Wikia


Het Ros Beiaard is een paard uit de legende van de vier Heemskinderen. Het paard is een bekend ommegangfiguur, dat ook in de Aalsterse stoeten meeliep en ouder is dan de reuzen. Het Ros Beiaard wordt vandaag nog steeds gebruikt in de ommegang in Dendermonde, Aat en Mechelen. Aalst heeft sinds 1953 een eigen Ros: het Ros Balatum.

De 4 Heemskinderen

RosBeiaard VierHeemskinderen

(Bron: https://www.volksverhalen.be)

De vier Heemskinderen is een legende die in de 13e eeuw voor het eerst genoteerd werd. Het verhaal van de vier Heemskinderen gaat over de ridder Aymon, een trouwe leenman van Karel de Grote. Aymon was getrouwd met de zus van Karel de Grote en samen hadden ze vier kinderen: Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout. Zoals de traditie dat toen wou, kregen de kinderen van hun vader een paard. Reinout was echter te sterk, waardoor hij zijn paard per ongeluk doodde. Daardoor kreeg Reinout een tweede paard, maar tijdens de eerste rit brak dat paard zijn benen.

De-vier-heemskinderen-5

(Bron: http://www.hotel-r.net)

Een ridder moest een paard hebben en Aymon had een oplossing bedacht voor Reinout. Hij bracht zijn zoon bij het paard Bayard (het Ros Beiaard), dat door iedereen bevreesd was. Na een strijd met het paard, slaagde Reinout erin het Ros Beiaard te overmeesteren, waardoor hij de meester werd van het paard.

Bij een uit de hand gelopen ruzie tussen Reinout en zijn neef Lodewijk, de zoon van Karel de Grote, sloeg Reinout met een ijzeren schaakbord op het hoofd van Lodewijk, waarop die stierf. Karel de Grote wou zijn zoon wreken en ging achter de vier zonen van Aymon aan. De 4 Heemskinderen konden op de rug van het Ros Beiaard wegvluchten in het Ardense woud.

Legende 4 heemskinderen

(Bron: http://www.reuzeninvlaanderen.be)

Terwijl de vier kinderen zich verschuilden in het woud werd hun vader Aymon gevangen genomen door Karel de Grote. Karel de Grote zou Aymon enkel vrijlaten als hem het Ros Beiaard werd geschonken. Onder dwang van zijn moeder, ging Reinout in op de eis van Karel. Omdat het paard de reputatie had onoverwinnelijk te zijn, wou Karel de Grote het paard laten verdrinken voor de ogen van Reinout. Tot driemaal toe probeerde men het paard te verdrinken, maar het dier zwom altijd terug naar zijn meester. Reinout kon het lijden van zijn paard niet langer aanzien en wendde zijn hoofd af. Het Ros Beiaard dacht hierdoor dat zijn meester hem niet meer wilde en het liet zich verdrinken.[1]

Het Aalsters Ros Beiaard

Het Ros van de Nering der Winkeliers

Het Ros Beiaard was voor het eerst in de Aalsterse stoet te zien in 1497. Het Ros was eigendom van de Nering der Winkeliers. Het onderhoud en het herstel werden door de Nering bekostigd. De stad Aalst vergoedde enkel de dragers van het Ros, wanneer de magistraat het Ros in de ommegang liet lopen. Het Ros werd in 1519, 1520 en 1521 tijdens de processie gedragen door de Gezellen van de Kattestaat. Na de ommegang werd het paard naar het Engienhuuse op de Veemarkt gebracht, waar het paard zijn onderkomen was. Nadien werd het paard bewaard in De Blauwe Toren, aan de Zonnestraat. In 1525 en 1527 werd het Ros door 24 paarden door de stad getrokken. 

Op 9 februari 1540 deed het Ros zijn ronde in de stad, samen met de reuzen, bij de blijde intrede van Keizer Karel. Het Aalsters Ros Beiaard werd in 1619 door Jozef Thys beschreven als 'groot, fel, sterk, pekzwart' en 'vooraan wijd en breed'. In 1661 werd het Ros hersteld door timmerman Peeter Smedt, schilder Robrecht Mattelet en tapissier Gaspar van Raffelgem voor de nieuwe ommegang. Jozef Maes was dat jaar verantwoordelijk voor het dragen van het Ros van den Blauwen Toren naar het karmelietenklooster. In die tijd werd het Ros bewaard in een schuur van het Karmelietenklooster.

Daarna is er in de geschiedenisboeken lange tijd geen sprake meer van het Aalsterse Ros Beiaard, alhoewel gedacht wordt dat, omwille van de net gedane herstellingen, het Ros nog een lange tijd dienst kon gedaan hebben. Petrus Van Nuffel schreef in Herfstbloemen dat het Aalsterse reuzenpaard zo een 134 stoeten zou meegelopen hebben. In het Aalsters stadsarchief is over dit Ros weinig terug te vinden, doordat het eigendom was van de Nering derWinkeliers.

Het Ros van de Oude Garde

Ros Beiaard Aalst (foto vdEede)

Het Ros Beiaard van de Oude Garde (©Archief Lieven Goubert - foto Van den Eede)

In 1889 gaf Harmonie De Oude Garde de opdracht aan Hippoliet Rogghé en zijn zonen Adolf en Kamiel om een Ros Beiaard te maken. Het nieuwe Ros werd gemaakt in de achterbouw van het liberaal lokaal aan de Zonnestraat. Volgens de legende moest men de voorgevel van dit gebouw afbreken om het Ros buiten te kunnen laten. Het Ros was vervaardigd uit karton en was samen met De Oude Garde te zien in de Aalsterse stoeten.

Op 19 oktober was dit Aalsterse Ros Beiaard te zien op een Vlaamse Kermis in Parijs. Eigenlijk wou men eerst het paard van Dendermonde vragen, maar de stad Dendermonde liet dit niet toe. De Franse Commissie van de Vlaamse Kermis kwam echter te weten dat De Oude Garde ook over een Ros Beiaard beschikte, waardoor al snel een alternatief gevonden werd. Het paard werd per boot, samen met o.a. de Antwerpse reus Antigoon, naar de Franse hoofdstad gevaren, waar het 4 dagen later aankwam.

Het Aalsterse Ros Beiaard was nog vaker te zien buiten Aalst. Op 23 juli 1890 was het Ros Beiaard van De Oude Garde te zien in de Reuzenstoet en Volkslegenden in Brussel, ter ere van de 25ste verjaardag van de kroning van Leopold II en de 60ste verjaardag van België's onafhankelijkheid. In 1892 liep het Aalsterse Ros mee in een kavalkade in Rijsel, die georganiseerd was ten voordele van de slachtoffers van de mijnramp in Anderlues. 

30011990 De Volksgazet

30/01/1910 - De Volksgazet

Het Aalsters Ros Beiaard werd begin de 20ste eeuw nog gebruikt in de Aalsterse carnavalsoptochten. Het Ros ging ook steeds De Oude Garde vooraf bij hun vooroptocht tijdens de vastenavondfeesten. Het is niet duidelijk tot wanneer het Ros bleef bestaan, maar in de eerste officiële stoeten werd het Ros niet meer vermeld. Het verdween vermoedelijk voor de Eerste Werldoorlog.[2]  

Dendermondse Ros in Aalst

20021939 De Volksstem

20/02/1939 - De Volksstem

In 1935 liep er opnieuw een Ros Beiaard mee in de Aalsterse stoeten. Het Ros was echter niet van Aalsterse makelij, maar was afkomstig van de “Ros Beiaardvrienden” van St.-Gillis-Dendermonde. In de jaren daarop zou het Ros Beiaard uit Sint-Gillis-bij-Dendermonde nog een aantal keer meelopen in de stoet. In de jaren '40 verdween het Ros Beiaard opnieuw uit de Aalsterse stoeten.  

Vanaf 1953 creëerde Aalst een parodie op het Ros Beiaard van Dendermonde: het Ros Balatum. Met de komst van dit nieuwe Ros werd voorgoed afscheid genomen van het Ros Beiaard in de Aalsterse stoeten.  
30011939 De Volksstem

30/01/1939 - De Volksstem

Rivaliteit Aalst-Dendermonde

Op een Mechelse gravure uit 1687 staat het Ros Beiaard afgebeeld als symbool voor de stad Aalst. Bij de ets stond de volgende tekst vermeld: "Die van Aelt oock met ons rallen, En sy zijn vol vreugd-gheschallen, Sij en sien niet wat hun deirt, Met hun schoone Sargi-Peirt. Aelst dat gaf hier oock zijn reden, En verclaerde sic te vreden, Dat hun Sargi was ter handt, Tot gheblus der Maene-brandt."

In 2001 deed het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium in een woning van de Peperstraat een kort archeologisch onderzoek. In een beerput uit de 18e eeuw werden honderden stukken van patacons teruggevonden. Dit zijn schijven van gebakken klei, die gebruikt werden als versiering van feestbroden ter gelegenheid van Sint-Maarten, Kerstmis, Nieuwjaar en bij de Driekoningenviering. Op een gevonden exemplaar was een Ros Beiaard met de vier heemskinderen afgebeeld. Uit Dendermonde zijn geen gelijkaardige voorbeelden gekend.

Voor vele Aalstenaars zijn dit bewijzen voor dat de Ros Beiaardtraditie in Aalst veel vroeger aanwezig was, dan in Dendermonde. De Dendermondenaars spreken dit echter tegen, aangezien het Ros bij hun voor het eerst vermeld werd in 1460-1461. Het Ros Beiaard van Dendermonde verdween echter voor een tijd uit de stoet en was soms zelfs jaren niet meer te zien. Pas in de 20ste eeuw kreeg het Ros Beiaard van Dendermonde de hoofdrol in de ommegangen. Het paard is echter maar elke 10 jaar te zien in de Ros Beiaardommegang[3]

Varia

  • In 1557 werd een herberg in de Lange Ridderstraat (Ridderstraat) 'Ros Beyaert' genoemd.
  • In 1634 droeg een huis in de Gentsestraat de naam 'De Vier Heemers'.
  • Zich genereren in de vier Heemskinderen is een zegswijze voor zich tevreden stellen met hetgeen men heeft.
  • De kop van het Dendermondse Ros Beiaard is volgens de volksvertelling gebeiteld door de Aalstenaar Lieven Van de Velde, die omstreeks 1600 de kop van het paard maakte in ruil voor zijn vrijheid uit de Dendermondse gevangenis. In Dendermonde spreekt men dit natuurlijk tegen...    
  • In 1959 werd een nieuwe standbeeld van het Ros Beiaard in Dendermonde onthuld. Het standbeeld zorgde er voor heel wat ophef, omdat het ontworpen was door Aalstenaar Marc De Bruyn. Het stadsbestuur van Dendermonde had aan De Bruyn gevraagd om zich terug te trekken in de ontwerpwedstrijd, maar deze weigerde en kwam uiteindelijk als winnaar uit de bus.    
  • Aftelkalender 2020

    (Aftelkalender 2020 ©KBA)

    In 2020 stond de aftelkalender van het KBA in het teken van de vete tussen Aalst en Dendermonde. In de kalender werd aandacht besteed aan zowel het Ros Balatum en het Ros Beiaard, dat op de kaft van de kalender te zien was. De kalender werd voorgesteld op het stadhuis van Dendermonde in het bijzijn van de Dendermondse burgemeester Piet Buyse.    

Redactie

Tekst en foto's

  • Tekst: Sören Delclef - AjoinPedia
  • Foto's: Archief Lieven Goubert, De Volksstem, volksverhalen.be, reuzeninvlaanderen.be, hotel-r.net, KBA, prentkaart uit 1902

Bronnen

  1. www.volksverhalen.be
  2. Ghysens J. & Baert K. (1975), aalst Karnaval, Uitgeverij Veys
  3. van Hese H. (1962), De rivaliteit tussen Aalst en Dendermonde: vroeger en nu, De Bond der Oostvlaamse Volkskundigen
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.