. ’t Ros Beyaard hoog verheven, trekt nu door de Keizerstede. ’t Sch... ajuin uit zijnen steert, want ’t Ros Beyaard is een Aalsters peerd. ’t Ros Beyaard’s ogen fonkelen, nu het denkt aan zijn klein jongsken, dat in een boerendorpke staat, gans antiek en niets meer waard. ’t Ros Beyaard is ons glorie en ’t gaat niet meer uit ons memorie,dat in Aalst een paard bestaat, waar Dendermonde paf van staat.

't Ros Balatum[]

(©Collectie De Vleeshauwer - Madeinaalst

(©Collectie De Vleeshauwer - Madeinaalst.be)

Tijdens carnaval 1953 sprak heel Aalst over het Ros Balatum van De Lustige Pombiers, en niet over de officiële titel "de moeder van het Ros Balatum". Daardoor ging het oorspronkelijke idee – een spotprent op het Ros Beiaard van Dendermonde – grotendeels verloren.

In 1954 besloten De Lustige Pombiers daarom om de naam van hun groep officieel te veranderen naar ’t Ros Balatum. Henri Van de Perre, secretaris van het Feestcomité, stemde hiermee in en vermeldde de groep onder hun nieuwe naam in het carnavalsprogramma. Vanaf dat moment werd het Aalsterse Ros officieel bekend als ’t Ros Balatum.

Pol De Paepe, die in 1952 had ontdekt dat het Ros Beiaard uit balatum gemaakt was, vond het jammer dat de oorspronkelijke bedoeling van het Aalsterse Ros verloren ging. Hij wees met een beschuldigende vinger naar Henri Van de Perre als de schuldige. In de Gazet van Aalst probeerde Pol het originele idee levend te houden door te schrijven over "de moeder van ’t Ros Balatum" en te benadrukken dat 'Ros Balatum' oorspronkelijk een spotnaam was die de Aalstenaars aan het Ros Beiaard van Dendermonde hadden gegeven. Toch moest ook hij uiteindelijk erkennen dat iedereen het Aalsterse Ros simpelweg Ros Balatum noemde.

Voor de stoet van 1954 kreeg het Ros Balatum een kleine make-over: zowel de kop als het lichaam werden aangepast.

Nieuwe kop van Marc De Bruyn[]

(©CD-ROM 'De 75 Stoeten van Aalst' - DAK)

(©CD-ROM 'De 75 Stoeten van Aalst' - DAK)

De kop van het Ros Balatum was in de beginjaren te klein in verhouding tot het paardenlijf. Daarom besloot de groep ’t Ros Balatum een nieuwe kop te laten maken. Ze klopten aan bij kunstenaar Marc De Bruyn, die aanvankelijk niet voor het idee te vinden was, maar uiteindelijk toch toehapte. De nieuwe kop werd vervaardigd uit een mengeling van jute, papier, ijzer en lijm, woog ongeveer 250 kilogram en mat 2,50 meter hoog bij 2,60 meter breed.

Voor de bouw van het nieuwe Ros had Marc 3.000 kilo potaarde, 1.000 kilo gips, 70 kilo verf en 200 m² jute nodig. De mond, oren en ogen van het Ros konden bewegen, de kop kon volledig draaien, en door de neusgaten spoten water en confetti. Uit het achterwerk kwamen wolkjes rook en ajuinen. Met de nieuwe kop werd het Ros Balatum in totaal 6,50 meter hoog, 7 meter lang en 3 meter breed. Voor de versiering werd 2.000 m² stof en 100 m² zijde gebruikt. Bij het vervaardigen kreeg Marc hulp van de leden van ’t Ros Balatum.

(©Collectie Lieven Goubert)

(©Collectie Lieven Goubert)

Om de kosten te dekken, bedacht erevoorzitter Marcel De Bisschop een originele actie: de verkoop van een broche. Deze werd eveneens gemaakt door Marc De Bruyn en toonde een paard met de tekst "Ros Beiaard Aalst". De opbrengst ging integraal naar de betaling van de nieuwe kop.

De nieuwe kop werd plechtig ingehuldigd in Het Burgershuis op de Grote Markt door burgemeester Debunne en leden van het Feestcomité. Tijdens de feestelijke voorstelling genoten de genodigden van een cabaretprogramma, waarin alle acts verwezen naar het Ros. In 1955 ging het Ros Balatum voor het eerst in de stoet met de imposante kop van Marc De Bruyn.[4]

Liedjes over ’t Ros Balatum[]

(©CD-ROM 'De 75 Stoeten van Aalst' - DAK)

(©CD-ROM 'De 75 Stoeten van Aalst' - DAK)

De Aalstenaars waren trots op hun Ros Balatum, en dat blijkt uit twee liedjes uit 1957 die speciaal voor hun geliefde Ros werden geschreven.

't Ros Beiaard[]

Met een knipoog naar Dendermonde bezingt dit lied hoe het Aalsterse Ros het van het beroemde Ros Beiaard heeft overgenomen:

’t Veuleken van Dendermonde is een jonk van ’t Aalsterse paard. ’t Onze doet hier nu zijn ronde. Moeder is haar veulen waard. ’t Ros Balatum wat een beestje, schoon van kleur en schoon van lijn. Altijd is het zijnen eerste, ’t Ros Balatum mag er zijn. In Dendermonde lachen ze nu groen, ’t Ros Beiaard is niet langer kampioen. Want Aalst, dat heeft nu zijn eigen dier. Op ’t Ros Balatum zijn d’ajuinen fier. Ons paard zijn ogen draaien in zijn kop. Zijn staartje zwiert, zijn oortjes staan recht. Zijn neusje niest, spuit water en papier. Het laat ajuinen schuiven met plezier. (Tekst: Tijl Vlaming – Melodie: Suikerbosse)[5]

Rij maar aan Ros Balatum[]

Een vrolijk opzwepend lied dat het Ros als trotse praalwagen in de stoet bezingt:

Rij maar aan Ros Balatum, rij maar aan. Rij maar aan Ros Balatum, rij maar aan. Ziet toch goed waarheen je gaat, als gij statig langs de straat en ’t publiek u vol bewondering gadeslaat. Zachtjes aan en niet te snel, want dat is geen kinderspel. Gij zijt wel van ’t echte ras, maar in Aalst doet niemand iets van pas. Rij maar aan... (Tekst: Tijl Vlaming – Melodie: Ossewage)[6]

Ontvoering van ’t Ros Balatum[]

(©Landelijk Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag)

(©Landelijk Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag)

In de nacht van 15 op 16 februari 1958, vlak voor carnaval, werd ingebroken in het stadsmagazijn. De dieven gingen ervandoor met het Ros Balatum. De politie werd gealarmeerd en vond het Ros uiteindelijk terug op de grens met Herdersem. De oren waren beschadigd, de motor kapot. Toen de politie arriveerde, zetten de daders het op een lopen en lieten het Ros achter.

De agenten sleepten het paard terug naar zijn stalplaats, maar aan de tunnel aan de Dendermondse Steenweg vergaten ze de kop te laten buigen. Hierdoor liep de kop extra schade op. Ook de motor had het zwaar te verduren: de ontvoerders hadden geen rekening gehouden met het feit dat er geen olie in zat en dat het water was afgelaten.

Toch slaagde men er op zondagochtend, de dag van carnaval, in om het Ros tijdig te herstellen. Zo kon het alsnog mee in de stoet. Het Ros werd dat jaar begeleid door een plakkaat met de tekst: "Weliswaar gehavend in de strijd, maar d’Ajoinen zijn me nog niet kwijt."

De echte daders ontmaskerd[]

Voor veel Aalstenaars stond het meteen vast: de Dendermondenaren moesten wel achter de ontvoering van het Ros Balatum zitten. Zij zouden het paard hebben willen stelen om zo de stoet zonder het Ros te laten doorgaan. Maar al snel bleek dat de Dendermondenaren hier niets mee te maken hadden en dus vals beschuldigd waren.

Een week na carnaval kwam de waarheid aan het licht. De echte daders bleken leden van De Sloebers te zijn. Het plan was ontstaan nadat Georges De Schrijver, toenmalig voorzitter van de groep rond het Ros Balatum, zich sceptisch had uitgelaten over de activiteiten van De Sloebers. Lucien Tas bedacht daarop samen met Roland Van Styvendaele, Willy Van Geertrui, Adolf Van Den Bergh en Jean Van Den Hauwe het idee om het Ros te ontvoeren en naar Dendermonde te brengen. Ze kregen daarbij hulp van schepen Gustaaf De Stobbeleir, die hen wist te bezorgen wat ze nodig hadden: de sleutel van het stadsmagazijn. In de nacht voor carnaval voerden De Sloebers hun plan uit. Gewapend met de sleutel en een breekijzer openden ze het magazijn en “bevrijdden” het Ros Balatum. Bij het buitengaan liep één van de oren al schade op.

Tijdens hun tocht veroorzaakten ze onderweg extra schade: bij de Zwarte Hoekbrug braken ze elektriciteits- en tv-kabels, waarna ze twee politieagenten tegenkwamen. Toen die melding maakten op het politiebureau dat ze het Ros gezien hadden, dacht men meteen dat de Dendermondenaren ermee vandoor waren. Er werden twee politiewagens op pad gestuurd, maar De Sloebers bevonden zich toen al in de Bredestraat. Toen ze de politie zagen aankomen, sloegen ze op de vlucht en lieten het Ros achter.

De politie kon niemand grijpen, maar kwam uiteindelijk via enkele leden van De Sloebers achter het volledige verhaal. Omdat het ging om diefstal met inbraak en beschadiging van stadseigendom, werd de zaak zeer ernstig genomen.

Wrevel binnen de groep en gerechtelijke nasleep[]

(©Collectie Bruyninckx M. - Madeinaalst

(©Collectie Bruyninckx M. - Madeinaalst.be)

Het hele voorval zorgde voor wrevel binnen de groep ’t Ros Balatum. Een deel van de leden zag er de humor wel van in, maar een ander deel wilde de ontvoerders voor de rechter brengen, vooral omdat er schade was aangericht aan de motor van het Ros. De zaak kwam uiteindelijk voor de Rechtbank van Dendermonde, waar de rechter een gevangenisstraf van acht dagen oplegde aan de daders. Door tussenkomst van schepen Marcel De Bisschop en minister Ludovic Moyersoen werd de zaak echter geseponeerd.

De Dendermondenaren waren allerminst blij dat ze aanvankelijk vals beschuldigd waren van de diefstal en besloten tot een tegenactie. Op 16 mei 1958 hingen ze aan het Aalsterse stadhuis een groot plakkaat met de spottende tekst:

"’t Ros Balatum werd snood geroofd, geen ruiter die uw klacht gelooft. Geen eerlijk man uit Dendermonde heeft ooit het roverswaard gevonden. Liept gij niet zelf ermede heen en braakt het beestje kop en been? Laat nu uw scharminkel rustig los: wij hebben ’t echte Beiaard-ros. Straks doet het weer in Dendermonde in pracht en praal zijn ereronde. Weent dan van nijd bij ’t schaamle puin van Balatum. En vreet ajuin!"

Aan de voet van het Dirk Martens-standbeeld verscheen een tweede plakkaat, eveneens met een venijnige sneer:

"Zijn er wel mensen half zo dom als die van het Ros Balatum, die – tot verheuging van zo velen – hun fameus paardje lieten stelen? Wij zijn van vroeger reeds geleerd, hoe zorg te dragen voor ons peerd! Dat z’er maar een hand aan steken, ze zullen wel hun nekke breken! Want Dendermondse politiek gebruikt de wondren der techniek, die onomstootbaar zal bewijzen, wie zotten zijn en wie... de wijzen!" (Pr. Van Duyse)[7][8][9][10][11]

Stadseigendom[]

(©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

(©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

Binnen de groep ’t Ros Balatum groeiden de misverstanden en ergernissen. Uiteindelijk leidde dit tot een splitsing van de groep in twee kampen. De spanningen liepen zo hoog op dat er sabotage werd gepleegd aan het onderstel van het Ros, zodat het ene deel van de groep kon verhinderen dat het andere deel ermee in de stoet zou verschijnen. Hierdoor was het Ros Balatum afwezig in de stoeten van 1959 en 1960.

Het Feestcomité wilde het Ros echter niet verloren laten gaan en besloot in 1961 het Ros Balatum aan te kopen voor de stad Aalst. Daardoor verscheen het paard dat jaar opnieuw in de stoet, ditmaal als stadseigendom.

Toch had het Ros inmiddels zijn beste tijd gehad. In 1965 meldde de krant dat de kop van het Ros naar achter helde en dat de neusgaten uitpuilden. Ook het Feestcomité merkte dat een grondige renovatie dringend nodig was. Daarom gaven ze opdracht om het Ros op te smukken voor de stoet van 1966.[12][13]

Zonder kop in de stoet[]

(©Jempi Dendermonde)

(©Jempi Dendermonde)

Op carnavalszondag 1970 liep het goed mis toen het Ros Balatum uit het stadsmagazijn aan de Hoge Vesten wilde vertrekken. Bij het naar buiten rijden botste het tegen een muur, waardoor de kop van het Ros loskwam en over de muur werd geslingerd. Zo gebeurde het dat het Ros Balatum dat jaar zonder kop door de straten van Aalst trok.

De kop bleek onherstelbaar beschadigd en werd daarom naar het atelier van Marc De Bruyn gebracht. Marc begon meteen aan het ontwerp van een nieuwe kop, ditmaal uit polyester voor een duurzamer resultaat. Het Ros raakte echter niet op tijd klaar voor de stoet van 1971 en bleef die editie afwezig. In de Gazet van Aalst schreef men kritisch: "Waar was ons Ros? Is 360 dagen niet genoeg om deze te herstellen of ontbreekt het aan goede wil?" In 1972 was het Ros Balatum opnieuw present in de stoet.

De nieuwe polyester kop werd later het onderwerp van discussie. In 1974 bekritiseerde het Aalsters Karnaval Verbond het stadsbestuur omdat er 45.000 frank (ongeveer 1.115,52 euro) zou zijn betaald aan Marc De Bruyn voor de vervaardiging van de kop, terwijl er bij andere groepen bespaard werd. Marc ontkende dit en verklaarde dat hij veel minder had ontvangen en dat zijn vergoeding amper de kostprijs dekte.[14][15][16] [17][18][19]

Ros met tractor[]

(©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

(©Collectie Sören Delclef - AjoinPedia)

In 1975 reed Peter Merckx voor het eerst met het Ros Balatum. In 1978 nam hij deze taak definitief over van Roland De Cock. Omdat de chauffeur vanuit de buik van het paard niet altijd alles goed kan zien, reed er steeds een begeleider mee. De vaste begeleider van Peter was Jozef De Luyck, en samen zouden zij dit jarenlang volhouden. In 2002 ging Jozef met pensioen en in 2012 nam Peter afscheid als bestuurder van het Ros.

Na de stoet van 1978 kwam het Ros Balatum licht in aanrijding met een verkeerd geparkeerde auto. Dit incident had onverwachte gevolgen: in 1979 weigerde de verzekeringsmaatschappij nog een polis af te sluiten voor het Ros, omdat het geen nummerplaat had.

De stad overwoog daarop een praktische oplossing: het Ros laten voorttrekken door een tractor, die wél over een nummerplaat beschikte. Uiteindelijk kon de Onderlinge Maatschappij van Openbare Besturen toch een verzekering afsluiten voor het Ros Balatum en men paste het verzekeringscontract aan. Voor de zekerheid koos men er in 1979 toch voor om het Ros door een tractor te laten trekken. Achterop de tractor prijkte de waarschuwing: "Verboden achter de maaier te lopen: doodsgevaar." Ironisch genoeg reed het Ros Balatum amper een meter achter de tractor. De kranten spraken smalend van een schoonheidsfout in de stoet.[20]

Gestolen ornamenten[]

(©De Voorpost - 15/02/1991)

(©De Voorpost - 15/02/1991)

In 1991 werd het Ros Balatum, ter gelegenheid van de 'Europese ontmoeting', door Jo Beeckman volledig opgefrist. Het kreeg een nieuwe aankleding en straalde weer in volle glorie. Dat jaar ontsnapte het Ros echter op het nippertje aan een nieuwe ontvoering.

Begin februari trok de Dendermondse Prinsencaemere naar Aalst met het plan om het Ros Balatum te ontvoeren. Toen bleek dat het Ros te zwaar was om mee te nemen, besloten ze dan maar de attributen – waaronder schilden en vlaggen – te stelen.

De Aalstenaars reageerden prompt. Een Aalsterse delegatie, bestaande uit Gracienne Van Nieuwenborgh en De Draeckenieren, trok als tegenactie naar Dendermonde “als steun voor hun gecastreerd ezeltje”. Het werd een avond vol humor en speldenprikken tussen de twee rivaliserende steden. Na het zingen van het Ros Beiaardlied kregen de Aalstenaars de gestolen schilden en vlaggen van het Ros Balatum terug.[21][22]

Richting Dendermonde[]

(©Jempi Dendermonde)

(©Jempi Dendermonde)

In november 2001 trok het Aalsterse Ros Balatum richting de Grote Markt van Dendermonde. Het was een stunt van Lotjonslos, dat in de komende carnavalsstoet het thema van het Ros Beiaard en het Ros Balatum van onder het stof wilde halen.

Het plagerige opzet: het Ros Balatum zou het Ros Beiaard “dekken”, zodat er tegen 2010 een volwaardig Ros zou zijn. In werkelijkheid kwam het Ros Balatum echter niet verder dan de toegangspoort van de opslagplaats van het Ros Beiaard.

Het bezoek van het Ros Balatum aan Dendermonde werd op film vastgelegd en vertoond tijdens de viering van 40 jaar Lotjonslos in CC De Werf.[23][24]

Nieuw kleed[]

Ros Balatum 2019 (1)

In 2005 werd het Ros Balatum grondig gerestaureerd. De inhuldiging vond plaats op 28 januari, tijdens de opening van de Winterfoor in Aalst. Het Ros werd in de Stedelijke Werkhuizen volledig ontmanteld: het houten onderstel werd vernieuwd en voorzien van nieuw kippengaas. Alleen de rug en de kop bleven origineel, maar werden hersteld en opnieuw beschilderd. Bovendien kreeg het Ros ook een splinternieuw gewaad.

De restauratie en de aanmaak van het nieuwe gewaad werden uitgevoerd door Pieter Van der Maelen en kostten 7.000 euro. Ook het mechanisme om de kop te laten zakken werd verbeterd. Voorheen zat reservechauffeur Marc Peynsaert in het paard om de kop te bedienen, maar vanaf 2005 kon de chauffeur dit rechtstreeks doen. Daarnaast werd het Ros opnieuw uitgerust met zijn iconische effecten: water dat uit de neusgaten spuit en ajuinen die uit het achterwerk rollen.[25][26]

Ros Balatum 2019 (2)

Het Oilsjters Zangpalois 2019[]

(©Carnavalaalstkoentje - Cris De Wolf)

Carnavalaalstkoentje - Cris De Wolf)

Op 29 november 2019 werd het Ros Balatum gespot in Herdersem, waardoor heel wat Aalstenaars dachten dat het Ros opnieuw op weg was naar Dendermonde voor een stunt. In werkelijkheid was het echter onderweg naar Wieze, waar het zou zorgen voor de apotheose van het Oilsjters Zangpalois.

Het Oilsjters Zangpalois van de Prinsencaemere vond dat jaar plaats in de Oktoberhallen van Wieze. Tijdens het slotnummer ’t Peerd van Deiremonne, gebracht door de Prinsen Carnaval en bevriende carnavalisten, verscheen het Ros Balatum naast het podium. Burgemeester Christoph D’Haese had toestemming gegeven om het Ros uit te lenen aan de Prinsencaemere, en Guy Walgraef zorgde voor de besturing in de zaal.

Omdat de motor van het Ros niet kon worden aangezet in de gesloten zaal, moest een speciale constructie worden bedacht om het Ros naar binnen te krijgen. Met de hulp van De Lodderoeigen slaagde de stunt volledig, tot groot enthousiasme van het publiek.[27][28]

De Wore Perenommeganck[]

De Wore Perenommeganck (2)

Op 14 mei 2022 organiseerden De Draeckenieren de Wore Perenommeganck in het Aalsterse stadscentrum. Deze ommegang werd opgezet naar aanleiding van de Ros Beiaardommegang 2022 in Dendermonde. De Aalsterse Draeckenieren wilden zo ook het Aalsterse Ros Balatum een eigen stoet geven, met hier en daar enkele ludieke speldenprikken richting Dendermonde.

De ommegang vertrok aan het Vredeplein en trok via de Nieuwstraat naar de Grote Markt. Ze bestond uit vier delen, met het Ros Balatum als grote afsluiter, voortgetrokken door Prins Carnaval Yvan De Boitselier. Onderweg infiltreerden zogezegde Dendermondse prominenten – de Belleman, schepenen en de burgemeester – die boterhammen met kopvlees uitdeelden aan de Aalsterse omstaanders. Toen het Ros Balatum op de Grote Markt arriveerde, probeerden de pijnders uit Dendermonde het paard tegen te houden, maar zonder succes.

Op de Grote Markt stond een podium opgesteld waar verschillende toespraken werden gehouden. Burgemeester Christoph D’Haese van Aalst en burgemeester Piet Buyse van Dendermonde deelden ludieke steken naar elkaar uit, terwijl het Ros Balatum als eregast alles gadesloeg.

Varia[]

  • Marcel De Bisschop werd benoemd tot erevoorzitter van de groep ’t Ros Balatum. Deze eretitel kreeg hij omdat hij in 1952 een speciale premie van 2.000 frank (ongeveer 49,58 euro) had uitgereikt aan een Aalsterse komische groep. De prijs ging uiteindelijk naar De Lustige Pombiers, die later datzelfde jaar het legendarische Ros Balatum zouden creëren.[29]
  • In 1975 bracht het Ros Balatum een bezoek aan Dendermonde, ter gelegenheid van de Ros Beiaardommegang.[30]
  • Toen koning Boudewijn en koningin Fabiola in 1978 de Aalsterse stoet bijwoonden, wilden Peter Merckx en Jozef De Luyck, de vaste begeleiders van het Ros Balatum, op de Grote Markt een bijzondere act brengen: ajuinen laten rollen uit het achterwerk van het Ros. Onderweg besloten ze alvast te oefenen. Jozef moest de ajuinen opvangen om ze later op de markt opnieuw te gebruiken. Maar van de 10 kilo ajuinen kon hij er amper een paar redden: het publiek ging er gretig mee aan de haal. Daardoor viel hun geplande stunt op de Grote Markt in het water.[31]
  • In 1980 bracht het reizend stads-poppentheater Kwik het stuk “Het Ros Balatum” op de planken.[32]
  • In 1999 werd het Ros Balatum van stal gehaald door De Draeckenieren om de Dendermondse pijnders – de dragers van het Ros Beiaard – een hart onder de riem te steken. De Pijndersgilde van Dendermonde protesteerde omdat ze van het stadsbestuur nog geen toestemming hadden gekregen om te oefenen voor de komende Ros Beiaardommegang. Uit protest trokken de pijnders naar Aalst, waar ze steun kregen van het Ros Balatum. Met een houten speelgoedpaardje maakten de Dendermondse pijnders een symbolisch rondje rond de Grote Markt van Aalst.[33]
  • Tijdens de carnavalslunch van 2000 werden Jozef De Luyck en Peter Merckx door de stad Aalst in de bloemetjes gezet omdat zij het Ros Balatum al 25 jaar trouw begeleidden. Jozef woonde de hulde bij met een gebroken pols: een week voor carnaval was hij tijdens onderhoudswerken van het Ros Balatum gevallen.[34]
  • In 2000 kreeg het Ros Balatum van de stad Aalst toestemming om buiten te komen voor een optreden van Poppentheater Aabazjoer. Op de Grote Markt maakte het gezelschap, in het bijzijn van het Ros Balatum, reclame voor het stuk “d’ Histoere van ’t Peerd”. Dit theaterstuk vertelde het verhaal van de poging tot ontvoering van het Ros Beiaard uit 1952.[35]
  • In 2002 was het Ros Balatum niet te zien tijdens de maandagstoet. Door het slechte weer besliste burgemeester Anny De Maght dat het paard op stal moest blijven.
  • (©Editie Dendermonde

    (©Editie Dendermonde.be)

    In 2006 verscheen er in het Zuid-Franse Menton een bijzondere versie van het Ros Balatum, volledig gemaakt uit citrusvruchten. De stad staat bekend om haar citroenen en appelsienen en organiseert jaarlijks de Citroenfeesten, waarbij indrukwekkende beelden uit fruit worden gemaakt. Dat jaar koos men ervoor om het Ros Balatum na te maken in appelsienen en citroenen. Bij het beeld stond een plakkaat met de tekst “Belgique – Ros Balatum”. In Dendermonde kon men niet goed begrijpen waarom de organisatoren hadden gekozen voor het Ros Balatum van Aalst en niet voor hun eigen Ros Beiaard.
  • Op 26 april 2009 werd het Ros Balatum op Erfgoeddag wetenschappelijk gekeurd door De Draeckenieren. Met deze ludieke actie wilden zij de Dendermondenaren bewijzen dat Aalst het enige echte paard in handen had.[36]
  • In 2010 werd het Ros Balatum ludiek te koop aangeboden door het Dendermonds Kopvliësfront. Dit was een tegenreactie op een eerder bezoek van De Draeckenieren aan Dendermonde. Dat jaar kwam het Ros Balatum op de dag van de Ros Beiaardommegang buiten onder het motto “Mijn Paard, Schoon Paard”. Het Ros Balatum maakte een tochtje door Aalst met op haar rug de zussen Dilewyns uit Grembergen. In Dendermonde waren deze zussen geweigerd om op de rug van het Ros Beiaard te zitten, omdat de traditie voorschrijft dat enkel vier broers het Ros Beiaard mogen berijden. Daarna trok een Aalsterse delegatie per bus – mét de zussen – naar Dendermonde om er de Ros Beiaardommegang bij te wonen.[37][38][39]
  • Peter Merckx (©Het Nieuwsblad - 19/01/2011)

    Peter Merckx (©Het Nieuwsblad - 19/01/2011)

    In 2011 ging Peter Merckx van de Stedelijke Werkhuizen met pensioen. Peter was jarenlang de bestuurder van het Ros Balatum. Zijn eerste kennismaking met het Ros dateerde van 1975, toen hij meereed om de kop van het Ros manueel naar beneden te draaien wanneer er een kabel over de baan hing. In 1978 nam hij de taak van bestuurder over van Roland De Cock. Vanaf 2006 kreeg Peter assistentie van Roland Schepens, die tijdens de stoet de ajuinen uit het achterwerk van het Ros Balatum liet rollen. Omdat er niet meteen een opvolger werd gevonden, mocht Peter in 2012 nog één laatste keer het Ros besturen. Naast hem zat toen Guy Walgraef, zijn beoogde opvolger. Guy nam het stuur over en bestuurde het Ros Balatum vervolgens gedurende twee jaar.[40][41][42]
  • Aanvankelijk werden de vier Heemskinderen van het Ros Balatum via politieke kringen aangebracht. Later namen leden van De Stopnoillekes plaats op de rug van het Ros. Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van Aalst Carnaval zaten zelfs vier schepenen op het paard. In de jaren ’90 ging Peter Merckx zelf op zoek naar de ruiters. Zo gebeurde het dat de zoon van Peter maar liefst zeven keer op de rug van het Ros Balatum zat. In 2002 zaten er voor het eerst vier meisjes op het Ros: Ode Peynsaert, Laurence De Dier, Anne-Sophie Rowies en Isabeau. Sinds 2010 worden de vier Heemskinderen gekozen via een wedstrijd. Deze bestond onder meer uit het maken van een maquette van een carnavalswagen, om ter snelst op een mini-Ros gaan zitten en het brengen van een act. Voor 2020 moesten de deelnemers vragen beantwoorden en een affiche maken. Voor Aalst Carnaval 2025 moesten kandidaten voor de rol van Heemskind een video opnemen van maximaal één minuut. In deze video vertelden ze waarom zij een plaats op het Ros Balatum verdienden en welke talenten daarbij aansloten.
  • Tijdens de zondagstoet van 2020 zorgden felle rukwinden ervoor dat de vier Heemskinderen niet op het Ros Balatum mochten plaatsnemen. Uit veiligheidsoverwegingen liepen de kinderen daarom voor het Ros, dat met gezakt hoofd de stoet in trok. Op maandag mochten de vier Heemskinderen wél op de rug van het paard plaatsnemen en reed het Ros opnieuw in volle glorie mee door de straten van Aalst.
  • Voor Aalst Carnaval 2025 kregen de vier Heemskinderen een nieuw kostuum, ontworpen door Bram De Baere. Het vernieuwde tenue bestond uit een ajuinvormig schild, een Aalsterse vlag met de beeltenis van het Ros en een helm in de vorm van een lampenkap.

Redactie[]

Tekst en foto's[]

Bronnen[]

  1. De Gazet van Aalst, 15 januari 1956
  2. De Voorpost, 12 februari 1988
  3. De Gazet van Aalst, 16 februari 1953
  4. De Gazet van Aalst, 3 februari 1955
  5. De Gazet van Aalst, 28 februari 1957
  6. De Gazet van Aalst, 28 februari 1957
  7. Buys R., Kroniek over een Aalsterse carnavalgroep "De Sloebers" 1952-1967
  8. De Gazet van Aalst, 15 juni 1958
  9. De Gazet van Aalst, 20 februari 1958
  10. De Gazet van Aalst, 9 maart 1958
  11. Brochure 'Aalst Carnaval in het Stedelijk Museum' (2002)
  12. De Gazet van Aalst, 4 maart 1965
  13. De Gazet van Aalst, 6 maart 1965
  14. Forum Aalst Historiek
  15. Lieven Goubert
  16. De Gazet van Aalst, 6 maart 1971
  17. Ghysens J. & Baert K. (1975), aalst Karnaval, Uitgeverij Veys
  18. De Voorpost, 15 februari 1974
  19. De Voorpost, 22 februari 1974
  20. De Voorpost, 2 maart 1979
  21. De Voorpost, 1 februari 1991
  22. De Voorpost, 15 februari 1991
  23. Het Volk, 12 november 2001
  24. Het Nieuwsblad, 26 december 2001
  25. Belga, 6 januari 2005
  26. Het Volk, 13 januari 2005
  27. Carnavalaalstkoentje
  28. AjoinPedia
  29. De Gazet van Aalst, 18 februari 1960
  30. De Voorpost, 31 januari 1975
  31. Het Laatste Nieuws, 9 februari 2002
  32. De Voorpost, 25 januari 1980
  33. Gazet van Antwerpen, 31 mei 1999
  34. Het Laatste Nieuws, 11 maart 2000
  35. Het Laatste Nieuws, 28 september 2000
  36. Het Laatste Nieuws, 24 april 2009
  37. Het Nieuwsblad, 29 mei 2010
  38. Het Laatste Nieuws, 31 mei 2010
  39. Het Nieuwsblad, 31 mei 2010
  40. Het Nieuwsblad, 8 april 2011
  41. Het Nieuwsblad, 19 januari 2011
  42. Het Laatste Nieuws, 8 februari 2012