Wikia


Lang voordat er in Aalst sprake was van CC De Werf, had Aalst een eigen stadsschouwburg. De schouwburg was gevestigd aan de Hopmarkt van 1865 tot de afbraak in 1936. In de schouwburg werden verschillende festiviteiten georganiseerd en waren toneelstukken te zien van verschillende maatschappijen, zoals 't Land van Riem, Voor Taal en Vrijheid en de Catharinisten.

Oud Karmelietenklooster Edit

De Aalsterse stadsschouwburg was gevestigd aan de Hopmarkt, in overblijfselen van het in 1797 verdwenen karmelietenklooster en kerk. Na het verdwijnen van het klooster werd het eerst nog in gebruik genomen als zondagsschool, spinhuis en academie, maar in 1864 werden de gebouwen door de stad omgebouwd tot een schouwburg met balkon.

De schouwburg opende in 1865 en werd uitgebaat door Théatre Molière uit Elsene voor het Franstalige programma en Het Nationaal Toneel uit Antwerpen voor het Vlaamse gedeelte. De lokalen op het gelijkvloers werden gebruikt als muziekklassen en ook enkele stadsdiensten waren er gevestigd. Op verkiezingsdagen werden de burelen onder de zaal van de schouwburg gebruikt als stembureau.[1]

De schouwburg had plaats voor 228 toeschouwers in de benedenzaal, waarbij nog eens 44 stoelen bijgezet konden worden in de gangen. Op het balkon waren er 50 plaatsen van rang 1 en 20 plaatsen van rang 2.

Schouwburg Hopmarkt 2

De stadsschouwburg in 1907. (Foto: http://madeinaalst.be - Stadsarchief Aalst)

Huishoudelijk reglement Edit

De stadsschouwburg had een eigen reglement. Zo stond er in het huishoudelijk reglement van 18 september 1925 dat mannen hun hoofd niet mochten bedekken tijdens de voorstellingen. Vrouwen mochten hun hoofddeksel wel aanhouden, op voorwaarde dat het zicht van de persoon die achter hen zat niet belemmerd werd (artikel 7).

Artikel 8 verbood roken tijdens voorstellingen en artikel 12 verbood de toegang voor kinderen onder de 16 jaar, tenzij het een toneelstuk was dat speciaal voor de jeugd georganiseerd was.

Vertoningen Edit

De Volksstem 26011901

Advertentie voor een stuk van de Catharinisten uit 1901. (De Volksstem - 26/01/1901)

Heel wat stukken werden opgevoerd in de stadsschouwburg. Eén van de meest opmerkelijke stukken was de revue Caritas die in 1918 opgevoerd werd, met de medewerking van alle Aalsterse toneel- en muziekverenigingen. Daarnaast waren de gekende Aalsterse toneelverenigingen regelmatig in de schouwburg te zien, zoals Voor Taal en Vrijheid, 't Land van Riem, Arbeid en Kunst en de Catharinisten.

Andere opmerkelijke opvoeringen waren:

  • Het Groot Circus-Theater Delafioure (1874);[2]
  • Iwein van Aalst, Land van Riem (1886);[3]
  • De Lustige Boer, Voor Taal en Vrijheid (1922);
  • Liefdadigheidsconcerten ten voordele van de 'Geteisterden der Overstromingen' en 'Burgerlijke Verminkten van Werkongevallen', symfonie Door Eendracht Groot (1928, 1929);
  • Aalst! Wie doet er mee?, Aalsterse Revuevereniging (1932).

Verval Edit

De Volksstem 08061935

Artikel uit de Volksstem. (De Volksstem - 08/06/1935)

In 1935 raakte de zaal in verval; de gebouwen werden verwaarloosd en de stadsschouwburg moest opboksen tegen concurrent 't Feestpaleis, dat als bioscoop en schouwburg dienst deed.

Op 4 februari 1935 werd de stadsschouwburg op bevel van burgemeester Nichels gesloten. Toch bleven er nog geplande toneelstukken doorgaan dat jaar. In juni 1935 zou de schouwburg definitief dichtgaan, al werd ze nog in gebruik genomen voor o.a. een feest van de Bond van de Grote Gezinnen.[4] In augustus 1935 werd de schouwburg uiteindelijk bouwvallig verklaard. Verschillende verenigingen vergaderden hierop met het stadsbestuur om het cultureel leven in Aalst te kunnen waarborgen.[5] Het verkommerde gebouw raakte in oktober 1935 door een storm nog meer beschadigd, waardoor een eventuele afbraak geopperd werd.[6]

Afbraak schouwburg 1936

Afbraak van de schouwburg in 1936. Foto genomen vanuit het Belfort. (Foto: http://madeinaalst.be - Collectie Mallego M.)

Het College van Burgemeester en Schepenen besloot vervolgens op 5 oktober 1936 om de schouwburg op de Hopmarkt te laten afbreken. Samen met de stadsschouwburg werden ook de twee kleine woningen in de Korte St.-Jorisstraat mee afgebroken. Het stadsbestuur liet hiermee de volledige Hopmarkt en de Overdekte Botermarkt verdwijnen, om op het ontstane plein nieuwe straten en gebouwen te zetten. Een nieuwe schouwburg zou er niet meteen komen.

De sloopwerken waren in december 1936 bijna voltooid, al zijn op oude foto's van het begin van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog nog overblijfselen van de schouwburg te zien.[7]

Bronnen Edit

  1. De Gazet van Aalst, 24 mei 1874
  2. De Gazet van Aalst, 25 januari 1874
  3. Het Land van Aelst, 26 september 1886
  4. De Volksstem, 20 juni 1935
  5. De Volksstem, 2 augustus 1935
  6. De Volksstem, 11 oktober 1935
  7. Aalst 1920-1940, Jos Ghysens (2002)
Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.